10 februari 2015

Prijs der Nederlandse Letteren naar Remco Campert

‘Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn voeten, aarzelend soms,
over de aarde die daarom vraagt.’

Literair Nieuws

Bovenstaande dichtregels komen uit de column ‘Ademen’ (Uit: Te vroeg in het seizoen, Autobiografische schetsen, 2014) waarin de dichter over zichzelf loslaat dat hij in het diepst van zijn wezen twijfelt aan het belang van zijn schrijverschap. En dat je toch maar gewoon door moet schrijven:’ (…) want als je die gedachte echt tot je toelaat dan duurt het niet lang of je adem stokt en komt er geen woord meer uit.’
Deze dichtregels schreef hij vele jaren eerder maar gebruikte hij in deze column als om zichzelf een spiegel voor te houden. Daarin kijkend vraagt hij zich af of het wel waar is dat de aarde erom vraagt en of het, hoewel het poëtisch klinkt, wel poëzie is wat hij daar schreef. Op een gegeven moment ben je nergens meer zeker van weet Campert, maar: ‘Toch maar doorschrijven.’
Dat is wat hij deed vanaf zijn eerste bundel Ten lessons with Timothy (1950) tot nu en voor zo lang het duren mag zal Campert schrijven. En dat zijn oeuvre een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandse literatuur, daarvan zal de schrijver nu toch wel overtuigd zijn.

Want namens het Comité van Ministers van de Taalunie heeft minister Jet Bussemaker van Onderwijs en Cultuur zondag bekendgemaakt dat de hoogste literaire prijs van Vlaanderen en Nederland  wordt toegekend aan Remco Campert (1929). De dichter, columnist en schrijver van verhalen en romans liet in een vraaggesprek met Sebastiaan Kort en Toef Jaeger in het NRC van 9 februari weten dat de prijs voor hem totaal uit de lucht kwam vallen. Maar dat hij niettemin overmand werd door een totaal gevoel van geluk. Campert is er ook zeer gelukkig mee dat aan de Prijs der Nederlandse Letteren geen commercie vastzit. ‘Het is een, een andere toestand, laten we het zo maar zeggen.’

Campert wordt door de jury geëerd om zijn relativeringsvermogen en de diepzinnigheid van zijn werk dat, hoewel dicht aan de oppervlakte toch niet in cliché’s verzeild raakt. Dat het dan ook al meerdere generaties lezers aanspreekt is te meer een blijk van kunnen.

In 2007 werd de prijs aan Jeroen Brouwers toegekend die hem weigerde omdat hij het bedrag van 16.000 euro een aanfluiting vond. De toenmalig minister van Cultuur, Ronald Plasterk, wilde de prijs niet verhogen vanwege de reglementen, zijn Vlaamse collega daarentegen wel.
De prijs wordt in oktober uitgereikt door koning Filip van België, in het Koninklijk Paleis in Brussel. Ondertussen is de prijs verhoogd naar 40.000 euro.

I. v/d Graaf

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer