29 oktober 2014

Professor in de poëzie – Grace McCleen

Een te dik geschreven dun verhaal

Recensie door Vic Veldheer

De tweede roman van de Britse schrijfster Grace McCleen is weinig boeiend. De dunne verhaallijn, het overvloedige gebruik van metaforen, de veelal onduidelijke relatie tussen werkelijkheid en metafoor (waardoor de betekenis van wat de schrijfster wil zeggen voor de lezer onduidelijk blijft), het etaleren van specialistische kennis over de Engelse poëzie, en de herhaaldelijk beschreven psychologische defecten van de hoofdpersoon maken het lezen van dit boek tot een opgave.

Door het hele boek heen wordt Engelse poëzie geanalyseerd. Voor lezers die daarin niet goed zijn ingevoerd, zijn deze passages lastig te volgen. Ze horen meer thuis in een wetenschappelijk artikel dan in een roman.

Ook de schrijfstijl draagt niet bij aan de leesbaarheid. Je krijgt de indruk dat de schrijfster poëtische proza heeft willen schrijven omdat de poëzie zo’n belangrijk onderdeel uitmaakt van het verhaal. Dit leidt helaas tot geforceerde taal en weinig toegankelijke teksten.   Ter illustratie volgt hier een uitvoerig voorbeeld: de hoofdpersoon, de 53 jarige professor in de Engelse poëzie Elizabeth Stone is teruggekeerd naar de stad waar ze gestudeerd heeft om archiefonderzoek te doen naar de relatie tussen poëzie en muziek. Ze is op de universiteit aangekomen en aarzelt om de rozentuin die bij de universiteit hoort binnen te gaan:

‘Hoewel het belangrijk is om door te gaan, blijft ze staan. Misschien omdat ze zich vreemd voelt, bruisend maar verdoofd, roerloos maar vol emotie. Misschien omdat de tuin achter dit oude glas ligt, dat hier en daar bol is, waardoor het beeld een luchtspiegeling lijkt. Maar het is vandaag niet heet, het is stervenskoud, en de kou heeft de tuin doortrokken van een verstilling die hypnotiserend is, hem heeft doen verbleken; er hangt stoffigheid in de lucht; er ligt een laagje sediment tussen haar en de wereld van vorm. Misschien is zelfs dat niet wat haar tegenhoudt, maar is het de manier waarop het raam het beeld omlijst, waardoor het lijkt of het een illustratie in een boek is en zij op het draaipunt staat – als dit een boek was, waar de voor- en achterkant van het omslag de rug ontmoeten, waar de rug dichtdraait, in het brandpunt, het middelpunt. Of misschien blijft ze gewoon staan omdat ze nog nooit een rozentuin in de winter heeft gezien en hij dramatisch oogt, uitgemergeld, reddeloos, aarde die als een geblakerde schedel door gras heen schemert, botten van een pagode zichtbaar, takken van rozenstruiken die onelegant uitsteken, verminkt, afgehakt, zielig, als een verzopen kat, of een vogel met olie op zijn veren. Toch is het geen van deze dingen alleen die haar tegenhoudt, maar iets onzichtbaars, iets blijvends, iets extreems, misschien zelfs onsterfelijks aan het beeld. In een kader dat zo broos is, want het glas is stokoud en de lijst bladdert. Er trekt een sliert koude lucht langs haar benen en ze loopt snel door.’

Het boek staat vol met dergelijke beschrijvingen: van de bibliotheek, van boeken (‘boeken zijn geesten, intimiteit bij volmacht met dingen die allang dood waren of nooit hadden bestaan, benaderingen van aanwezigheid die tijd en ruimte overstaken) van de zee, van de werking van de platenspeler, enzovoorts.

Elizabeth heeft ooit met haar moeder in een huisje aan zee gewoond, totdat haar moeder plotseling verdween. Zij was toen 7 jaar en werd opgenomen in een pleeggezin. Het hoofdstuk waarin we lezen, in één zin, dat haar moeder is verdwenen, gaat over de zee. Pagina’s lang wordt verteld over de zee…… is de zee een metafoor voor de emotionele gevoelens die Elizabeth heeft over de verdwijning van haar moeder of over de moeder zelf?

Het enige dat over haar moeder wordt verteld, elders in het boek, is dat zij altijd muziek luisterde. Iets wat bij professor Stone als kind tot ‘pijn in de borst’ leidt en waarvan ze haar hele leven last blijft houden. Ze krijgt een hekel aan en afkeer van klassieke muziek, wat zelfs tot braken leidt wanneer ze als negentienjarige met haar mentor naar een uitvoering van Bach en Beethoven luistert. Tijdens het strijkkwartet van Beethoven rent ze naar buiten en geeft over. Deze uitzonderlijke reactie roept de vraag op waarom nu juist zij de relatie tussen poëzie en muziek wil onderzoeken. We lezen: ‘muziek en poëzie zijn klanklandschappen, ze hebben stilte nodig om verwezenlijkt en geapprecieerd te worden, maken gebruik van harmonie, refrein, timbre, toon, contrapuntiek.’

Professor Stone maakt in haar onderzoek gebruik van het werk van de dichter T.S. Eliot die veel heeft geschreven over wat hij noemt de ‘auditieve verbeelding’, en neemt zijn gedicht Four Quartets als vertrekpunt. Dat gedicht heeft ritmische sjablonen waarin Eliot probeert, voor het eerst in de Engelse poëzie, van het gedicht een zuiver muzikale uitdrukkingsvorm te maken. Uiteindelijk blijft onduidelijk waarom professor Stone, met haar afkeer van klassieke muziek, die relatie wil onderzoeken.

Eigenlijk gaat zij ook terug naar de stad waar zij studeerde om haar vroegere mentor Edward Hunt op te zoeken op wie ze sinds haar studie verliefd is, maar met wie ze in al die drieëndertig jaar geen enkel contact heeft gezocht. De directe aanleiding voor haar terugkeer is haar recent verwijderde hersentumor. Als ze ‘kankervrij’ wordt verklaard raadt de arts haar aan ‘er even tussenuit te gaan of bij een oude vriend op bezoek te gaan’. In haar ogen is Edward Hunt zo’n oude vriend. Tijdens haar onderzoek ontmoeten ze elkaar enkele malen, en blijkt dat hij nog steeds van haar gecharmeerd is.

Vlak voordat Elizabeth terugkeert naar haar woonplaats, zoekt ze hem op om afscheid te nemen. Hij neemt haar mee naar zijn huis en daar bemint hij de passieve Elizabeth. De lezer weet dan al dat ze nog maagd is en eigenlijk een grote afkeer heeft van seks. ‘Van alle verschrikkingen in dit leven (…) was die van de lichamelijke vereniging voor professor Stone ongetwijfeld de grootste.’ Zo begint het hoofdstuk ‘Vlammen’ waarin haar afkeer van seksualiteit en haar afkeer van haar lichaam worden beschreven (‘het menselijk lichaam, en het hare in het bijzonder, kwam haar voor als een treurig kanaal voor welke vervoering dan ook’). Deze mooie passage illustreert dat zij niet voor niets ‘Stone’ heet.

Wat evenmin bijdraagt aan het doorgronden van het boek zijn de ingewikkelde structuur en mystieke titels van hoofdstukken. Het boek is opgedeeld in vier delen, een kwartet gelijk het gedicht van Eliot, en het strijkkwartet waarvan ze moest braken, maar verder lijkt iedere grond voor die vierdeling ver te zoeken. De 8 dagen van haar archiefonderzoek keren terug in hoofdstuktitels, maar dag 5 en 6 ontbreken zonder dat duidelijk is waarom. En titels als ‘Het roerloze punt van de wentelende wereld’, ‘Wereld en tijd genoeg’ (de dag na haar vlucht bij het strijkkwartet) verklaren ook niet veel.

Soms wordt een dunne verhaallijn gecompenseerd door een mooie schrijfstijl, door evocatieve taal waardoor het lezen toch een groot plezier is. Dat is hier helaas niet het geval.

 

 

Professor in de poëzie
Grace McCleen
Vertaling door: Harry Pallemans
Verschenen bij: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789025442323
384 pagina's
Prijs: € 24,99

Meer van Vic Veldheer:

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
2 oktober 2017

‘Geen boek zo slecht of er staat wel iets nuttigs in’

Over 'Mijn landhuizen' van Plinius
4 september 2017

Een zondaar in een Britse kolonie

Over 'De kern van de zaak' van Graham Greene

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt

Verwant

29 oktober 2014

Stereotype meerstemmigheid

Over 'Het rode huis' van Grace McCleen
29 oktober 2014

Hetzelfde maar een beetje anders 

Over '22:04' van Grace McCleen
29 oktober 2014

'Baardaaps ziekte ernstig'

Over 'Gevangenisliederen ' van Grace McCleen