Charlotte Mutsaers – Harnas van Hansaplast

Pleidooi voor onaangepastheid

Recensie door Hans Muiderman

De schrijfster met haar zus in een enorm bovenhuis. Duistere gangen, een koele kelder en een koninklijk balkon. In overalls struinen ze rond. Af en toe kijkt ze je aan en vertelt losjes haar verhaal. Soms neemt ze de tijd, de wc is daarvoor de beste plek, en filosofeert erop los.

Charlotte Mutsaers, schrijfster van romans en essays en ook beeldend kunstenaar heeft een uitgebreid en divers oeuvre waarvoor ze in 2010 de P.C. Hooft-prijs ontving.

Haar roman Harnas van Hansaplast leest alsof je een familieportret bekijkt met Mutsaers en haar broer Barend in het midden. Het verhaal wordt verteld in (korte) hoofdstukken waarin de schrijfster en haar zus het huis van de familie leegruimen. Alle ruimten passeren ze: van keukentje tot sterfkamer en van bibliotheek tot wc. Mutsaers wil met die zoektocht vat krijgen op de eenzaamheid in het leven van haar broer Barend om ‘nooit in dezelfde kuil te vallen.’
Een dode broer als aanleiding voor een zelfhulpboek, lijkt het aanvankelijk. Het huis, de enorme rommel onder dikke lagen stof, de kamers en de onaangename geur als metafoor voor een heel leven.

Mutsaers schrijft – ‘vertelt’ is een beter woord – in een vanzelf-sprekende stijl met de nodige zelfspot. In het begin van het verhaal schetst ze het einde van de boedelruiming. Samen met haar zus zet ze twee schilderijen bij het grofvuil. ‘Mijn meer dan levensgrote moeder [..] en mijn meer dan levensgrote vader.’ Beide schilderijen met zware gipsen lijsten bedekt met bladgoud. Maar ze twijfelt, portretten van je overleden ouders zet je niet op straat. ‘Als mijn eigen portret na mijn dood bij de vuilnis zou worden gepleurd, zou ik dat nauwelijks overleven.’

Vaak is haar toon heel direct. Nadat ze door haar moeder ter verantwoording is geroepen omdat er nog steeds geen kleinkind is en dat dit, volgens haar moeder, de oorzaak is van haar bleekheid, schrijft ze: ‘Dat van dat kind, nu ja. Dat van die man, getteget. Dat van die bleekheid, grrr.’ Maar daartegenover gebruikt ze ook ‘deftige’ woorden als dolichocefaal, claviger en anhedonie. Als ze zich het gesprek met haar broer over zijn gebit – ‘een goor winterlandschap met stipjes vuile sneeuw’ – herinnert en ze met haar tong langs haar mondholte gaat, dan heet haar gehemelte ‘palatum’.
Ze toont niet alleen de tegenstellingen in haar eigen karakter, ‘van buiten een bieteklauw maar van binnen boterzacht en kneedbaar’, haar hang naar veiligheid en avontuur, maar ook die bij haar broer, een vereenzaamd genie, ‘een mix van een beschaafde junk en een sjofele edelman.’ Wanneer is een mens rechtschapen en wanneer neemt hij een pose aan, wanneer is hij oorspronkelijk en wanneer aangepast? Vragen die de schrijfster zich voortdurend stelt. Ze geeft ook zelf het antwoord. ‘Toch kan het niet genoeg worden gewaardeerd als iemand de moed opbrengt zijn eigen weg te gaan.’ En zittend op de wc, ‘op de plee ga ik lekker de tijd nemen’ filosofeert ze verder over haar jeugd en haar ambities uit die tijd met haar broer Barend voortdurend op de achtergrond. Als je echt wat van het leven wilt maken, is een dubbelzinnige kijk op je verhouding met de werkelijkheid onvermijdelijk. ‘Pas op de rand van het ravijn kan het gevoel opkomen dat men boven zichzelf wordt uitgetild,’ concludeert ze. Haar broer stortte erin.

‘Een huis heeft grote invloed op je denken. Je onderwerpen worden verdeeld over het aantal kamers dat er is,’ schreef Gerrit Komrij die door Mutsaers wordt geciteerd. Ze vreest dat die opvatting voor haar broer fataal is geweest. ‘Zijn kamers bestonden in zijn gedachten alleen maar nog als zaken die hem konden worden afgenomen.’ Zo raakte haar broer ontheemd en ze is benieuwd hoe de terugkeer naar het huis in haar eigen brein zal uitwerken. Ze beseft dat ‘het huis wel eens schuw zou kunnen zijn’ doordat het alleen maar betreden werd door haar broer. Zo geeft ze het huis menselijke eigenschappen mee.
Ze gebruikt de ruimten in het huis als aanjaagmotor voor haar herinnering.  En wat daarop volgt is ontzetting, plezier, het verdriet en aanzetten tot verwerking. Niet alleen over haar broer Barend, maar ook over de ouder-kinderliefde en haar moeder die in het boudoir de schrijfster confronteerde met haar visie op het leven. Hoe verder het verhaal vordert des te kleiner de ruimten zijn die ‘onderzocht’ worden. Van enorme bibliotheek naar wc, boekenkist, broodtrommel en uiteindelijk het apostelkastje.
En als lezer zoek je met haar mee, steeds preciezer op een steeds kleinere oppervlakte, naar het karakter en de manier van denken van haar broer. Met het einde van die zoektocht pakt Mutsaers de lezer bij de kladden. Niet alleen met het opmaken van de eindafrekening van haar familie, maar ook met dit overtuigende pleidooi voor onaangepastheid.

 

Omslag Harnas van Hansaplast - Charlotte Mutsaers
Harnas van Hansaplast
Charlotte Mutsaers
Verschenen bij: Das Mag Uitgeverij B.V.
ISBN: 9789492478450
306 pagina's
Prijs: € 20,99

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Hans Muiderman:

Geen Blow-up-gevoel

Over 'Van licht en donker' van Anton Dautzenberg & Diederik Stapel

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale