12 april 2017

Puttertje en lier

Door Els van Swol

Afgelopen week zat ik in de zon in een bushokje te wachten op de bus toen mijn oog op een vogelkooitje viel dat aan een verkeersbord hing. Daarin zat een Pietje luidkeels te zingen. Een meneer met boodschappentas bleef stil staan en liep daarna, wat verbaasd weer verder. Een mevrouw die naast me kwam zitten en  mijn verbazing opmerkte, begon te vertellen dat je dit in Amsterdam Zuidoost ook ziet. Een gewoonte die is meegenomen vanuit Suriname, waar heuse zangvogelwedstrijden worden gehouden en waar het gewoon is om mensen met een vogelkooi over straat te zien lopen.

Ik vond het leuk te horen, maar geneerde me ook een beetje voor mijn onkunde. Ik had wel aan de Vogelvanger uit Mozarts Zauberflöte gedacht, maar kon geen boek van een Surinaamse schrijver bedenken waarin iemand voorkwam die aan zo’n wedstrijd meedeed of met een kooi over straat liep. En moest denken aan een examinator van een HBO opleiding waar ik examen deed en blijkbaar op een vraag van haar alleen iets met muziek kon ophoesten, wat me op een reprimande kwam te staan. Ten onrechte, vond ik toen. Maar nu? Ik was nog niet veel verder gekomen. Misschien kon ik alleen nog het Puttertje van Fabritius in het Mauritshuis eraan toevoegen.

Maar eerlijk is eerlijk: ik kan ook op de proppen komen met de Jozefromans (Jozef en zijn broers) van Thomas Mann. Een beetje erg Europees moet ik toegeven na de laatste aflevering van Made in Europe van Dimitri Verhulst, waarin ook uitgebreid op De toverberg was ingegaan. Maar het kon minder. Mann beschrijft ergens een scène in het paleis van de farao van Egypte. Hij heeft een instrument op schoot, dat Mann binnen één alinea achtereenvolgens een luitenspel, een luit en een lier noemt. Het lijkt of hem eenzelfde soort verwarring was overvallen als de mijnheer met de boodschappentas.

Bij nader inzien denk ik – met dank aan mijn ervaring in het bushokje – dat er iets anders aan de hand was. Wat Mann wilde uitdrukken, zo midden in de Tweede Wereldoorlog met zijn raszuiverheid – toen hij het laatste deel van zijn romancyclus schreef – is een voorbeeld van eenzelfde soort acculturatie als in een Amsterdamse buitenwijk. Een verrijkende ervaring, temeer daar hij het schriftteken voor luit (het Egyptische nofert) vertaalt met ‘gratie’ en ‘goedheid.’ Het instrument – later een lier genoemd – was meegenomen door een zeevaarder uit Kreta. En zo komt de aap uit de mouw: niets zuiverheid, maar onderlinge beïnvloeding en acculturatie! Zou Mann dát er niet mee hebben willen zeggen?

Ik moest denken – met excuus aan mijn oud-examinator – aan de lier op de nok van het Amsterdamse Concertgebouw, door veel mensen ‘harp’ gedoopt. ‘De lier op het dak: een musisch baken in het geliefde stadsbeeld’, staat er in een prentenboek voor donateurs van het (nog niet Koninklijk) Concertgebouworkest uit 1964. En: ‘Onder dit dak creëren mensen schoonheid in klanken ter genieting door andere mensen.’ Zoiets als het Pietje in een kooitje op straat en de lier op schoot van de farao. In donkere tijden, toen en nu. Ter lering en vermaak.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 juli 2007

Sommige schrijvers debuteren wanneer ze al oud zijn
Recensie door Karel Wasch

In zijn vorige leven was Paul Pennartz (1935-2011) helemaal nog geen schrijver. Toen was Dr. Paul Pennartz bekend als sociaal wetenschapper die in 1999, samen met een vrouwelijke hoogleraar sociologie, een werk in het Engels publiceerde: The Domestic Domain: Chances, choices and strategies of family households. Verder leverde hij een bijdrage aan een bundel verhalen en gedichten van Limburgers, die de provincie literair gezicht hebben gegeven.

Lees meer