3 februari 2011

De eerste zwaluw – William Maxwell

De eerste zwaluw – William Maxwell

Recensie door Ingrid van der Graaf

Soms gebeurt het dat er ergens onverwacht een pareltje opduikt waarbij je je afvraagt hoe het mogelijk is dat het niet eerder opgemerkt werd. Dat overkwam me bij het lezen van De eerste zwaluw van William Maxwell (1908 – 2000).
De eerste zwaluw is een schrijnende maar tegelijk ook tedere roman, en werd in 1937 uitgegeven. En nu (2010) in het Nederlands vertaald. De roman gaat over de familie Morison; James, Elizabeth en hun zonen Robert en Peter (genoemd Bunny) in het Amerika van 1918. De Eerste Wereldoorlog loopt ten einde en de Spaanse griep heerst alom. Het boek bestaat uit drie chronologisch vertelde verhalen, ingedeeld in boek één, twee en drie.

Het begint op een zondag in november, beschreven vanuit het oogpunt van de achtjarige Bunny. Bunny is net wakker en maakt een inschatting van hoe de dag belooft te worden. Buiten waait de wind om het huis en rukt aan de lindeboom. Bunny heeft, hoewel hij als jongen niet geacht wordt met een pop te slapen, de Indiaanse pop Araminta Culpepper bij zich in bed. Met haar naast zich op het hoofdkussen overpeinst hij, dat als het een heldere dag zou worden, hij naar zondagsschool zou moeten. Weer hetzelfde verhaal aanhoren van Daniel en de leeuwenkuil. En als hij weer thuis zou komen, er vast iemand zou zeggen dat het veel te mooi weer was om binnen te blijven: ‘Dan werd hij het huis uitgejaagd om diep ongelukkig in een bed van bladeren te rollen of te dwalen door de tuin waar nog niets bloeide (…).’
Dan hoorde hij de regendruppels tikkelen die hem ervan overtuigen dat hij niet naar buiten hoeft. Zodra hij beneden zijn moeders stem hoort, komt hij uit bed. Hij begroet zijn moeder uitbundig: ‘Hoe gaat het met u? Hoe gaat het met u, en nog eens, hoe gaat het met u?’

Tot zijn opluchting ziet hij aan de kruimels op tafel dat zijn vader al ontbeten heeft, zodat hij alleen met zijn moeder is. En zo heeft Bunny het graag. Hij hangt aan zijn moeder, zonder dat zij daar aanleiding toe geeft, en wil haar onverdeelde aandacht. Hij is een gevoelig kind die onophoudelijk aan het vertalen is wat de mensen om hem heen zeggen en doen. Alles met het doel zich in de veilige aanwezigheid van zijn moeder te kunnen koesteren.
Maar zijn moeder is zwanger en dan is er ook nog zijn broer Robert, die in de pubertijd zit. Beide omstandigheden eisen de aandacht van zijn moeder op. Hij voorvoelt dat hij niet lang meer moeders lieveling zal zijn. Aan het einde van die zondag gaat het gezin gezamenlijk musiceren op de muziek van The U.S. Field Artillery. Bunny valt in slaap terwijl hij ritmisch met een stok op een bekken slaat. De muziek struikelt en ieder kijkt verstoord op. Dit tot tweemaal toe. Dan roept vader: ‘”In Godsnaam.”
“Ik viel niet in slaap!” Zei Bunny, die dan zo klaarwakker is dat hij zelf gelooft dat hij de waarheid spreekt.
(…) binnenin hem zat een andere kleine jongen (…) die het niet fijn vond als er tegen hem werd geschreeuwd. Die kleine jongen zei: “Krijg zelf de ballen!”‘.

Vader stuurt hem naar bed. Hij probeert de blik van zijn moeder te vangen, hopend op een blijk van verontwaardiging over zijn straf. Maar hij is geschokt als hij ziet dat zijn moeder haar lachen probeert in te houden. Vanaf dat moment begint de wereld van Bunny af te brokkelen. De volgende dag wordt hij ziek, de Spaanse griep,  en krijgt de volle aandacht van zijn moeder.

Ondanks dat de oudere broer Robert door een ongeluk een been verloor, die onder de knie is geamputeerd, is het een doordouwer. Zonder probleem springt hij met een been op een stoel en voetbalt hij energiek. Een type Tom Saywer, die continu  zijn broertje becommentarieert. Maar hij is ook gevoelig van aard. Hij wil zijn moeder beschermen tegen de Spaanse griep. Wanneer zijn moeder, die het verboden is de kamer van zijn zieke broertje te betreden, dit verbod negeert, voelt Robert dat hij tekort geschoten is. Zijn moeder ziek en ook zijn vader worden ziek. Wanneer Bunny weer beter is gaan ze naar het ziekenhuis. De baby komt daar ter wereld en kort daarna sterft Elizabeth, de moeder, aan een dubbele longontsteking. De jongens worden ondergebracht bij een tante en daar wordt Robert ziek.

Het bijzondere van deze roman is dat aan de hoofdpersoon, Elizabeth, geen enkel hoofdstuk is gewijd. Krijg je in het eerste deel in de indruk dat Bunny de hoofdpersoon van de roman is, dan komt in het tweede deel Robert naar voren, waarna in deel drie de vader aan bod komt. Maar over de moeder geen woord. Alles wat de lezer over haar te weten komt is vanuit het gezichtsveld en de emoties van de drie voorgaande. Elizabeth is de hoofdfiguur, om haar draait alles. Zij maakte voor hen de wereld overzichtelijk.
Het is niet voor niets dat Maxwell de titel ontleende aan een gedicht van W.B. Yeats: They came like swallows, hieronder in de vertaling van Gerlof Janzen.

Als zwaluwen zijn ze gekomen en gegaan,
Toch kan een vrouw met sterke wil
Een zwaluw houden aan ’t doel van zijn bestaan;
En een half dozijn dat in formatie vloog,
Naar een bepaalde windstreek wervelend,
Vond zijn koers in de dromerige hemelboog …

Na het overlijden van de hoofdpersoon lijkt het gezin uiteen te vallen. James, de vader, is het zwaar te moede, nu zijn geliefde vrouw is weggevallen. Hij weet niet wat hij aan moet met de kinderen, het waren vooral Elizabeths kinderen.
‘Hij voelde dat het anders zou zijn geweest als hij niet gedaan had wat zij wilde dat hij deed. Want het was Elizabeth die had bepaald welke vorm zijn leven zou aannemen, vanaf het allereerste moment dat hij haar gezien had.’

Maxwell verplaatst zich op een realistische wijze in het gedachtegoed van een acht- en dertienjarige jongen zonder ergens onecht te worden. Opmerkelijk is dat deze roman uit 1937 nog zo actueel overkomt. De roman is heel dicht op de huid van de schrijver geschreven. In 1918 verloor Maxwell zijn moeder aan de Spaanse griep. In heel zijn oeuvre speelt het verlies van een moeder een grote rol. Naast thema’s als liefde en verraad, is het moederschap een veel voorkomend thema in de literatuur. Het is een prachtig boek

 

 

De eerste zwaluw
William Maxwell
Vertaling door: Gerlof Janzen
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
Prijs: € 18,90

Meer van Ingrid van der Graaf:

29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 april 2017

Tijdschrift voor vertalers met verrassende opbrengst

Over 'Tijdschrift PLUK - De oogst van nieuwe vertalers' van Onder redactie van o.a. Anne Folkertsma, Betty Klaasse, Barbara de Lange, Anne Lopes Michielsen, Lisa Thunnissen
10 april 2017

De Duivelsverzen als vertrekpunt

Over 'Altijd Augustus' van Maria Barnas

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

3 februari 2011

Archaïsche roman over het naoorlogse Wenen

Over 'Het verborgen stadspaleis' van William Maxwell
3 februari 2011

Recensie door: Rein Swart

Over 'Recensie: Lucifer onder de Linden ' van William Maxwell
3 februari 2011

Zonder zang vaart niemand wel

Over 'Maar zingend ' van William Maxwell