20 juni 2010

Bert Haanstra, Filmer van Nederland – Hans Schoots

Terdege stukje Nederlandse filmgeschiedenis

Recensie door Ingrid van der Graaf

Filmhistoricus Hans Schoots promoveerde in 2009 op de dissertatie Bert Haanstra, Filmer van Nederland, bij de Faculteit der Geesteswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. De dissertatie werd tegelijkertijd als handelseditie uitgegeven bij Uitgeverij Mets & Schilt. Daar deze uitgeverij ter ziele ging, is het nu verkrijgbaar bij Uitgeverij Balans te Amsterdam, die het als biografie aanbiedt. Voorheen heeft Schoots zich met succes gewijd aan de lijvige biografie, Gevaarlijk leven, Een biografie van Joris Ivens (1995, genomineerd voor de Gouden Uil 1996 ).

In het voorwoord waarschuwt Hans Schoots de lezer echter dat de studie naar het leven en werk van Bert Haanstra wel riekt naar een verhalende biografie maar dat het dat dus niet is. Hij heeft niet beoogd een levensverhaal te schrijven. Het is hem te doen om het werk van Haanstra. Niet om de man die achter dat werk schuil ging. En dat is hem goed gelukt. Bert Haanstra, Filmer van Nederland is een prachtige studie geworden over de ontwikkeling van de Nederlandse film. Dat het uiteindelijk moeilijk is deze gedachte zuiver te houden als er tegelijkertijd veel persoonlijk materiaal wordt aangedragen, blijkt uit het omvangrijke en op twee benen hinkende boek waarin het een: het werk van Haanstra en twee: de persoon Haanstra niet met elkaar verenigd kunnen worden omdat de schrijver dit zo besloten heeft. Als historicus richt Schoots zich op de invloed van Bert Haanstra in de filmwereld in de naoorlogse jaren en de omstandigheden onder welke zijn films en documentaires vorm kregen. Welke invloeden daar toe bijgedragen hebben en wat Haanstra heeft nagelaten aan de nieuwe generatie filmers. De drijfveer van Haanstra blijft door Schoots onuitgesproken. Haanstra zelf gaf zich bloot met de uitspraak: ‘Ik heb nooit overgelopen van zelfvertrouwen. Dat ik toch al die films heb gemaakt komt vooral door de bezetenheid om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken, niet door het besef dat ik het zo goed kan.’ (p. 55).

In vijftien hoofdstukken geeft Hans Schoots een beeld van het milieu waar Haanstra in opgroeide, een overzicht van de films die Haanstra maakte, hoe ze tot stand kwamen en ontvangen werden bij pers en publiek. Een groot deel is gewijd aan reacties en acties van collega-filmers en studenten van de filmacademie in de jaren zestig/zeventig.
Bert Haanstra, (1916 ? 1997) was een autodidact die tot geen enkel school behoorde en als enige collega-filmers de Franse Tati en de Britse Grierson bewonderde. Haanstra groeide op in Goor. Hij was de derde jongen uit een kunst- en muziekminnend gezin met vier zonen. Zijn eerste kennismaking met film was tijdens zijn middelbare schooltijd. Elke zondag werd er in de sociëteit van Goor, een film gedraaid. Coen Betzhold was de plaatselijke operateur. Deze man maakte hem tot assistent met de taak door een raampje de zaal in te kijken en de scherpte van het beeld te beoordelen en de operateur een seintje te geven wanneer de filmrol gewisseld moest worden. Haanstra beschouwde deze operateur als iemand die een belangrijke rol heeft gespeeld op zijn weg naar de film. Op vijftienjarige leeftijd heef hij al de wens om filmer te worden. Zijn plan om dit te bereiken luidde als volgt: ‘(…) als ik begin fotograaf te worden, kan ik wellicht in de persfotografie terecht komen en zal dan van tijd tot tijd op die actualiteiten aanwezig zijn waar het Polygoonjournaal ook z’n opnamen maakt. (…) Daar zou ik de cameramensen kunnen leren kennen en te weten komen hoe ik bij het filmbedrijf zou kunnen gaan werken.’

Na een mislukte opleiding aan de kweekschool, die hij bezoekt omwille van zijn vader die in het onderwijs zit, treedt hij in de zomer van 1933 als leerling in dienst bij Staals Twentsche Fotohandel te Hengelo. Zijn voornaamste werk is het ontwikkelen en afdrukken van amateurfoto’s. In 1934 maakt de net achttienjarige Haanstra zijn eerste, zij het commerciële filmpje, dat vertoond wordt op openbare scholen. Vanaf zijn achttiende gaat hij op kamers in Amsterdam en vindt een baantje als onbezoldigd leerling bij Foto Varia. Op 18 november 1934 wordt zijn eerste persfoto gepubliceerd op de fotopagina van het Algemeen Dagblad. Na diverse wisselende werkgevers of partners in de fotografie, wil hij uiteindelijk meer zekerheid in zijn bestaan en wordt hij in 1939 assistent tekenaar bij het GEB Amsterdam.
Begin 1942 ontmoet hij Nita Wijtmans met wie hij in 1944 trouwt, hij is dan 28 jaar. Samen krijgen zij twee zoons.

Zonder dat Haanstra enig noemenswaardige filmervaring heeft, maakt hij in 1947 in samenwerking met Paul Bruno Schreiber, een in de oorlogsjaren naar Nederland gevluchte Duitse regisseur de film Myrte. Schreiber hield er een tergend trage en lakse manier van werken op na die Haanstra tot wanhoop dreef en zijn temperament deed gelden: dit uitte zich in zenuwaanvallen en woede-uitbarstingen. Kijk, dat zegt wat over de persoon. Haanstra bleek een man met sterk wisselende stemmingen. Ondanks zijn lankmoedige en milde uitstraling voor de buitenwereld kon hij zijn medewerkers flink schofferen en demotiveren met zijn opmerkingen. Na afloop scheen hij dan wel steeds zijn verontschuldigingen aan te bieden.

Haanstra maakte meer dan zestig films en had een voorliefde voor de filmmontage. Op dat gebied was hij volgens Hans Schoots een wereldtalent. Opvallend is dat Haanstra na de jaren vijftig amper naar de bioscoop ging en dat hij, toen hij in de jaren negentig gevraagd werd naar zijn persoonlijke filmtoptien, hij Chaplin’s Modern Times (1936), Frank Capra’s It’s a wonderful life (1946) en Jean Cocteaus Les parents terribles (1948) noemde.

Na het lezen van het omvangrijke boek kom je tot de ontdekking dat Haanstra een ‘einzelgänger’ was, vooral niet geëngageerd was, en geen ‘statement’ had.
In de jaren zeventig kreeg Haanstra het daarom zwaar te verduren toen hij door de jongere generatie filmers, waaronder Pim de la Parra en Wim Verstappen sterk werd bekritiseerd in zijn zuiverheid van filmen. Ze vielen hem aan op datgene, waar hij in zijn tijd zo om geprezen werd: het op de montagetafel manipuleren van het filmmateriaal. Dit trof Haanstra diep en hij trok zich meer en meer terug.
Toch liet hij zich niet van de wijs brengen. Hij wist zeer goed wat en hoe hij het wilde en was het volstrekt niet eens met de nieuwe generatie filmers. Hij was zeker niet geëngageerd maar had een sterke drijfveer, die hij zelf als ‘bezetenheid’ omschreef.

Ondanks dat Schoots zegt geen levensverhaal te willen vertellen, blijft de vraag waarom hij zoveel weetjes en verhalen over de mens Haanstra gebruikt heeft in de studie naar de filmer Haanstra wanneer hij deze toch niet verbindt met elkaar. Zo blijven de motieven van Bert Haanstra, om te filmen zoals hij filmde, onbelicht. En dat zou de liefhebbers van Haanstra, die in 2007 de film Alleman (1963) verkozen tot beste Nederlandse naoorlogse documentaire, beslist interesseren.

 

 

Bert Haanstra, Filmer van Nederland
Hans Schoots
Verschenen bij: Mets & Schilt/Uitgeverij Balans
Prijs: € 19,90

Meer van Ingrid van der Graaf:

24 september 2017

What's in a design

Over 'Kluger Hans' van Redactie o.a. Jonas Vanderschueren, Anton Steen, Dorien De Vylder,
29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 april 2017

Tijdschrift voor vertalers met verrassende opbrengst

Over 'Tijdschrift PLUK - De oogst van nieuwe vertalers' van Onder redactie van o.a. Anne Folkertsma, Betty Klaasse, Barbara de Lange, Anne Lopes Michielsen, Lisa Thunnissen

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong