15 juni 2011

Recensie: De eeuwreiziger – Andrés Neuman

Recensie door: Fred Baggen

Luisterrijke sociaal-historische zedenschets

Op een koude winteravond aan het begin van de negentiende eeuw arriveert Hans, vertaler van beroep, in Wandernburg, een slaperig stadje op de grens tussen Saksen en Pruisen. Hij is op doorreis, en zal de volgende dag meteen weer vertrekken. Tenminste, dat is zijn bedoeling. Het loopt echter anders: op Hans blijkt Wandernburg een mysterieuze aantrekkingskracht uit te oefenen, en hij blijft het moment van vertrek maar uitstellen. Het trage, monotone leven in het stadje zal nooit meer zijn wat het altijd is geweest.

Wandernburg
Steeds is er voor Hans wel een andere reden om nog even in Wandernburg te blijven. Zo is hij in eerste instantie geïntrigeerd door het wonderbaarlijke feit dat het stratenpatroon van het stadje dagelijks lijkt te veranderen. Geen dag gaat voorbij of hij verdwaalt wel ergens tijdens zijn wandelingen die hem door steeg en straat, pad en plein voeren.

Twee dagen nadat hij in Wandernburg is aangekomen maakt hij kennis met een zonderlinge, oude straatmuzikant die een draaiorgeltje bespeelt. Hans maakt een praatje en sluit algauw vriendschap met de oude, verwaarloosde orgelman, die zich gaandeweg ontpopt als een vat vol tegenstrijdigheden: als ongeletterde grossiert hij in wijze levenslessen; ondanks zijn grove voorkomen bedient hij zich van beleefd taalgebruik; hij ‘bewoont’ een kille grot aan de rand van het dennenbos, maar door zijn aanwezigheid is de sfeer er hartverwarmend. De vriendschap tussen Hans en de orgelman wordt steeds hechter.

Met het verstrijken van de tijd leert Hans steeds meer Wandernburgers kennen, zoals meneer Gottlieb, de enige overgebleven patriarch van een vermogende familie. Spontaan nodigt deze Hans uit bij hem thuis op theevisite te komen. Wanneer Hans kennismaakt met Sophie Gottlieb, de dochter van de oude baas, is één ding meteen duidelijk: Hans zal voorlopig geen aanstalten maken Wandernburg te verlaten.

‘De waaier spreidde zich en wapperde heen en weer. Hij schoof ineen en knisperde weer open. Hij wiegde lichtjes en hield plotseling stil. Hij beschreef cirkeltjes die even Sophies mond toonden en onmiddellijk weer verborgen. Hans besefte al snel dat Sophie nu weliswaar zweeg, maar dat haar waaier reageerde op alles wat ze zei. Hij deed zijn best de draad van het gesprek met meneer Gottlieb niet kwijt te raken, maar was ondertussen met al zijn aandacht heimelijk bij het vertalen van de gebaren van de waaier.’

Literaire salon
Voorzichtigjes ontstaat tussen Sophie en Hans een band van wederzijdse fascinatie, al laat de koele Sophie daar in het begin weinig van merken. Maar ze zorgt ervoor dat hij voortaan elke vrijdagmiddag een van de vaste bezoekers is van de door haar georganiseerde Salon, waar geestdriftig wordt gediscussieerd over politiek, filosofie en kunst. Met name een van de andere deelnemers, professor Mietter, reageert regelmatig op de uitspraken van Hans, met wie hij het zelden eens is:

‘Herr Hans, diende professor Mietter hem van repliek zonder zijn kalmte te verliezen, u verwart techniek met decor, of stijl met poëtica. Los van het feit dat u weg bent van het schilderij met het sneeuwlandschap en ik van andere, en natuurlijk niet van dat jachttafereel want dat schilderij is afschuwelijk, daarmee probeert u ons om de tuin te leiden, los van ieders smaak heeft kunst een functie, namelijk het bestuderen van de wereld en niet van de kunstenaar. Aha! ging Hans uitgelaten in de tegenaanval, maar de ‘objectieve’ geschiedschrijvers vergeten dat ze zelf deel uitmaken van de wereld die ze bestuderen!, persoonlijke emoties zijn een onderdeel van de realiteit, die geven er vorm aan! U spreekt uzelf tegen, bestreed professor Mietter hem. Gelukkig, professor, antwoordde Hans, gelukkig is tegenstrijdigheid van invloed op het landschap. Zoals u wilt, verzuchtte de professor, maar u spreekt uzelf voortdurend tegen. U beroept zich met hetzelfde gemak op realisme als op mystiek. U vindt de normen bekrompen, maar u houdt van ellenlang commentaar. Het valt onmogelijk te begrijpen welke principes u erop na houdt. Neemt u me alstublieft niet kwalijk, zei Hans, maar een orthodoxie als die van u is niet voor iedereen weggelegd. Voor mij is tegenstrijdigheid iets heel deugdelijks, die verbindt kwesties die los van elkaar onbegrijpelijk zijn. En duisternis en mysterie lijken me absoluut noodzakelijk voor een schrijver, des te harder zal de rede moeten werken. Spreek ik mezelf tegen? Ik weet het niet, ik houd me aan Schlegel: ‘poëzie is een betoog voor eigen wetten en haar samenstellende delen zijn vrije burgers die zich uit moeten spreken om tot overeenstemming te komen’. Het is wonderlijk, schamperde professor Mietter, dat een rebel als u zo verlicht kan zijn.’

Naast de ‘rebel’ Hans en de protestantse professor Mietter, bestaan de andere deelnemers van de Salon uit een Joods echtpaar, een Spaanse handelaar en een strenggelovige weduwe. En dan is er nog Rudi Wilderhaus. Algauw komt Hans tot zijn ontzetting erachter dat Rudi de verloofde van Sophie is, en hierdoor komen zijn gevoelens voor de gastvrouw van de Salon in een heel ander licht te staan.

Minutieus, bladzijden lang wordt er verslag gedaan van diepgravende bespiegelingen, van gedachtespinsels en opinies over filosofen en dichters die op vrijdagmiddag ter sprake komen. Andrés Neuman vergt met de gedetailleerde verslagen, en met de alinea’s lange citaten van gedichten uit de Romantiek, veel concentratie van de lezer en weet de spanning behoorlijk op te rekken; hij laat de lezer welhaast onderkoeld achter, om hem vervolgens op een amoureuze passage te trakteren die heel even de druk van de ketel haalt.

Geboortegolf van Europa
Het verhaal speelt zich af in Duitsland aan het begin van de negentiende eeuw. De politieke en sociale aardverschuivingen die door de Franse Revolutie en Napoleon in gang zijn gezet, hebben ook Wandernburg niet onberoerd gelaten: hoewel met name het agrarische deel van de bevolking nog in een welhaast feodaal tijdperk verkeert, maakt de industrialisatie opgang, wat grote verschillen in levensstandaard ten gevolge heeft. De aristocratische Duitse adel en de hooggeplaatste ingezetenen van de stad kunnen misschien nog wel overweg met de middenklasse, maar de kloof overbruggen met de laagste rangen en standen is zo goed als uitgesloten. Die worden gezien als het voetvolk en werken zich in het zweet voor weinig meer dan een appel en een ei.

Het mag duidelijk zijn dat de roman, doordat hierin een literair-sociologisch vergrootglas boven Wandernburg wordt gehouden (en meer speciaal, boven de Salonbijeenkomsten van Sophie), op fijnzinnige wijze kritiek uit op ons hedendaagse Europa, waarbij al onze huidige problemen met betrekking tot de (vervaging van de) nationale identiteit, welvaartsverschillen, inadequate samenwerkingsverbanden, angst voor vreemden, de toenemende afstand tussen sociale klassen, en wat dies meer zij, gevangen worden in de lens boven dat kleine stadje, dat lijkt te deinen, op te rijzen uit de eerste, aarzelende golven van een eeuw die sneller dan welke andere eeuw enorme veranderingen in de wereld teweeg heeft gebracht.

Filosofische amourette
Andrés Neuman is een relatief jonge auteur, maar met De eeuwreiziger geeft hij er blijk van zo veel inzicht te hebben in de menselijke psyche, dat alleen al zijn wondermooie, zeer wijdlopige bespiegelingen je ogenblikkelijk doen veronderstellen dat hier een man op leeftijd, een man met levenservaring, ja: met wíjsheid, aan het woord is. Maar in weerwil van deze veronderstelling schreef Neuman deze roman tussen zijn zesentwintigste en eenendertigste. Pagina na pagina bewijst hij inzicht te hebben in sensitieve denkprocessen, en weet die prachtig te verwoorden. Gezien de overdaad aan filosofie waarmee De eeuwreiziger omkleed is, mag het des te opmerkelijker heten dat een auteur van nog geen dertig zijn luisterrijke roman tot zo’n hoogte wist te stuwen.

De veelal bomvolle tekstspiegel verbergt in vaak zeer lange alinea’s ware tekstuele juweeltjes: hetzij rake vergelijkingen, hetzij ogenschijnlijk eenvoudige uitspraken, die bij nadere beschouwing een diepere laag bevatten, en die de zeden schetsen van de gegoede burgerij in een Duits provinciestadje in de eerste decennia van de negentiende eeuw. De mooiste citaten worden evenwel opgetekend uit de mond van de orgelman, die als personage dan wel de nederigste leefomstandigheden krijgt toegewezen, maar de mooiste uitspraken mag doen, bijvoorbeeld wanneer Hans zijn twijfels uitspreekt over zijn alsmaar uitgestelde vertrek uit Wandernburg:

‘(en waarom maak je je daar zo druk om? zei de orgelman, wat is er mis mee dat je blijft?), ik weet niet, ik denk dat ik bang ben om Sophie vaker te zien en dan alsnog weg moet, dat zou erger zijn, nu ben ik nog op tijd, misschien kan ik maar beter verder reizen (maar dat is toch juist liefde? zei de oude man, liefde is gelukkig zijn dat je mag blijven), ik weet het niet zeker, ik heb altijd gedacht dat liefde louter beweging is, een soort reis (en als de liefde op zich al een reis is, redeneerde de oude man, waarom zou je dan zo nodig weg moeten?), goede vraag, nou, om terug te komen bijvoorbeeld, om er zeker van te zijn dat je bent waar je wilt zijn, hoe kun je weten dat je op de juiste plek bent als je nooit ergens anders bent geweest? (ik weet juist dat ik van Wandernburg houd, antwoordde de orgelman, omdat ik er niet weg wil).’

De eeuwreiziger is alleen al door zijn omvang van ruim zeshonderd pagina’s geen boek om snel even uit te lezen. Ook de onderwerpen die aan bod komen, met name de uitweidingen over negentiende-eeuwse dichters en filosofen zijn – hoewel nimmer langweilig – taai genoeg om enig doorzettingsvermogen te vereisen van de lezer. Maar liefhebbers van fijnzinnige, breed uitgesponnen gedachten, romantische landschapsbeschrijvingen en een amourette waarbij je de twee geliefden dicht op de huid zit, komen met De eeuwreiziger beslist aan hun trekken.

Het is, ten slotte, de grote verdienste van vertaalster Corrie Rasink dat zij een dergelijk volumineus boek zo consistent en levendig naar het Nederlands wist om te zetten, dat je als lezer nergens beseft dat het hier een (knappe) vertaling betreft.

Hoe het nu uiteindelijk zit met die steeds veranderende straten? Zoals het hoort bij magisch-realistische elementen, is het… Maar nee, dat mag de lezer zelf ontdekken. De orgelman zegt er het volgende over:

‘O ja, glimlachte Hans, ik heb een kortere route genomen en ben verdwaald. Ik zal je een geheim verklappen, zei de orgelman, luister: weet je wat je moet doen om niet te verdwalen in Wandernburg? Altijd de langste weg nemen.’

De eeuwreiziger

Auteur: Andrés Neuman
Vertaald door: Corrie Rasink
Aantal pagina’s: 620
Verschenen bij: Uitgeverij Athenaeum-Polak & v Gennep
Prijs: € 24.95

Recensie: De eeuwreiziger
Andrés Neuman
ISBN: 9789025367756

1 reactie

  • Astor de Wit schreef:

    De persoonlijke geschiedenis van de schrijver (een Argentijn die in Granada, Spanje woont) speelt ook een rol in dit boek. In een gesprek tussen Hans en Álvaro (De Spaanser Handelaar) zegt deze eerste, dat hij een horloge niet nodig vindt omdat deze toch nooit de tijd weergeeft die hij nodig heeft… “Goh,” zegt Álvaro, “dit is wat je een culturele uitwisseling kan noemen: ik lijk Duitser en jij Spanjaard.”

    (La verdad, contestó Hans, no les veo utilidad a los relojes, nunca marcan la hora que necesito. Bueno, sonrió Álvaro, esto se llama intercambio cultural: yo parezco alemán y tu español.)





 

Meer van :

26 juni 2017

Logboek van een ziener

Over 'Andalusisch logboek' van Stefan Brijs
23 juni 2017

Een disharmonisch tegengeluid

Over 'De wolkenmuzikant' van Ali Bader
22 juni 2017

Een lekker tussendoortje

Over 'De spionne' van Jean Echenoz

Recent

21 juni 2017

Van een fascinerende wispelturigheid

Over 'J.B.W.P.Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink
20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed
16 juni 2017

De lezer blijft peinzend en knikkend achter

Over 'De boom valt op mij' van Ilse Starkenburg
15 juni 2017

Anekdotes en essays

Over 'Vroege werken' van Jan Postma

Verwant