3 juni 2016

Privé-domein

Door Inge Meijer

Op een druilerige namiddag in 1985 kocht ik kort voor sluitingstijd bij boekhandel Praamstra (die toen nog echt Praamstra was) in Deventer mijn eerste deeltje van Privé-domein. Ik had een girocheque, (zoals dat toen nog ging) bij het Postkantoor (dat er toen nog was), ingewisseld en trok de stad in. Bij de boekhandel ging ik voorbij aan de boekenstapels en kasten en bleef dralen bij een kast waarin de Privé-domeindeeltjes stonden opgesteld. De crèmekleurige ruggen met zwart gedrukte titel, het grove papier waarop het gedrukt was en die de indruk wekten als was jij de enige aan wie dit egodocument werd prijsgegeven, brachten mij in een niet te onderdrukken aanvechting een deel te kopen. De prijs ging boven mijn budget, maar ik kon er niet omheen. Ik zocht een boek waar ik zwoegend en zwetend doorheen moest. Het werd De zoon van een dienstbode van August Strindberg.

Daarna kocht ik lukraak het ene na het andere deel, om me na elke aankoop weer onder te dompelen in het leven van de betreffende schrijver. Na Strindberg volgden Julien Green (2 dl), Gustave Flaubert, Michael Boekanin, Toergenjev, Claire Goll, Paul Léautaud (4dl), Paustovskij (4 dl), Virgininia Woolf (2 dl), Anna Mahler, gebroeders de Goncourt, Matthieu Galley, Italo Svevo, Pessoa, Tsjechov, Jeroen Brouwers, August Willemsen, Nathalie Sarraute. De boeken leerden me alles over de sores van de mens achter de schrijver.

Vorige week vierden Privé-domein én Athenaeum Boekhandel hun vijftigjarig jubileum. Op het Spui voor de Athenaeum Boekhandel vond een voorleesmarathon plaats. Er was een klein podium onder de luifel van de boekhandel en het publiek stond in groepjes bij elkaar, waaronder schrijvers die op hun beurt wachten om uit hun favoriete Privé-domein voor te lezen. De zon scheen, de tram gierde steeds opnieuw langs en doorsneed het gesproken woord met een ijzeren onverbiddelijkheid maar dat mocht de pret niet drukken.

Anton de Goede, ooit medewerker bij de boekhandel en naar hij zei, getuige van het ontstaan van de reeks Privé-domein in 1966, stond twee uur aaneen de schrijvers te introduceren. Waaronder Gerbrand Bakker die sprak over zijn eigen Privé-domeindeel, Harrie Lemmens als vertaler van Clarice Lispectors De ontdekking van de wereld. Victor Schifferli las in het 2e deel van Paustovski, Jan Willem Anker las August Willemsen en Hein Aalders las van een A4-tje een tekst van Slauerhoff, uit de bloemlezing die in september uitkomt. Janna Loontjes las Max Brod, Barber van der Pol las Ted Hughes en Atte Jongstra las zichzelf.

Tussendoor schitterde de pretentieloze verschijning van Shira Keller. Zij las begeesterd en met krachtige dictie voor uit Mijn Vlaamse jaren van Jeroen Brouwers. Vooraf bekende zij dat Brouwers voor haar de beste schrijver is die er bestaat. Dat ze hem ooit een literaire liefdesbrief heeft geschreven. Dat ze daarop nooit een reactie gekregen heeft. Dat dat niet erg was. Dat het er uiteindelijk om gaat je zwoegend door een tekst heen te werken. Brouwers zwoegt al schrijvende (alles met de hand) zijn teksten aaneen. Dat vooral, bleef me bij van een middag mooie fragmenten uit de Privé-domeinreeks.

 

 

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer