28 oktober 2010

Recensie: De zeven laatste zinnen – Dimitri Verhulst

Recensie door: Albert Hogeweij

Recensie door Albert Hogeweij

In het Haydn-jaar 2009 liet Dimitri Verhulst zich op verzoek van het Ensor Strijkkwartet inspireren door Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze van Joseph Haydn. De wens van het strijkkwartet was om deze muziek eens ontkoppeld te zien van het religieuze gegeven, en de zeven laatste zinnen die Christus aan het kruis sprak te benaderen vanuit de realiteit van alledag anno nu. Wie het werk van Verhulst ook maar enigszins kent, weet dat de aardse realiteit bij hem geborgen is.

De zeven korte verhaaltjes zijn gebaseerd op de volgende zinnen:

1. Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat zij doen
2. Voorwaar ik zeg u: heden nog zult gij bij me zijn in ’t paradijs
3. Vrouw, ziedaar uw zoon
4. Mijn god, mijn god waarom hebt gij mij verlaten?
5. Ik heb dorst
6. Het is volbracht!
7. Vader, in uw handen beveel ik mijn geest

Men ziet, zelfs bij de naam god kon er nog geen hoofdletter af. En ook in de verhalen is de religieuze context geheel weggepoetst. Maar het lijden is er niet minder om!
Van een man die er maar niet in slaagt, of beter gezegd: niet van zins is ooit de lustmoordenaars van zijn dochtertje te vergeven, tot aan de vrouw die op weg is naar het ziekenhuis om haar kunstmatig in leven gehouden man uit zijn lijden te verlossen.

Het zijn al met al onvervalste Verhulst-verhaaltjes geworden: plastische, soevereine stijl, scherp en niets ontziend, met (impliciete) humor gekruid, en hier en daar naar aforismen hakend: (‘Weltschmerz is niets voor ouderen, die hebben al schmerzen genoeg van zichzelf’). En waarbij de Nederlandse lezer soms op wat Vlaams taaleigen kan stuiten. (‘Martha panikeert even’, ‘Het overtrok. Het zou gaan regenen’, of: ‘Rotte tanden liet men, voor ze uit een mond getrokken werden, inslapen’. Een Vlaming leest bij dit laatste citaat mogelijk een normale zin, maar een Nederlander fronst er zijn wenkbrauwen bij.) Ook zijn er wat bekende Verhulst-ingrediënten de verhalen binnengesmokkeld: zo is de ruwe, onbehouwen, zich bij voorkeur met het sportkatern op het toilet ophoudende vader met losse handjes present en de uitzichtloze asielzoekersproblematiek die we kennen uit Hotel Problemski komt ook om de hoek kijken.

Van de zeven verhalen vond ik er twee echt uitspringen. Toevallig spelen die beide zich af in het ziekenhuis. De ene heet ‘Ik heb dorst’. Hierin komt een oudere man zijn vrouw na een zware operatie voor het eerst opzoeken in het ziekenhuis. Het verhaal zet mooi in: ‘Langer kon een gang niet zijn. Kouder evenmin. En aan het eind van die gang, een voor receptioniste spelende verpleegster. Of een voor verpleegster spelende receptioniste, dat kon ook.
Ze sprak stil zoals sportverslaggevers menen dat tijdens tenniswedstrijden te moeten doen, maar je voelde dat het haar moeite kostte, dat haar stembanden eerder geschikt waren om kinderen te berispen en ter tafel te kelen, om tuinfeesten met roddels te overschreeuwen. Een stem waarmee reeds vele onderdrukte echtgenoten de levieten werd gelezen. Een stem kortom, voor als viswijf gereïncarneerde eenden.’ Men proeft het plezier waarmee de auteur deze zinnen heeft opgeschreven. Het sarcasme ervan niet minder.
Uitgerekend op de welwillendheid van zo’n kenau is de arme man aangewezen om zijn op de Intensive Care bewaakte vrouw met kanker te bezoeken. Hij krijgt van het viswijf 15 minuten tijd om aan haar bed te mogen staan. Het aanzicht van zijn zieke vrouw valt hem niet mee. ‘Niet wenen, dacht hij, niet wenen…als ze ziet dat ik ween zal ze geloven dat ze opgegeven is.
Hij stak dan maar zijn duim de lucht in, de slechte toneelspeler.’ Het enige echter dat zijn vrouw kan opbrengen te zeggen is de zin: ‘ik heb dorst!’ De man is echter bevolen zijn vrouw niet te laten drinken want dat zou ‘complicaties’ kunnen geven, maar hij kan het echter niet over zijn hart verkrijgen zijn vrouw in deze situatie ook nog eens dorst te zien lijden. ‘Als zij vandaag nog sterft, dan godzijdank niet van de dorst’. Het is een hartverscheurend verhaal geworden. Dat dagelijks voor vele mensen werkelijkheid moet zijn.
In dit verhaal toont Verhulst dat hij het ook klein, ingetogen kan houden. Een heel enkele keer wil hij zich nog wel eens verliezen in stilistische spielerei. In een passage uit een ander verhaal leest men bijvoorbeeld (volgend op het zinnetje ‘Zegt men’.): ‘Er is veel gezegd de laatste jaren. En veel zal er nog gezwegen worden in de komende.’ Op het randje vind ik dat van de kitsch. Of een zin als: ‘Het is niet voor het eerst, en zeer zeker zal het evenmin voor het laatst zijn (…)’. Verkeerd is het niet, maar het schuurt aan tegen de mooischrijverij. En wat te denken van het filosofisch getinte intermezzo: ‘In het leven is men twee keer oud. De eerste keer is men twintig en roept men de hulp in van de zee. De tweede keer is er geen hulp van doen, doet elke vezel van het lichaam mee en is er geen sprake van tristesse meer, doch des te zeer van triestigheid.’ Tja. Maar storen doen ze niet echt, want deze teksten hebben zoveel dramatische kracht en de stijl zuigt je zozeer mee het verhaal in, dat je wel een kniesoor moet zijn om te letten op dergelijke minuscule minpuntjes. Wanneer ik zeg dat alle verhalen sterk dramatisch zijn, moet ik een uitzondering maken voor het verhaal Het is volbracht!. Het is bijna geheel opgebouwd uit zinnetjes die met ‘ik’ beginnen, waarin de ik-persoon in chronologische volgorde zijn levensloop schetst. Daar zitten ook komische tussen als: ‘Ik kocht mijn eerste neushaarschaar.’ Maar de opeenvolging van dergelijke zinnen maakt dat de tragiek – er is tussen de regels door namelijk ook nog sprake van een geliefde die de ik ontvalt ? je ontgaat. Dit verhaal is te frivool getoonzet voor deze reeks.

Het tweede verhaal dat mij echt diep raakte, is het allerlaatste verhaal, Vader, in uw handen beveel ik mijn geest. Een werkelijk ijzersterk verhaal, omdat Verhulst er hierin slaagt de ongelofelijke dramatiek te laten schragen door iets triviaals als een mop, waardoor je je als lezer niet anders dan gewonnen kunt geven. Verdomd, zo zit echte tragiek in elkaar! In dit juweeltje van een verhaal beseft een vrouw dat ze de laatste momenten aan het meemaken is van een wereld waarin ook haar man nog in leven is. Zij het in vegetatieve toestand. Tijdens de taxirit die haar naar het ziekenhuis zal brengen, alwaar ze zal handelen conform de jaren geleden ondertekende wilsverklaring van haar man – en dus de stekker eruit zal trekken -, denkt ze terug aan markante momenten uit hun jarenlange samenzijn. Zo ook die middag waarop ze haar echtgenoot voor het eerst de ‘mop van de homofiele olifant’ hoorde vertellen. Ze heeft hem die mop later vele malen horen vertellen, telkens in een iets andere variant en ze realiseert zich: ‘straks verliest de mop van de homofiele olifant zijn beste verteller.’ Ze probeert zich de wereld zonder haar man in te denken. Een traan rolt over haar wang. De taxichauffeur ziet het, wil niet onbeleefd overkomen, maar vraagt niettemin toch naar het waarom van de traan. Maar…het antwoord van de vrouw verklap ik niet. Dit verhaal verdient het namelijk helemaal gelezen te worden. Dit is waarlijk groots!

Het boek is eigenlijk lees- en luisterboek ineen. Dat het ondanks de geringe omvang van de verhaaltjes niet al te dun is uitgevallen, komt omdat het naast de zeven korte verhalen, ook het notenschrift bevat van Haydns compositie die uit 9 delen bestaat (vooraf aan de zeven sonates gaat namelijk een Introduzione en tot besluit volgt Il terremoto). De voor- en achterflap bergen 2 cd’s: eentje waarop Verhulst zijn zeven verhalen voordraagt en eentje waarop het Ensor Strijkkwartet te beluisteren is. Ben benieuwd of dit boek van Verhulst de aandacht zal krijgen die het verdient. Zijn pamflettistische roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol kreeg die wel. Was daar zelf niet zo van onder de indruk, omdat ik het niet zo heb op die vet aangezette stijl, die alles onontkoombaar meesleurt naar het afvoerputje van het leven. Er restte de lezer zo weinig speelruimte voor zijn eigen verbeelding. De verhalen uit De Zeven Laatste Zinnen zijn beeldender en de woorden laten je meeproeven van de schoonheid van zijn stijl.
Wat let intussen een omroep als het Humanistisch Verbond of de IKON deze zeven eigentijdse varianten van het eeuwenoude menselijk tekort als televisiestukken te verfilmen?

De zeven laatste zinnen

Auteur: Dimitri Verhulst
Uitvoering door: Het Ensor Strijkkwartet
Verschenen bij : Uitgeverij Contact
Prijs: € 24,95, inclusief 2 cd’s

Recensie: De zeven laatste zinnen
Dimitri Verhulst
ISBN: 9789025435400

Meer van Albert Hogeweij:

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant

28 oktober 2010

Recensie door: Hilde van Vlaanderen

Over 'Recensie: De laatste liefde van mijn moeder ' van Dimitri Verhulst
28 oktober 2010

Recensie door: Albert Hogeweij 

Over 'Tussen stijl en moraal verkommert het verhaal' van Dimitri Verhulst
28 oktober 2010

Ook in een verhaal komt de oorlog en het ouder worden een keer terug

Over 'Plattegrond van een jeugd' van Dimitri Verhulst