Arjen van Veelen – En hier een plaatje van een kat

Onschuldige ongerijmdheden van het moderne leven

Recensie door Albert Hogeweij

We leven in een ironische tijd en we weten het. In de bundel En hier een plaatje van een kat & andere ongerijmdheden van het moderne leven temperatuurt Arjen van Veelen, redacteur, essayist en columnist van NRC Next en NRC Handelsblad, en auteur van het debuut Over Rusteloosheid, onze bijkans aan ironie bezwijkende tijdgeest. Hij zoekt naar rare gewoontes van deze tijd en van hemzelf. Besmet met de ziekte waarover hij schrijft, laat hij zich leiden door de alleszins gezonde vraag: ‘waarom doe ik dit eigenlijk?’

Niets menselijks en eigentijds is Van Veelen vreemd. In de verantwoording van deze bundeling van veelal eerder gepubliceerde, maar niet zelden daarna herschreven artikelen, refereert hij aan het boek Mythologies (1957), waarin de Franse literatuurcriticus, filosoof Roland Barthes aan de hand van uiteenlopende beelden en alledaagse onderwerpen uit de eigentijdse populaire cultuur de slinkse trucs van de bourgeoisie ontmaskerde. Barthes liet zien dat onder de populaire cultuuruitingen verborgen betekenissen schuilgingen die ons als natuurlijk en vanzelfsprekend worden voorgeschoteld, maar die in werkelijkheid op geraffineerde wijze naar burgerlijke leest zijn gevormd. Zo kreeg bijvoorbeeld destijds de Citroën DS in een uitgekiende advertentie een weloverwogen goddelijke connotatie mee binnen een huiselijke context. Barthes morrelde met verve aan de zogenaamde natuurlijke vanzelfsprekendheid van het ons zo vertrouwd gemaakte beeldenarsenaal, en toonde aan dat daarachter een heel patroon van geruststellende, kleinburgerlijke waarden schuil ging.

Waren Barthes’ essays niet helemaal vrij van neo-marxistische opzet, Arjen van Veelen voert in zijn boek een onpartijdigere ontmaskering van de tijdgeest op. In een persoonlijke en zeer leesbare stijl loodst hij zijn lezer door onze listig door reclamejongens opgetuigde werkelijkheid. Bij vlagen doet hij dat zeer geestig en gevat. Diverse gadgets en trends passeren de revue. Het boek en het vuur begint zo: ‘Het feestje is bij ons thuis in de achtertuin. ’t Is rond middernacht. Er zijn enkele tientallen genodigden. In de tuin brandt hout in een vuurkorf. Er is drank te over. Het lijkt wel een studentenfeestje, alleen de happen zijn beter, want we zijn rijker dan toen.’

Voor wie wil mag in die vuurkorf iets van zichzelf ritueel verbranden. En dan blijkt dat men met het grootste gemak van alles aan de vuurkorf toevertrouwt, nou ja bijna alles…behalve boeken! Boeken beschikken in het digitale tijdperk blijkbaar nog steeds over een ‘ziel’. ‘Weinig mensen hebben moeite met het deleten van een tekstbestand of het weggooien van een krant. Maar een boek in het vuur? Dat voelt gek.’ Na enige uitleg volgt de bijna dooddoener: ‘Juist in een wereld die digitaliseert groeit de hang naar het fysieke’. Maar daarmee neemt de schrijver gelukkig geen genoegen. Hij verduidelijkt dat de mens van zijn computerscherm, dat allerlei zintuigen ‘miskent’, wegvlucht. ‘Waarom in vredesnaam je zintuigen tekort doen en dat vooruitgang noemen? Het is net als met ledlicht: prima als fietsverlichting, maar in je tuin liever een vuurkorf.’ Het papieren boek heeft heden ten dage afgedaan als drager van de waarheid, die immers sneller gediend is in digitale vorm. De functie van het papieren boek is daarmee een andere geworden: het biedt tegenwicht tegen de schermwereld: ‘het boek is nu antidotum tegen werkelijkheidswee.’

Dit zogeheten werkelijkheidswee, dat een tegenreactie tegen de virtuele wereld ontketent, loopt als een rode draad door zijn essays. De schrijver toont keer op keer aan hoe het komt dat we terugverlangen naar de vermeende echtheid en authenticiteit van voorbije tijden. Hoe 2.0 en 3D alles ook moge zijn, het beeldscherm wordt door velen nog steeds als scheidslijn tussen ons en de  werkelijkheid ervaren.

Arjen van Veelen kan scherp zijn: ‘Reclame, dacht ik altijd, wijst je op oplossingen voor problemen die je niet had.’ Soms balanceren zijn oneliners gevaarlijk op het randje van de open deur: ‘Ons grootste probleem is dat we geen grote problemen kennen.’ Maar je vergeeft het deze winnaar van de Jan Hanlo Essayprijs uit 2009 graag wanneer hij elders op z’n geestigst voor de dag komt met zijn stuk over de vouwfiets. ‘De vouwfiets is handig, zeggen liefhebbers – het is hun enige argument. De vouwfietser behoort tot het type mensen dat zich niet bekommert om esthetica en lak heeft aan prestige. Het is de antipode van de Harley-rijder. Laat de mensen toch lachen, als wij maar efficiënt van a naar b kunnen trappelen. Het is de esthetica van de afritsbroek.’

Net als men de voorkeuren van deze schrijver wel zo’n beetje denkt te kennen, belandt men van de afwijzing van het ene fenomeen in de omhelzing van het andere. Zo kan opeens een lans gebroken worden voor het ‘bliepje’, het door de meesten als irritant ervaren geluid dat alle moderne apparaten in een digitaal soort Esperanto wereldwijd probleemloos kunnen afscheiden. Van Veelen ontwaart er echter een ‘symbool [in] voor de liefdevolle verstrengeling van mens en ding.’ Hij schiet wat door in zijn liefdesverklaring aan de bliep wanneer hij schrijft: ‘De bliep is dus je beste vriend – probeer het woord bliep maar eens uit te spreken met een boze stem.’

Witte muren en dingen die je niet snapt is een pleidooi voor het soort musea waarin alles nu eens niet in hapklare brokjes voor de bezoeker is versneden. ‘Een museum moet niet vriendelijk zijn.’ Sterker, de bezoeker moet zich er zelfs nietig kunnen voelen tegenover de, het liefst met minuscule naambordjes gepresenteerde kunst, die daardoor des te meer weet te overweldigen. ‘De witte muren en de leegte van de zalen werken net zo op je geest als witregels in de poëzie. De lege bladspiegel geeft extra lading aan die paar woorden die er wel staan.’

Het laatste stuk is getooid met de boektitel en is mede vanwege de erin opgenomen kattenplaatjes het langst. Maar ook op een ander punt onderscheidt het zich. Voorheen kon de lezer nog menen dat Van Veelen louter gedreven werd door journalistieke nieuwsgierigheid en zelfonderzoek. Maar waar de auteur zich in dit laatste stuk erover verbaast dat miljoenen mensen naar domme en toch weer schattige kattenfoto’s en –filmpjes op het internet kijken, constateert hij opeens, bij wijze van moralistische oprisping, dat ‘het wilde web tam’ is geworden. De moralistische tendens verraadt zich helemaal bij de aanblik van een ‘in zichzelf gekeerde mensheid, die unaniem is gestopt met denken, met scheppen (…) Daarom besloot ik het virus te onderzoeken, om, als dat nog nodig was, de mensheid op tijd van een vaccin te voorzien.’ Voor die passiviteit wacht Van Veelen. ‘Liever jaag ik eenzaam de waarheid na dan mij zomaar over te geven aan loos gemiauw.’ Ach, een beetje moralisme kan dit boek over tamelijk onschuldige ongerijmdheden van het moderne leven wel verdragen.

 

 

Omslag En hier een plaatje van een kat - Arjen van Veelen
En hier een plaatje van een kat
Arjen van Veelen
& andere ongerijmdheden van het moderne leven
Verschenen bij: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789045023748
160 pagina's
Prijs: € 16,95

Meer van Albert Hogeweij:

Recent

12 december 2018

Poëzie met verhalend karakter

Over 'Abri' van Liesbeth Lagemaat
11 december 2018

‘Doorkijkblouse’ te alledaags voor een literaire schepping

Over 'Schipbreuk' van Marco Kamphuis
10 december 2018

René Appel stelt de lezer niet teleur

Over 'Dansen in het donker' van René Appel
9 december 2018

Mussen met longen als vliespinda’s

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn
5 december 2018

Gevoelloos ronddwalen aan de zelfkant van Kopenhagen

Over 'Sus' van Jonas T. Bengtsson

Verwant