16 september 2011

Literair slow food voor de fijnproever

Recensie door: Machiel Jansen

Recensie door Machiel Jansen

Het lezen van boeken kun je vergelijken met het eten van voedsel. Misschien niet de oudste maar wel de bekendste vergelijking is die van Francis Bacon uit 1625. In zijn korte essay On Studies merkt hij op dat sommige boeken er zijn om geproefd, anderen om doorgeslikt en een paar om gekauwd en verteerd te worden. Deze zin is al zo vaak geciteerd dat het gevaar dreigt dat elk nieuw citaat iets afdoet aan de oorspronkelijke smaak en de vergelijking verder uitkauwt. Een cliché ontstaat immers door een van oorsprong originele gedachte te pas en te onpas te herhalen totdat alle glans verdwenen is en alleen de doffe uitstraling van alledaagsheid over is gebleven.

Maar in dit geval neem ik het risico op de inflatie van Bacons gedachte, alleen al omdat voedsel zo’n belangrijke rol speelt in het nieuwe boek van Mathijs Deen, Brutus heeft honger. Tegen de ongeduldige internetlezer die het liefst een tekst ziet beginnen met de conclusie, kan ik dan nu zeggen dat Deens boek gemakkelijk in korte tijd te verslinden is maar veel beter tot zijn recht komt door het te beschouwen als een verzameling amuses. Kortom, Brutus heeft honger is literair slow food en bevat genoeg om te genieten voor de fijnproever.

Mathijs Deen is medewerker en presentator van het VPRO geschiedenis programma OVT, dat elke zondagochtend op radio 1 te beluisteren is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat geschiedenis een belangrijke rol speelt in dit boek. Daarbij is Deen niet geïnteresseerd in het grote en meeslepende verhaal, maar juist in het uiterst kleine, hoogst persoonlijke moment. Deen schrijft miniaturen, schetsen die de geschiedenis heel even tot leven proberen te wekken. Het zijn plotloze verhalen die elk een stemming proberen te beschrijven.

Brutus heeft honger bevat 44 zeer korte verhalen. Ze passen elk op minder dan twee kleine pagina’s en ademen vaak iets wat ik bij gebrek aan beter maar verstilde berusting noem. De geschiedenis doet dienst als achtergrond maar is in al zijn grootsheid nadrukkelijk aanwezig. Deen richt zich echter op het kleine, het persoonlijke en zet dit af tegen het grote decor van de geschiedenis. De titel van elk verhaal is opgebouwd uit iets eet- of drinkbaars, een plaats- en een tijdsaanduiding. Chronologisch volgen we zo een spoor van etenswaren in de wereldgeschiedenis, waarbij we grote stappen nemen, om bij elk verhaal even verstild te staan bij een klein moment dat een miniem onderdeel vormt van een veel groter, historisch tijdperk.

We beginnen en eindigen met appels, die hier aanleiding zijn tot eenzame en treurige overpeinzingen. Eerst bij een god die in het begin de mens schept om gezelschap te hebben en door een ellendige appel weer alleen achter blijft. In het laatste hoofdstuk is het niet een god maar een oude tuinbaas die treurt bij de appelboom in zijn tuin die zojuist door de bliksem verwoest is. Het was de boom van zijn vrouw die er niet meer is om de laatste appels te eten. Ook op die manier kan een paradijs eindigen.

Voedsel wordt lang niet in alle verhalen gegeten vanwege de honger. Brutus, de moordenaar van Julius Caesar, mag dan honger hebben en onophoudelijk eten, maar hij doet dat uit een onrustig schuldgevoel dat de verraderlijke moord bij hem heeft achter gelaten.

Maar voor veel van de personen in Deens verhalen is het voedsel bijzaak of speelt een andere rol dan die van een eenvoudige doch voedzame maaltijd. Zo kauwt de anonieme Romeinse ooggetuige van de zenuwen op laurierblad als hij ziet hoe de Romeinse keizer Commodus (161-192) zich in de arena belachelijk maakt. En in 1672 (het Rampjaar) slaat een tamboer uit het leger van de bisschop van Munster een mandje eieren met zijn trommelstok stuk om de inwoners van een belegerde stad te laten weten dat zij op die manier verpletterd zullen worden. Oranje sinaasappels worden in 1688 in Londen uitgedeeld door koning Willem III, niet omdat ze voedzaam zijn, maar omdat ze naar zijn naam verwijzen.

Voedsel smaakt ook niet altijd. In het hoofdstuk Jan in de zak, Den Haag 1672, eet de boerenzoon Thijs het door zijn moeder klaargemaakte Jan in de Zak (een koek van boekweitmeel, muskaatnoot, krenten) met stroop. Dat smaakt niet zoals je zou verwachten. Thijs heeft eerder die dag namelijk meegedaan aan de uitzinnig gruwelijke moord op de gebroeders de Wit waarbij de twee lijken door een menigte monsterlijk werden mishandeld. In een moment van wrede extase is Thijs zo gek geweest een oog uit één van de twee hoofden te rukken en het tot hilariteit van de menigte door te slikken. Thuis en enigszins tot rust gekomen begint Thijs’ innerlijk op te spelen en komt het oog samen met Jan in de Zak onverteerd weer naar buiten. Het verhaal eindigt met de zin: ‘De hond lag verderop ergens op te kauwen.’

Omdat de verhalen zo kort zijn moet de context, de historische achtergrond zo snel mogelijk duidelijk gemaakt worden. Dat lukt meestal goed, al helpt het als de lezer thuis is in de wereldgeschiedenis. Trouwe luisteraars van OVT zullen daar weinig moeite mee hebben. Wie Herodotus’ prachtige Historiën heeft gelezen, begrijpt het verhaal van de kwartel etende bezoeker (Herodotus zelf) aan het Egyptische Thebe in 430 voor Christus een stuk beter. Of misschien is ‘begrijpen’ hier niet het juiste woord. Het beschreven moment wordt intiemer als je Herodotus kent, en de enige manier om hem vandaag de dag te leren kennen is door zijn boek te lezen.

En over wie gaat het verhaal Thee, San Terenzo 1822?
‘Hij stond naar zichzelf te kijken in de glanzende lak van zijn jacht. Die grote blauwe ogen, dat kleine meisjeshoofd. Opnieuw die droom waarin alles nog moest gebeuren; de tocht naar Pisa, de storm, zijn onherkenbare lichaam aangespoeld op het strand van Viareggio.’

Deen geeft niet het antwoord, wel nog wat aanwijzingen, maar laat het verder aan de lezer om uit te vinden dat het hier om Percy Byshhe Shelley gaat, de Engelse, romantische dichter die op 29-jarige leeftijd in zijn boot op volle, Italiaanse zee om het leven kwam. Maar verreweg de meeste verhalen zijn geen puzzels waar de lezer met kennis van de geschiedenis zijn belezenheid kan toetsen. Bijna alle verhalen bevinden zich op het snijvlak van kennis en gevoel waarbij het met de toegankelijkheid van die kennis reuze meevalt. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Coenraad uit Wassenaar die in 1823 met Napoleon naar Rusland trekt en voor het vee zorgt. Het Franse leger loopt zich stuk op de meer dan barre winter en Coenraad ziet zijn koeien door het ijs zakken en verdrinken. De zo bekende, grote nederlaag wordt hier in enkele korte zinnen persoonlijk voelbaar gemaakt als Deen schrijft: ‘Toen was niets meer zoals thuis. Coenraad werd een hongerend dier. Struikelde een paard, dan vocht hij op de opengescheurde buik om de warme ingewanden.’

Het zijn dergelijke verhalen waar Deens aanpak het beste werkt en waarin een kruimel van de geschiedenis voelbaar wordt. Heel soms heeft hij de behoefte de historische feiten uit te gaan leggen. Dat doet hij bijvoorbeeld in Waterzooi, Gent 1555. Omdat in het zeer korte verhaal maar liefst drie historische personen een rol spelen, wordt de geschiedenis in plaats van decor even hoofdpersoon. Deen beschrijft het ongemakkelijke gezelschap van Philips II, zijn vader keizer Karel V en de jonge Willem van Oranje. Later zullen Philips en Willem vijanden worden wanneer de Nederlanden in opstand komen tegen het Habsburgse gezag. Deen zinspeelt op dit toekomstige conflict en introduceert de personen met didactisch verantwoorde zinnen als: ‘Karel heeft gisteren in Brussel afstand gedaan van de macht en is nu in Gent, zijn geboortestad.’ Het verhaal maakt daardoor een wat knullige, schoolmeesterachtige indruk maar vormt daarin gelukkig een uitzondering. Het lijkt erop dat Deen hier de fout maakt de geschiedenis teveel naar voren te willen halen. Waar de geschiedenis decor blijft en zijn schaduw over de diepst persoonlijke momenten laat vallen, zijn de verhalen op hun sterkst.
Deen zoekt de verstilde berusting door eenvoudige, soms bijna poëtisch aandoende zinnen die nergens te groot of pompeus worden. Een enkele keer deed hij me aan Nescio denken.

‘Er zijn geen woorden voor de boerenzoon, op zondag met zijn nicht aan het strand. Hij staat naast haar en zoekt naar woorden om te zeggen hoe lief hij haar heeft, of desnoods hoe de zee daar ligt in de warme bries en de onbewolkte zomer en hoe raar blauw het water is.’

Ten slotte de vraag of er ook een lijn in de verhalen te ontdekken valt. Ik ben bang dat ik het antwoord schuldig moet blijven. Alleen de verhalen uit de bezettingsjaren vertonen een voor mij duidelijk zichtbare lijn. Ze spelen zich af in huis Verwolde, waar tijdens de bezetting het Scheveningse sanatorium gevestigd was. De aanwezigheid van TBC patiënten zorgden ervoor dat de Duitsers er weg bleven. Deen gebruikt dit decor in een aantal verhalen en ook de tuinbaas uit het laatste verhaal lijkt hiermee in verband te staan.

Er is behoorlijk wat te genieten in Brutus heeft honger, zeker voor wie de tijd neemt om deze korte, plotloze verhalen tot zich te nemen. De lengte van de verhalen en de weinige bladzijden zijn wat dat betreft bedrieglijk. Deen weet juist die kleine momenten te vangen die bij het navertellen van de geschiedenis altijd verloren zullen gaan. Ook kruimels kunnen voedzaam zijn.

 

Brutus heeft honger

Auteur: Mathijs Deen
Verschenen bij: Uitgeverij Thomas Rap
Aantal pagina’s: 96
Prijs: €13,90

Literair slow food voor de fijnproever
ISBN: 9789060058213

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef

Verwant

16 september 2011

Recensie door: Laura Schans

16 september 2011

Waarachtige herinnering