Oek de Jong – Pier en Oceaan

Onaangepast gedrag in veranderende tijden

Recensie door Ingrid van der Graaf

 Op 19 juni 1997 vraagt Oek de Jong zich af of hij schrijver is van ‘autobiografische verhalen’ of ‘verzonnen verhalen’. Zo schrijft hij in zijn in 2002 uitgekomen dagboek, De wonderen van de heilbot. Opwaaiende zomerjurken (1979) en Cirkel in het gras (1985) zijn al geschreven. Hokwerda’s kind (2002) ontstaat gedurende de jaren dat hij bovengenoemd dagboek bijhoudt. Van Pier en oceaan, zijn zogenaamde magnum opus heeft De Jong dan niet het flauwste vermoeden dat dit boek er komen gaat.

Tot De Jong in 2004 begint te schrijven over het Sas bij Goes in Zuid-Beveland. De plek waar de schrijver zijn jeugd doorbracht. Evenals zijn alter ego Abel Roorda in Pier en oceaan, is De Jong geboren in Breda, bracht hij zijn kinderjaren deels door in Friesland, groeide verder op in Zeeland en vertrok op zijn achttiende als student en met het stellige voornemen schrijver te worden naar Amsterdam.

Het Sas bij Goes is de inspiratiebron van, wat de schrijver in eerste instantie voor ogen had, een klein literair werk. Na honderd pagina’s besefte hij dat hij de kern van een veel groter werk had geschreven, het middenstuk (deel drie in de roman) van wat in acht jaar tijd uitgroeide tot Pier en oceaan. Zo zintuiglijk als zijn romans zijn, zo schijnbaar zintuiglijk zijn ze geschreven. De Jong heeft geen uitgewerkt plan voor hij aan het werk gaat. Het ontstaan vanuit een idee dat zich steeds wijder vertakt en uiteindelijk een roman oplevert, is zijn manier van werken. Ook zijn voorlaatste roman ontstond uit een kort verhaal dat hij schreef voor een daklozenkrant. Een verhaal dat uitgroeide tot de roman Hokwerda’s kind.

Wat gebeurt er eigenlijk in de autobiografische roman Pier en oceaan waardoor je wilt blijven doorlezen aan de eettafel, in bed, in bad en op reis? Want eenmaal begonnen in Pier en oceaan is het moeilijk weg te leggen. Het is De Jong er niet om te doen de dingen te duiden. Het gaat om het beleven waarbij voelen, zien en ruiken zo intens zijn beschreven dat het een magnetiserende werking heeft. Zijn romans kenmerken zich naast de gedetailleerde beschrijvingen, door de onaangepastheid van de personages. In elke roman komt een karakter voor dat zich verzet tegen de heersende orde. Personages die hun emoties niet de baas zijn, de ander schofferen en die geobsedeerd raken door de rafelige randen van het leven. In Cirkel in het gras is dat Hanna Picard, in Hokwerda’s kind is het Lin en in Pier en oceaan is het Abel die het onaangepaste vertegenwoordigt.

Pier en oceaan opent met: ‘Toen Dina wakker werd, was ze vergeten dat ze zwanger was.’  Zwangerschap is een staat van zijn waar je niet omheen kunt. Je kunt het niet ergens ‘achterlaten’ en het dan ‘vergeten’ zijn. Maar na de tweede zin wordt duidelijk dat Dina ver van zichzelf is geraakt. De werkelijkheid beroert haar niet meer en zo ook haar zwangerschap niet.
‘Ze werd gewekt door het gerinkel van melkflessen, dat weerklonk over het water van de Delpratsingel.’ Ze luisterde naar de voetstappen van de melkboer, het rinkelen van de lege flessen in het rek bij elke stap die hij zette. Ze hoorde hoe hij de lege flessen voor volle verving en weer terugliep naar de huizenrij. Tegelijkertijd voelde ze de koele lucht die door het dakraampje naar binnenstroomde en over haar gezicht gleed. Met gesloten ogen luisterde ze hoe de melkman van huis tot huis ging. Toen ze zich op haar zij draaide, voelde ze het kind bewegen in haar buik. Er trok een blos over haar wangen. (…) Ze was vergeten dat het er was.’

Het is 1952 als Dina Houttuyn zich, na een relatie van zeven jaar, zwanger laat maken door haar verloofde Lieuwe om een einde te maken aan een innerlijke strijd. De lesbische verhouding met Elena, haar leidinggevende in een kindertehuis, waarmee ze voor het eerst de liefde  bedreef, kan ze geen plaats geven in haar leven. Dus laat ze zich zwanger maken waarna er getrouwd moet worden. Na haar huwelijk vervalt ze in een lethargie die ze, overigens zonder resultaat, probeert te verdrijven door een vertaling van Homerus te lezen. Alles wat voor het huwelijk aan mogelijkheden voor haar open lag, is na het huwelijk teruggebracht tot dienstbaar zijn als vrouw en moeder. Wat haar absoluut niet goed afgaat gezien de irritaties,  al snel uitgroeiend tot ware minachting van haar man, Lieuwe.

Lieuwe Roorda is een zelfingenomen man die zich niet kan inleven in andere mensen. Zo’n man die belangstelling in een ander veinst om zodoende over zichzelf te kunnen praten. Hij is gewoon niet in staat van iemand te houden, al dagdroomt hij daarover.
‘Als hij na zijn wekelijkse bespeling van het carillon uit de toren afdaalde naar de straat, dacht hij steevast aan een vrouw die hem opwachtte, (…) Hij volgde haar door de straten, stapte in een steeg in een auto en reed met haar de stad uit, voorgoed.’
De grootvader, Roorda senior, is meubelmaker en ziet zichzelf als industrieel. Hij draagt maatpakken, heeft een auto en speelt cello. Wanneer zijn ambities hem geen uitkomst bieden treedt hij toe tot de gemeentepolitiek maar brengt het niet verder dan wethouder.

Abel voelt voor zijn vader Lieuwe een mengeling van vluchtig medelijden en diepe minachting. Wanneer Abel 16 jaar is, betaalt hij zijn vader met gelijke munt terug wanneer deze hem belachelijk maakt om zijn uiterlijk (lange haren, spijkerbroek, suède jasje van zijn moeder). Hij bootst Lieuwes optreden na en maakt hem uit voor ‘Slappeling’ en ‘Laffe zak’. Het eindigt met een handgemeen waarbij Lieuwe Abel en paar trappen geeft maar uiteindelijk het onderspit delft.

Waar alle personages teleurgesteld worden in hun verwachtingen van het leven is Abel de enige, als zoon van Dina en Lieuwe Roorda en kleinzoon van Roorda senior, die zijn droom daadwerkelijk achterna gaat. Dat is wat zijn onaangepaste gedrag hem in veranderende tijden oplevert. In een mooie scène aan het einde van de roman weet Abel dat hij naar Amsterdam zal gaan om schrijver te worden.

Tijdens het literaire festival City2Cities 2013  vertelde de Portugese schrijver Gonçalo M. Tavares (zijn boek Jeruzalem ontving de José Saramagoprijs), dat hij zijn aantekeningen en ideeën altijd voor een periode van vijf jaar in de la laat liggen alvorens het geschikt te vinden voor bewerking en publicatie. Ook Oek de Jong is zo’n schrijver die zijn werk een lang rijpingsproces gunt waardoor het tot volle wasdom komt. Dat, en de kunst van De Jong om met zijn beschrijvingen de indruk te wekken als was hij met penseel en verf in de weer geweest waardoor herkenbare taferelen worden opgeroepen van voorbije jaren (zonder die in te kleuren met de gebeurtenissen die geschiedenis maakten), maken van Pier en oceaan met recht een grootse roman.

 

 

 

Omslag Pier en Oceaan - Oek de Jong
Pier en Oceaan
Oek de Jong
Verschenen bij: Augustus
ISBN: 9789025443733
804 pagina's
Prijs: € 39,95

Meer van Ingrid van der Graaf:

Een Tirade waardig...

Over 'Tirade 468 en 467' van Redactie o.a. Daan van Doesborgh, Roos van Rijswijk, Anja Sicking.

What's in a design

Over 'Kluger Hans' van Redactie o.a. Jonas Vanderschueren, Anton Steen, Dorien De Vylder,

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale