17 november 2010

Recensie: De Grote Turk

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

Een Tsunami was het niet, maar onrustig was het wel in de zestiende eeuw aan de oostelijke grenzen van Europa. De Turk, de moslim, stond voor de poort, sneed het koninkrijk Hongarije in stukken, belegerde Wenen en zou volgens velen straks Europa onder de voet lopen. Wie het nog niet was werd wel bang gemaakt door Christelijke propaganda. Bekijk bijvoorbeeld eens de illustraties van Lucas Cranach in de door Luther vertaalde bijbel uit 1534. In de Openbaring van Johannes toont Cranach de vier ruiters die het einde der tijden aankondigen en één voor één rampspoed brengen. De eerste ruiter is door Cranach afgebeeldt als een Turk met kromzwaard. Luther zag in de Turkse opmars een apocalytische voorspelling waarheid worden. De Openbaring van Johannes had volgens hem betrekking op de geschiedenis en de Turk speelde de rol van een vreselijke, door God gezonden straf die de wereld bedreigde.

Niet alleen Luther, ook Europa’s grootste humanist Erasmus was weinig genuanceerd in zijn mening over de Turken. Wrede barbaren waren het waar niets positiefs over te melden viel. De Turk was niet alleen de vijand buiten de grenzen, hij zat ook in ieder mens. Elke goede Christen moest de Turk die in hem leefde weten te verslaan.
De Turken kwamen tot de Europese grenzen nadat ze in 1453 het Byzantijnse rijk hadden verslagen. In dat jaar veroverden de Osmanen, zoals je de Turken toen eigenlijk moest noemen, het Christelijke Constantinopel, de hoofdstad van Byzantium. Voortaan heette het Instanbul en de grote Christelijke kerk Hagia Sofia werd een moskee. Europese reizigers spraken er eeuwen later nog schande van. Vergeten was dat Constantinopel in 1204 al een dreun gekregen had waarvan het nooit meer herstelde. Ridders van de vierde kruistocht besloten toen op hun weg naar Jerusalem ook Constantinopel binnen te vallen. De belofte van buit, macht en rijkdom leidde er toe dat de Christelijke ridders Jeruzalem nooit zouden bereiken en de grootste stad van de Orthodoxe kerk plunderden.

Dat de Turken Byzantium omver liepen was voor de Roomse Christenen dan ook niet eens zo heel erg. De paus had sinds 1054 al niets meer te zeggen over de oostelijke, orthodoxe Christenen. Ernstiger was het feit dat de Turken niet van plan waren om bij de grenzen van Europa op te houden. In 1529 belegerden ze Wenen dat ze echter niet konden innemen.

Wie De grote Turk, In het voetspoor van Süleyman de prachtlievende, geschreven door Henk Boom leest, maakt kennis met dit deel van de geschiedenis en die toen zo gevreesde en machtige Turken. De grote Turk uit de titel is sultan Süleyman die als absoluut vorst zijn rijk van 1520 tot 1566 vaardig wist te besturen.

In tegenstelling tot wat de titel suggereert is het boek geen uitgebreide biografie van de sultan zelf. Ook is het geen uitputtend overzicht van de gebeurtenissen tijdens zijn sultanaat. Boom legt de nadruk vooral op de invloed die de Turken toendertijd op West Europa hebben gehad en de sporen die ze hebben achtergelaten. Over bijvoorbeeld de vele activiteiten van de Turken in India en de Indische oceaan lezen we niets. Boom beperkt zich tot Europa. Met die keuze is niets mis, alleen suggereerde de titel bij mij iets anders.

De eerste hoofdstukken doen de titel overigens nog alle eer aan. We lezen over de machtige Süleyman, zijn uiterlijk, zijn jeugd, zijn vrouw Roxelana, de hofintriges en zijn Topkapi paleis. Maar bij het bespreken van Süleyman’s veroveringen in Europa komt het werkelijke thema van het boek steeds beter naar voren. In de eerste bladzijden is daar de kiem al voor gelegd.

‘Wij en zij’ is de eerste zin van het eerste hoofdstuk. Hoe hebben we in het Westen in het verleden tegen die andere cultuur aangekeken? Natuurlijk komt dan Edward Saïd ter sprake wiens boek Oriëntalisme uit 1978 een even beroemde als belangrijke bijdrage aan de discussie vormt. Volgens de atheïst Saïd heeft het Westen altijd een eenzijdig beeld gehad van de Islam en die met leugens en mythes in stand gehouden. Je zou Booms De Grote Turk ook kunnen beschouwen als een poging om door de mythes van de eeuwen heen te prikken en de gouden eeuw van het Ottomaanse rijk eens zonder vooroordelen te bekijken.

Henk Boom is journalist en dat merk je bijvoorbeeld door de vele gesprekken met historici waarvan hij verslag doet. In plaats van zelf stellingen in te nemen vraagt Boom aan experts om commentaar. Dat werkt goed, maar soms bleef ik met een ongemakkelijk gevoel zitten. Zo beweert een historicus dat de Osmaanse staat de enige politieke organisatie is geweest die Jodendom, Christendom en Islam heeft erkend. Boom laat die opmerking onweersproken en nuanceert die ook niet. Maar moslims hadden in het Osmaanse rijk wel meer rechten dan christenen en joden ? een feit dat later in het boek wel zijdelings ter sprake komt. En ook in het Spanje van de Mooren leefden moslims, joden en christenen betrekkelijk goed samen. In het Christelijke Sicilië van de Noormannen (of beter gezegd Normandiërs) in de elfde eeuw mochten joden en moslims hun geloof ook gewoon belijden.

Een ander punt waar ik van opkeek is dat Boom in het eerste gedeelte van het boek de in oude bronnen genoemde aantallen onbekritiseert laat. In het enorme Topkapi paleis zouden soms wel 10.000 man twee maal per dag maaltijden gebruikt hebben, terwijl uit archiefdocumenten blijkt dat er 30.000 kippen en 22.500 schapen per jaar werden geslacht. Als iedereen tijdens die massale maaltijden een derde kippetje kreeg was men in negen dagen door de hele jaarvoorraad heen.

Een ander voorbeeld. Als de Turken Rhodos innemen doen ze dat, volgens geschriften uit die tijd, met een leger van 100.000 man waarvan er 43.000 zouden sneuvelen. Zulke getallen kun je nauwelijks serieus nemen als je bedenkt dat het om een kleine stad ging waar hooguit enkele duizenden mensen zich verschuild hadden. De echte vechtersbazen in de stad Rhodos waren de ridders van de Johannieten en dat zijn er enkele honderden, hooguit een paar duizenden geweest. Boom vermeldt wel keurig dat die cijfers uit oude bronnen komen, maar hij lijkt even vergeten te zijn om de lezer te waarschuwen voor het twijfelachtig karakter van de getallen. Later, als de slag bij Mohaç in Hongarije beschreven wordt en er wordt gesproken van een leger van 200.000 man, stelt Boom zich wel de vraag of het aantal niet overdreven is. Het antwoord luidt ja. Zulke aantallen zijn meestal onderdeel van propaganda en werden gebruikt om indruk te maken.

Verder lezend blijkt ook dat Boom juist erg geïnteresseerd is in de onbetrouwbaarheid en opzettelijke verdraaiing van historische feiten. Het wordt één van de best uitgewerkte thema’s van het hele boek. Zo staat hij uitgebreid stil bij de vraag of Wenen in 1529 nu het doel was van Süleyman of dat hij de Habsburgers gewoon eens aan het schrikken wilde maken. Boom laat de experts aan het woord en belicht zo meerdere kanten van wat duidelijk een controversiële historische kwestie is. Zoals een journalist betaamt trekt Boom geen conclusies en blijft hij zoveel mogelijk een onpartijdig toeschouwer. Als lezer kun je wel concluderen dat Süleyman in elk geval niet gedacht heeft dat hij heel Europa bij zijn rijk kon inlijven. Grootheidswaanzin maakte geen deel uit van zijn karakter en de macht die hij uitstraalde was gebaseerd op een realistisch overzicht van zijn militaire en politieke mogelijkheden.

De beste gedeelten uit het boek zijn die over de Europese veldslagen van de Turken. Rhodos is de eerste stap, dan volgen de Hongaarse steden Boeda (nog zonder Pest), Mohaç en Eger. Het Turkse leger rukt op en de legendevorming slaat toe. Boom gaat als een echte correspondent een kijkje nemen in de genoemde steden op zoek naar oude sporen en verhalen. Met name in Hongarije lijdt dat tot interessante vondsten. De Turk leeft er nog voort in het nationale zelfbeeld. De nederlaag bij Mohaç is nog steeds voelbaar in de Hongaarse ziel en de roman De Belegering van Eger van Nobelprijswinnaar Gardonyi is nog steeds verplichte kost op Hongaarse scholen. Zo leeft de geschiedenis door als mythe. En juist dan is het moeilijk om erachter te komen wat er nu feitelijk is gebeurd. Voor nuances of een andere visie op de gebeurtenissen is dan weinig of geen plaats meer. In Bosnië, waar Boom zijn reis beëindigt is die conclusie het pijnlijkst voelbaar. De Turken brachten er de islam en heersten over de Balkan tot in de achttiende eeuw. Nationalisme kleurt de lokale visies op die periode uit de geschiedenis nog altijd hevig. Emoties kunnen daarbij hoog oplopen. De propganda tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië maakte daar ook dankbaar gebruik van.

Nationalisme maakt in zijn hevigste vorm een strikt onderscheid tussen wij en zij. De Turk, de moslim is al snel de ander. In de zestiende eeuw was dat niet anders. Turken waren geen Christenen en hun wreedheid was legendarisch. Boom nuanceert dat oude beeld en heeft veel aandacht voor de weinige Europeanen die daadwerkelijk in contact met de Turken kwamen. Hij gaat uitgebreid in op de verslagen van de gezanten die namens Karel V met Süleyman kwamen onderhandelen. Dat levert boeiende verhalen op.
Boom is voortdurend op zijn hoede om een eenzijdig, Westers gekleurd beeld te schetsen van Süleyman en zijn rijk. Hij probeert dan ook zowel de Europese als Turkse visie op de geschiedenis zo goed mogelijk te belichten. Nuance heeft bij hem alle ruimte en waar controverses bestaan, krijgen we daar alle kanten van te zien. Dat geschiedkundige feiten onderwerp kunnen zijn van discussie is één van de interessantste aspecten van dit boek.

De Grote Turk is een goed leesbare en evenwichtige geschiedenis over een periode waarin het Ottomaanse rijk op zijn hoogtepunt was. Wie meer wil weten kan de uitgebreide website bezoeken: http://www.degroteturk.com/.

De Grote Turk

Auteur: Henk Boom
Verschenen bij: Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
Prijs €21,95

Recensie: De Grote Turk
ISBN: 9789025367640

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt

Verwant

17 november 2010

'.. ons moet wat doen'

17 november 2010

Recensie door: Rein Swart