18 mei 2010

Recensie: Bij eb is je eiland groter – K. Michel

Recensie door: Albert Hogeweij

Recensie door Albert Hogeweij

Werd uit z’n vorige dichtbundel Kleur de schaduwen de mooiste zin, ‘Zonder noorden komt niemand thuis’, door schrijfster Nelleke Noordervliet ingepikt en gebruikt als titel voor haar eigen boek, de nieuwe en vijfde gedichtenbundel van K. Michel kreeg van zijn schepper dit maal zelf de mooiste zin als titel mee: Bij eb is je eiland groter. Die titel staat natuurlijk als een huis en is het waard om op gevels van pakhuizen te gaan prijken. In zijn speelse diepzinnig- en monterheid is het een typische K. Michel-titel, en de kwalificatie ‘typisch K. Michel’ mag voor de hele bundel gelden.

De productiefste dichter zal hij wel nooit worden ? tussen zijn dichtbundels zit gemiddeld een jaar of vijf – een herkenbare toon bezit hij intussen wel: lichtvoetige gedachten gepaard aan beheerste en concrete dictie. Wat dat aangaat doet het soms denken aan de schilderijen van René Magritte. Van huis uit is K. Michel filosoof en van het denken lijkt hij evenzeer te genieten als dat het hem blijft verbazen. Want geen antwoord is te goed of er komt een nog betere vraag uit voort. En zijn gedichten vormen de weerslag van de verwondering. Maar omdat K. Michel aan vaagheid een broertje dood heeft, wordt het allemaal in dartele frisheid verwoord. Wijsheid (‘een blinde vlek komt tevoorschijn / door er iets in te laten verdwijnen’) en flauwheid ( ‘stik, ik ben vergeten een ladder / te plaatsen tegen de windroos’) wisselen elkaar af, maar beide worden door een zelfde soort speelse, associërende toon voortgestuwd. Waarbij het toeval op het moment dat het er met de verbeelding vandoor lijkt te gaan, altijd nog door de dichter op tijd wordt betrapt.

De gedichten zijn minder vaak kort dan lang, maar laten zich in een vaart lezen. Of de versregels nu kort of lang zijn, ze hebben altijd de juiste ritmiek, zodat ze het rijm niet van node hebben om zich van prozaregels te onderscheiden. De dichter lijkt het dan misschien van spitsvondige gedachten en ludieke invalletjes te moeten hebben, in het juiste woord op de juiste plaats is niet minder geïnvesteerd. Waar over de hedendaagse roman wel eens de klaagzang wordt geheven dat het leven van de straat er niet in zou doorklinken, kun je aan de gedichten van K. Michel goed merken dat ze geschreven zijn door een filosoof die liever door de wereld wandelt dan dat hij zijn hersenspinsels laat koesteren in de lichtbundel van zijn bureaulamp. Zo stuit je zomaar op een onvergetelijke typering van onze demissionaire minister-president in het gedicht Brief over het regeringsbeleid aan mijn vader die zich zoals iedere september in de bergen heeft teruggetrokken:

Solide oplossingen vragen tijd
Regelvermindering schept ruimte
Deze ingrepen doen mogelijk pijn en
Zijn zeker geen sigaar uit eigen doos

Vertrouwen vraagt vertrouwen
Dus kan het mag het absoluut niet
Zo zijn dat je zelf de zak draagt
Maar je buurman een ezel noemt

Cultuur verrijkt eenieders leven
Sport versterkt wederzijds de banden
Maar naast rechten gelden plichten
Een ieder moet zijn eigen broek ophouden.

Vader, tot zover

In stokregels het najaarsbeleid
Nog een laatste noot over
Het hoofd van de regering

Kijk je diep in zijn ogen
Dan zie je: het rad draait
Maar de hamster is afwezig.

Dit gedicht is overigens een van de drie gedichten in deze 28 gedichtenrijke bundel dat in een andere vorm eerder verscheen in de bundel In een handpalm die essays, verhalen en enige gedichten bevatte. Daarin vereeuwigt een dergelijk Balkenende-gedicht niet alleen ’s mans clichés maar ook diens woordverhaspelingen.

K. Michel zijn gedichten zijn zeker niet voor één gat te vangen. Misschien heeft het ermee te maken dat twee gedichten in deze bundel op biologen (Tijs Goldschmidt en Dick Hillenius) zijn geïnspireerd dat in deze bundel ook een gedicht, Voor het vertrek geheten, staat waarin zelfs het gras een stem heeft gekregen. Het gedicht is een soort dagboek, logboek en maakt ons deelgenoot van de revolutionaire gedachten die er gisten in het gras wanneer het geconfronteerd wordt met de gevreesde terugkomst van de koeien in het voorjaar:

‘Woensdag:
Iedereen ziet de terugkeer van de koeien
met vreze tegemoet; het ruk- en trekwerk
de hoempa van hun passen, het domme
domme boe, het royale schijtpissen.’

Omdat het gras ter ore is gekomen dat op de pampa’s en de verre steppen de grassen in vrijheid leven, beraamt het een plan om er van tussen te gaan. ‘Wij bespreken het plan. / Wij dromen van Mongolië.’

Dit gedicht kent geen strofen, maar in plaats daarvan laat het zich ordenen door de zeven dagen van de week op te sommen. In de gedichten van K. Michel lijkt het er hier en daar soms flink op los te gaan, voor de samenhang, de coherentie heeft de dichter echter wel vooraf zorg gedragen. Die samenhang wordt niet bewerkstelligd door middel van de ouderwetse poëtische lapmiddelen als rijmschema’s en rijmvormen, maar veelal door zelf bedachte retorische oplossingen. Zo wordt in het gedicht Staande golf een eenheid gecreëerd door diverse groepjes zinnen te laten aanvangen met het woord ‘verdiept’:

‘Verdiept
in het rollen van een bal
in het gesjouw van mieren
tussen de stenen
in het vallen van een gum
de zijwaartse sprongen
verdiept
in de schaafwond op je knie
in het schillen van een appel
(…).’

Om een paar ‘verdiepingen’ verder te eindigen met de prachtige regels:

‘(..) blijk je zomaar ineens / te zitten in de schaduw van een boom / die je als takje hebt meegenomen uit de tuin van je jeugd.’

Elders nummert K. Michel simpelweg de regels. Omdat het een gedicht betreft over de diverse stadia van de windkracht, staan de getallen 1 tot en met 12 ook voor de bijbehorende windkracht.

Een op het eerste oog apart gedicht is Marx ging naar Zaltbommel, gebaseerd op het historische bezoek van Karl Marx aan die stad, waarvan de eerste regel luidt: ‘Marx ging naar Zaltbommel om zijn oom te zien.’ Wie hier nog denkt dat er een pastiche zal volgen op Nijhoffs Moeder de vrouw, wordt in de tweede zin al meteen gewaarschuwd: ‘Zaltbommel ligt aan een rivier die de Waal heet.’ En de derde zin is: ‘Zijn oom was de man van de zus van zijn moeder.’ De vierde zin gaat dan: ‘De man beheerde haar financiële zaken.’

Het is op deze manier verleidelijk het hele vers te citeren, maar daarvoor is het te lang. Doordat op iedere versregel een witregel volgt, krijgt de schoolopstelachtige toon iets bezwerends als een pianostuk van Satie. Maar tussen die houterige toon, kabbelt iets heel subtiels: de volgende regel herhaalt iets uit de vorige regel en rijgt zich zo aan het geheel, dat gaandeweg iets van een grote rivier krijgt. Een rivier die zich traag voortbeweegt en zijn weg zoekt door een landschap. Het einde van dit trage gedicht heeft Marx dan ook op de kade achtergelaten. De rivier gaat alleen verder:

‘Het water zoekt en volgt de laagste weg.

Voorwaarts naar zee naar zee en verder.

Het wassende water sleept alle bootjes mee.’

Een gedicht dat na lezing lang zal blijven hangen. Niet ieder gedicht uit deze bundel zal dat in gelijke mate doen, maar ook niet ieder gedicht lijkt met dat doel geschreven. De wat mindere gedichten vormen overigens een kleine minderheid waarvan mij de kans groter lijkt dat ze meer zullen winnen bij latere lezing dan dat de betere gedichten aan waardering zullen gaan verliezen. Lezen van zijn gedichten verfrist toch altijd weer de binnenkant van je hersenpan. Was K. Michel een Nederlandse voetballer, dan stond hij geheid bij een buitenlandse topclub onder contract. Al met al verrast deze bundel in vergelijking tot zijn eerder werk niet vanwege het niveau, maar vanwege de titel. De vorige moesten het met mindere titels doen.

Bij eb is je eiland groter

Auteur: K. Michel
Verschenen bij: Uitgeverij Augustus (april 2010)
Prijs: € 17,90

Recensie: Bij eb is je eiland groter
K. Michel
ISBN: 9789045704203

Meer van Albert Hogeweij:

18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
2 februari 2017

Vormvast en elegant van stijl

Over 'Viviane Élisabeth Fauville' van Julia Deck

Recent

25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

Over 'Kolonel Chabert' van Honoré de Balzac
24 september 2017

What's in a design

Over 'Kluger Hans' van Redactie o.a. Jonas Vanderschueren, Anton Steen, Dorien De Vylder,
22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

Over 'Trilogie van een beginnend schrijverschap' van Patrick Modiano
21 september 2017

Waar het surrealisme binnen dendert

Over 'Duizend vaders' van Nhung Dam
20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Over 'De bekentenis van de leeuwin' van Mia Couto