25 oktober 2010

Recensie: De zus die Anna Magnani niet was ? Aristide von Bienefeldt

Recensie door: Rosalien Koster

Recensie door Rosalien Koster

Zowel bejubeld als verguisd door de critici. Dit overkwam Aristide von Bienefeldt toen hij in 2002 debuteerde met Bekentenissen van een stamhouder. Met deze controversiële roman, waarin Von Bienefeldt choqueerde met expliciete homoseksuele seks, hield hij de gemoederen flink bezig. Nu acht jaar later en een drietal boeken verder is Von Bienefeldt geen onbekende meer in de literaire wereld. Toch zullen ook nu weer de meningen verdeeld zijn over zijn nieuwste roman De zus die Anna Magnani niet was.

Een controverse zal de roman niet veroorzaken. Hiervoor biedt het flinterdunne verhaaltje geen enkele aanleiding. Maar net als met zijn debuutroman geldt: of je vindt De zus die Anna Magnani niet was helemaal niets of je vindt het geweldig. Een tussenweg lijkt nauwelijks mogelijk. Al valt er zeker op beiden kanten iets af te dingen.

Want om met het belangrijkste negatieve aspect van de roman te beginnen: inhoudelijk stelt De zus die Anna Magnani niet was zwaar teleur. Het verhaal, als er al überhaupt gesproken kan worden van een verhaal, is chaotisch en vol idiote wendingen waar geen touw aan vast te knopen is. Hoe gekker hoe beter moet Von Bienefeldt gedacht hebben. Het resultaat is er dan ook naar: De zus die Anna Magnani niet was is een doldwaas sprookje dat uit weinig meer bestaat dan een aaneenschakeling van absurde gebeurtenissen.

De hoofdrol in dit alles speelt Alice. Hoewel ze met haar broers en zus nog steeds in haar ouderlijk huis in Zwaanstad woont, onderhoudt ze met ieder van hen een problematische relatie. Blommia, de oudste zus, zwaait de scepter in huis en doet er alles aan om het leven van zowel Alice als de anderen zo onaangenaam mogelijk te maken. Ook Alice’s relatie met haar oudere broer Castro, met wie ze in het verleden een incestueuze verhouding onderhield, is verre van ideaal: de communicatie tussen hen verloopt al jaren alleen nog maar via ‘post-its’.

Alice slijt haar dagen met het doen van klusjes in huis en afspraakjes met Bram, een jongen die ze eigenlijk niet kan uitstaan. Wanneer ze echter op een dag drollen in de achtertuin vindt, verandert haar saaie en voorspelbare leventje. De drollen blijken afkomstig van een Perzisch katje, die ze Brenas noemt. Alice ziet al snel in Brenas haar bondgenoot en doet er vervolgens alles aan om de kat bij zich te houden.

Brenas is niet alleen haar vertrouweling maar door hem komt ze ook in contact met een bonte stoet vreemde en excentrieke personen die het fictieve Zwaanstad bewonen. De één nog gekker dan de ander. Zo is er weduwe Sijsjes, het echte baasje van Brenas, die een obsessieve en ziekelijke liefde koestert voor Brenas en als heilige relikwieën uitwerpselen van de kat tentoonstelt in huis.

Met veel gevoel voor het absurde heeft Von Bienefeldt de bijzondere personages neergezet. Toch zijn het meest in het oog springend, en het grappigst, de onlogische en onzinnige dialogen tussen de personages.
‘De geëvolueerde medemens knikte mistroostig, op haar kruin knikte een losgeraakte krul mistroostig mee. “Ach, zo gaan die dingen. Ik heb me winkel, Antje d’r kroezen”.
“Kroe.. wat heeft Antje?”
“D’r kroezen. U weet wel, van die reizen op een boot. Antje is er dol op.”’

Het kan dan ook niet ontkend worden: Von Bienefeldt is een groot komisch talent. Het is met zijn humor waarmee Von Bienefeldt alsnog overtuigt en het slappe verhaal even doet vergeten. Want hoe hard hij ook zijn best doet: een verteller is hij niet.

In plaats daarvan is Von Bienefeldt in alles een schrijver. Een schrijver die bovendien schittert door zijn enorme eigenzinnigheid. Vergelijkingen met andere schrijvers kunnen nauwelijks gemaakt worden: Von Bienefeldt is door zijn uitgesproken stijl een eenling binnen de literaire wereld. En dat is een benijdenswaardige positie. Zijn zinnen bezitten door de mengeling van humor en ongeremde fantasie een vervreemdend soort schoonheid. Ook zijn gekke en soms erg bizarre vergelijkingen verraden zijn uitzonderlijke creativiteit.
‘Om 4 uur ’s ochtends was de aanleiding voor het feest even ver weggezakt als de inval van het leger van Mussolini in Ethiopië in het geheugen van de moderne Italiaanse staatsburger.’

Helaas, kunnen schrijven is niet genoeg. Een interessant en onderhoudend verhaal vertellen los van alle versiering is minstens zo belangrijk. Zo niet belangrijker. En hierin faalt Von Bienefeldt hopeloos met De zus die Anna Magnani niet was. Verstrikt in de door hem zelf gecreëerde absurdistische werkelijkheid is hij de lezer uit het oog verloren. Maar gelukkig bieden zijn schrijfkunsten genoeg hoop voor de toekomst.

 

De zus die Anna Magnani niet was


Auteur: Aristide von Bienefeldt
Verschenen bij: Meulenhoff (aug. 2010)
Prijs: € 18,95

Recensie: De zus die Anna Magnani niet was ? Aristide von Bienefeldt
ISBN: 9789029086554

3 reacties

  • Even een korte reactie op bovenstaande recensie. Mevrouw Koster doet voorkomen alsof ik niet instaat ben een verhaal te construeren, maar eigenlijk bedoelt zij te zeggen dat zij zelf niet instaat is een verhaal op correcte manier te interpreteren. De beschuldiging als zou de verhaallijn van De zus die Anna Magnani niet was slap en flinterdun zijn, is ronduit beledigend en getuigt van een kortzichtige, fantasieloze blik. Natuurlijk, mijn verhaal is absurd, en de personages zijn dat niet minder en de links tussen de verschillende hoofdstukken zijn niet altijd even duidelijk, maar dat is nu juist de bedoeling. Ik probeer de lezer aan te zetten om wat verder te denken dan de oppervlakte, en natuurlijk kan ik er niets aan doen als dat niet gebeurt, maar om een verhaal dan weg te zetten als slap en flinterdun is wel de makkelijkste der oplossingen.
    Mevrouw Koster heeft de beste bedoelingen, en dat zij niet begrepen heeft dat mijn roman het verhaal is van twee zussen die onmogelijk met elkaar door een deur kunnen, overtuigd dat zij al te zeer van karakter verschillen, om aan het einde van het verhaal te beseffen dat hun voortdurende botsingen en wrijvingen enkel voortkomen uit het feit dat zij veel meer op elkaar lijken dan hen misschien lief is, daar kan ik inderdaad niets aan veranderen, maar als ik haar stuk lees en herlees dan kan ik niet tot een andere conclusie komen dat zij geen enkele poging gedaan heeft om even onder de luchtige bovenlaag van mijn roman te kijken, wat ongetwijfeld tot een volwassener en vooral rijper oordeel had kunnen leiden.
    In dat geval had zij ook begrepen dat de idiote wendingen waarover zij spreekt, geen nutteloze bladvulling zijn, maar dat elke situatie en elke verhaallijn een functie heeft, en het verhaal telkens een stapje verder helpen op weg naar de ontknoping.
    Het schrijven van een roman is een vak, zoals het schrijven van recensies ook een vak is. De een beheerst het beter dan de ander.

  • Mat Berger schreef:

    Wat grappig dat de schrijver meteen gereageerd heeft op deze recensie. Er staan tenslotte ook mooie dingen in. Maar een punt heeft hij natuurlijk wel, als je stelt dat deze roman ‘flinterdun’ is, dan kun je net zo goed zeggen dat Lolita of De ontdekking van de hemel boeken zijn met een flinterdunne verhaallijn. Wat mij allereerst opviel was de tweeledigheid van de personages, dat prachtig geillustreerd wordt in het eerste hoofdstuk, aan de hand van een gingkoblad, als Alice Nola beseft dat de twee lobben – na ze opgemeten te hebben – bijna even groot zijn, terwijl ze in eerste instantie gedacht had dat het verschil veel groter was. Deze ”dualistische” symboliek (ongetwijfeld ingegeven door Goethes schitterende Ginkgo gedicht ”Dass ich eins und doppelt bin”) vormt het raamwerk van deze roman: aan het begin van het verhaal vat je als lezer meteen sympathie op voor Alice Nola, terwijl je haar zus onvriendelijk en vaak ronduit onuitstaanbaar vindt. In het laatste deel worden de rollen omgedraaid, je begint bij Alice Nola steeds meer irritante trekjes te ontdekken, terwijl de zus almaar schappelijker en aardiger wordt.
    Aan het eind – zoals de schrijver al aangeeft – realiseer je je dat ze wel erg veel op elkaar lijken. Bij alle personages is deze tweeledigheid te bespeuren, ofwel doen ze zich anders voor dan ze zijn, ofwel bezitten ze een gespeten persoonlijkheid, ofwel hebben ze een ander, alter ego, nodig om te kunnen functioneren.
    Deze dualiteit, en dat is vind ik een geniale vondst, vind je zelfs terug in de namen van de straten.
    Hoe het ook zij, Von Bienefeldt heeft inderdaad enkele trouwe fans die weglopen met zijn werk, waarvan ik er dus één ben. Het is jammer als je merkt dat iemand zijn werk niet op zijn juiste waarde weet te schatten en dat heeft, met alle respect, niets te maken met de zogenaamde subjectiviteit van een mening, maar met een onvoldoende beheersing van de materie.
    Het lijkt erop dat deze journaliste dit boek gelezen heeft als een boek over een kat, terwijl het toch echt een boek over mensen is. Haar conclusie doet me denken aan mijn buurvrouw die tien jaar geleden een staafmixer kocht. Het is haar nooit gelukt om ermee om te gaan, gewoon omdat ze het vertikte de gebruiksaanwijzing te lezen. Maar ze zal tot aan haar dood blijven volhouden dat staafmixers waardeloze apparaten zijn. Mevrouw Koster heeft de achterliggende gedachte van deze roman niet weten te vatten, en doet het daarom af als flinterdun. Toegeven dat je er niets van begrepen hebt was wel zo eerlijk geweest

  • Mat Berger schreef:

    Tip voor de schrijver: voeg het gedicht van Goethe toe als motto bij een volgende druk. Groet, Mat.





 

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist