18 juni 2009

Recensie 'De poppenspeler en de duivelin' – Johan de Boose

Historia magister vitae

Reizen kun je op vele manieren. Het is heel aangenaam om je te laten meevoeren aan de hand van iemand die veel te vertellen heeft. Johan de Boose treedt in de voetsporen van de meester Kapuscinski. Overal waar hij komt ontmoet hij de plaatselijke bevolking en maakt hij afspraken met lieden, die hem meer kunnen vertellen, maar ook zogenaamd met bronzen beelden en met de oude keizer Diocletianus in Split. Nieuwsgierigheid, zo schrijft hij in het nawoord, is zijn vak.
In dit boek over Kroatië bedient De Boose zich bovendien van twee bijzondere figuren: een oude poppenspeler, die zijn leven lang door het land trok om aan de mensen de geschiedenis uit te leggen en een duivelse Bosnische waarheidszoekster, die hij op de universiteit van Zagreb ontmoette. Deze twee mensen gidsen hem gedurende zijn herfstreis door Kroatië, waarbij hij in een oude Kever veertien eeuwen doorkruist en meer dan vijfduizend kilometer aflegt.
Het verhaal begint in Krk, het grootste eiland in de Adriatische zee met een sterke Venetiaanse invloed. De schrijver wendt zich meteen heel poëtisch tot een oude vrouw die daar rondsloft: ‘Moedertje, jij die uit de diepten van de tijd tevoorschijn komt en bij elke stap naar adem hapt, zeg me hoe oud ben je?’ De vrouw vertelt dat ze geboren is aan het eind van de Eerste Wereldoorlog, toen haar land nog Kakanië heette, een term die Musil gebruikte voor de lappendeken van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie, die ook wel werd aangeduid met k.u.k., hetgeen staat voor kaiserlich und königlich en die sfeer is nog steeds terug te vinden in een oude hotelkamer in Osijek.

De poppenspeler reisde ooit rond met een thespiswagen en bracht het programma het onderbewustzijn van de beschaving. Tot lering en vermaak. Zo onderwees hij over de vier alfabetten die hij voorstelde als legers: het Latijnse, het vierentwintigkoppige Griekse, het Hebreeuwse en het Glagolitische, dat door de broers Constantijn en Methodius op last van de Byzantijnse keizer Michaël III in 863 ontworpen werd. Hoewel dat laatste alfabet niet meer bestaat, zijn er overal in Kroatië nog sporen van terug te vinden in de vorm van ‘kruisen, ringen, oorbellen, krullen, driehoeken die cirkels penetreren, kandelaars, ogen, benen, hutten, galgen, karren, klokken, kelken, weegschalen, dieren met twee ruggen, bergspitsen, vorken, zakken, vazen, slangen, bloemen scharen en zwammen’. De voorstellingen waren zo geestig dat Tito er naar kwam kijken, tot verbazing van de kinderen die de man verdacht vonden lijken op het portret dat in hun klaslokaal hing.
De Boose bezoekt de poppenspeler in Dubrovnic. Er volgt een mooie scène waarin de oude man een pop erbij neemt om de geschiedenis uit te leggen.
Met de duivelin loopt De Boose door de stukgeschoten Krajina en bezoekt hij een disco in Zagreb waar jongeren hun visie geven op de geschiedenis. Iedereen is het erover eens dat Joegoslavië een slecht huwelijk is geweest.

Dit boek, dat zeer compleet is met een tijdtafel, een notenapparaat, een kaartje en een personenregister, belicht het verleden weer eens vanuit een andere hoek. Het land Kroatië, dat eigenlijk geen deel van de Balkan wil zijn, maar haar steven richt naar Europa en bloot heeft gestaan aan vele invloeden, zoals de Latijnse, de Habsburgse en de Slavische, bezit een enorme culturele rijkdom. Behalve de cultuur beschrijft De Boose ook de natuur, zoals het indrukwekkende geërodeerde karst-gebergte en bezoekt hij verschillende concentratiekampen. Zijn stadsbeschrijvingen zoals over Vukovar worden wel eens wat staccato.

De Boose heeft moeite om het juiste perspectief te kiezen en dat is niet verwonderlijk in zo’n complexe wereld waarin de waarheid niet lijkt te bestaan. Hij ontkomt niet aan het Kroatische gezichtspunt omdat hij, zoals hij schrijft, bij daglicht moeilijk naar de sterren kan kijken.
Zijn conclusie is niet positief. De geschiedenis is de meester van het leven: alles herhaalt zich en zeker in de Balkan, dat wel het aller-vermoeiendste lichaamsdeel van het versleten Europa genoemd wordt; de slachtoffers van eertijds zijn de beulen van straks en de waarheid wordt in de oorlog als eerste geslachtofferd. Maar een gewaarschuwd mens telt natuurlijk wel voor twee.

Door Rein Swart

Johan de Boose, De poppenspeler en de duivelin. Meulenhoff, paperback, 303 p., € 19,95

Recensie 'De poppenspeler en de duivelin'
Johan de Boose
ISBN: 9789085421801

Meer van :

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens

Verwant