8 juni 2010

De verborgen ordening – Alfred van Cleef

Recensie door: Machiel Jansen 

Waarom lezen over reizen zo vermoeiend kan zijn

Landkaarten kunnen een vreemde aantrekkingskracht hebben. Je kunt uren naar ze staren en je afvragen hoe het toch zou zijn in plaatsen waarvan je de naam niet kunt uitspreken of in landen waar niemand op vakantie gaat. Wie een beetje fantasie heeft kan met een kaart of wereldbol mooie innerlijke reizen maken.

Als kind fascineerden kaarten me behoorlijk. Toen we tien waren liet de leraar ons een spelletje spelen met een kaart van Europa, of een ander werelddeel. Er stonden geen namen op de kaart. De steden waren rode cirkels, de landen gekleurd. Als je aan de beurt was moest je een stad of rivier kiezen en de klas moest raden waar het was.  Het moedigde ons aan om de meest exotisch klinkende plaatsnamen te kiezen. Ik weet nog dat ik Bakoe koos, nu de hoofdstad van Azerbeidzjan. Die naam had iets magisch en ik dacht toen dat het er mooi en vredig was. Veel later sprak ik een journalist die er net vandaan kwam. Nee, het was een vieze oliestad en aanbevelen kon hij het bepaald niet. Misschien is Bakoe niet erger dan Rotterdam, Almere of Waddinxveen maar het verlangen om te gaan kijken hoe het werkelijk is, heb ik sindsdien niet meer.

Er zijn mensen die zich niet uit het veld laten slaan door het verschil tussen fantasie en het echte leven. Of misschien fantaseren zij niet en willen ze alleen maar ontdekken hoe de plaatsen op de kaart er in werkelijkheid uitzien. Het zijn mensen die tussen droom en daad geen enkele praktische bezwaren in de weg zien staan. Ik behoor niet tot hen. Ik reis wel maar het reizen zit niet in mijn bloed.  Ik lees liever dan dat ik reis. Misschien dat ik liever in een eigen wereld reis dan dat ik droom van een reis naar een werkelijke bestemming.

Wat lezen betreft. Ik heb meer met boeken waarin de held de hele dag in bed ligt, zoals in Gontsjarov’s Oblomov dan met de verslagen van een reizende auteur als Paul Theroux. Over reizen lezen kan net zo stomvervelend zijn als over dromen lezen. Natuurlijk, reizen kan plezierig zijn en ook dromen kan fijn of interessant zijn. Maar andermans vakantiefoto’s bekijken is meestal een verplichting en dromen van een ander aanhoren is bijna altijd een slaapverwekkende ervaring. Om eerlijk te zijn: het hele genre van de reisboeken doet me weinig tot niets. Er zijn wel uitzonderingen – er zijn altijd uitzonderingen – , zoals de boeken van Robert Kaplan en V.S. Naipaul, maar dat zijn goed beschouwd geen reisverslagen. Eerder zijn het (politieke) beschouwingen waarbij de reis een middel en geen doel is.

Wat mij vooral tegenstaat aan reisverslagen is de opsomming van gebeurtenissen onderweg, zonder dat daar een verhaal mee verteld wordt. Een reeks belevenissen vormt nog geen verhaal, laat staan literatuur, en een avontuurlijke reis is nog geen Odyssee.

Francesco Petrarca beklom begin 14e eeuw de Mont Ventoux en je zou zijn verslag (in briefvorm) als een reisverhaal kunnen beschouwen. Maar de beklimming is veel meer dan een feitelijke beklimming. De reis stijgt juist ver boven het feitelijke uit en dat maakt zijn verslag filosofisch de moeite waard. Reisverhalen moeten net als reizen een doel hebben. De reis en het verslag ervan alleen is niet voldoende.

Maar reisverhalen bestaan zelden uit alleen maar een feitelijk verslag. Meestal is er ruimte voor wat geschiedenis en een poging tot filosofie. Maar dergelijke beschouwingen zijn vaak zo ontzettend oppervlakkig en voor de hand liggend. De geschiedenis ontstijgt vaak het niveau van een reisgids niet en de filosofie mag die naam eigenlijk niet hebben. Neem bijvoorbeeld het onlangs verschenen De filosofie van de heuvel van Ilja Leonard Pfeiffer. Hij fietste met zijn vriendin naar Italië en schreef erover. De filosofie uit de titel mag die naam eigenlijk niet hebben. Het bestaat uit gedachten die hij bedenkt in een poging zijn ongetrainde lijf op de fiets de bergen over te krijgen. Het is dat Pfeiffer nog leuk schrijven kan anders had je ook een filosofie nodig om zijn boek uit te lezen.

Wat Pfeiffer in zijn boek ook steeds benadrukt is hoe ‘echt’ het reizen allemaal is. Hij ervaart duidelijk iets oorspronkelijks wat mij totaal vreemd is. Fietsen op de snelweg is voor Pfeiffer pas ‘echt’reizen, ik vond door Porto fietsen af en toe al gekkenwerk.

Ik ontving het boek van Alfred van Cleef De verborgen ordening, een ontdekkingsreis langs de nulmeridiaan. Het is een reisverslag van een voormalig NRC– correspondent die de nulmeridiaan afreist en landen als Engeland, Frankrijk, Spanje, Algerije, Mali en Burkina Faso bezoekt.

Ik heb het even geprobeerd en het toen opgegeven. Dit boek, dit genre is niet voor mij. Het biedt me te weinig. Ik deel de fascinatie voor de verticale lijn op de landkaart niet en zijn reisverslag lees ik als niet-reiziger met grote moeite. Het is niet zo dat Van Cleef slecht schrijft, het zijn mijn bezwaren tegen het genre die mijn heuvel vormen. Het is mijn ‘filosofie’die me belet deze heuvel te nemen.

Van Cleef heeft trouwens wel meer dan een gemiddelde interesse voor de geschiedenis. Zijn reisverslag onderbreekt hij met hele hoofdstukken met historische feiten over de meridiaan. Hij doet ook een poging om zijn verslag uit te laten stijgen boven een beschrijving van verzameling belevenissen. De nulmeridiaan vormt immers de oorsprong van de kalender en het meten van de tijd van de dag. Tegen die achtergrond hangt Van Cleef zijn verhaal op. Bij een ‘filosofisch’ bedoelde passage gaat het voor mij dan ook meteen mis. ‘De oudst vastgelegde kennisbehoefte van de mens is een antwoord op de vragen “waar ben ik?”en “welke tijd is het?”.’ Ik vraag me af of dit waar is maar de redenering is wel een heel vreemde. Je kunt met een soortgelijk beroep op ‘oudst vastgelegde behoeften’ ook het oudste beroep ter wereld  respectabel maken.

Mijn vrouw fietst. De fiets is haar gereedschap van de vrijheid. Ik fiets ook, maar mijn fiets is een vervoermiddel. Ik fiets niet voor mijn plezier, zij wel. Ik fiets over de kortste afstand tussen twee punten. Zijn neemt omwegen. Haar doel is de reis. Mijn doel is het doel. Zij las De filosofie van de heuvel met groot plezier. Ik niet. Ik denk dat ze ook wel geniet van De verborgen ordening, maar ik niet.

De verborgen ordening

Een ontdekkingsreis langs de nulmeridiaan
Auteur: Alfred van Cleef
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee (april 2010)
Prijs: 24,90

De verborgen ordening
Alfred van Cleef
ISBN: 9789059362826

1 reactie

  • Menno Faber schreef:

    Waarom iemand die niet van reisboeken houdt, een reisboek laten recenseren?! Als Literair Nederland niet van het genre houdt, kan ze dat ook gewoon op haar website zetten. Het is toch niet nodig dat in een recensie te doen, die daarmee nooit meer positief kan zijn?
    Wat is de kwaliteit van zo’n recensie? Wat is het nut?





 

Meer van :

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant