11 september 2017

Papieren vluchtelingen

Door Adri Altink

De vluchtelingenstromen en migratiebewegingen over de hele wereld zijn zichtbaar in de kunst van de laatste jaren. Al snel nadat in 2015 vloten gammele bootjes de Middellandse Zee en eindeloze drommen ontheemden op Griekse en Italiaanse eilanden dagelijks de journaals vulden, confronteerden theatermensen, musici, filmers, schrijvers, zangers en beeldend kunstenaars hun publiek met onontkoombare vragen. Ik was er vaak van onder de indruk, maar voelde ook argwaan. Werd soms niet al te gemakzuchtig meegelift op een actualiteit die veel publiek trekt? Misbruikt een enkele kunstenaar de migratiecrisis om zichzelf en zijn werk in de kijker te zetten? Maar: ik ben zelf ook niet afwezig in mijn manier van kijken. ‘Beauty is in the eye of the beholder’, inderdaad. ‘History’ ook.

De afgelopen zomer bezocht ik in Den Bosch de installatie Uncertain Journey van de Japanse Chiharu Shiota. Een overrompelende ervaring, die verbeeldt hoe we als individuen, waar ook ter wereld, uiteindelijk aan dezelfde levensdraden hangen. Bloedrode. Ik weet niet zeker of de bootjes waaruit ze omhoog rijzen verwijzen naar de massale volksbewegingen van deze jaren, maar voor mij voelde het wel zo. Enkele weken daarna stond ik op de expositie Paper Art in Apeldoorn voor een landkaart van Zuid-Amerika, samengesteld uit honderden uiterst dunne papieren draadjes. Aan de wand ertegenover een stoet mensen die met dezelfde techniek was uitgebeeld. Ik heb niet veel met papierkunst: knap; wat een eindeloos geduld; zoiets denk ik vaak. Tot ik zag dat deze werken, getiteld Uncertain routes (bijna net zo als het werk van Shiota) en Via dolorosa, zoveel meer waren dan knappe weefsels. Maakster Miriam Londoño, een Colombiaanse migrante, laat thema en artistiek medium samenvallen. Ineens herkende ik in die eindeloze tere draden van papierpulp de kwetsbaarheid van vluchtelingen.

Maar er gebeurde nog iets. Is het alleen mijn persoonlijke betrokkenheid bij vluchtelingen die maakt dat het onderwerp zo onontkoombaar is? Het lijkt me overal waar ik kijk en luister voor de voeten te worden geworpen. Zouden anderen dat ook zo ervaren? Is het geen hype, die overtrekt? Die vraag kwam bij me op omdat ik in de dagen tussen de exposities het boek Europeana (uit 2011) van Patrik Ourednik las. Een bijna impressionistische ideeëngeschiedenis van de 20ste eeuw. Ourednik laat alle interpretaties aan de lezer over door alleen nevenschikkende zinnen te gebruiken (ze beginnen bijna allemaal met ‘En…’), maar toch ga je zelf verbanden leggen. Ik was er een beetje van ondersteboven. En toch liep de schrijver een deukje op toen er, staande voor die Via dolorosa, ineens door me heen flitste: Ourednik besteedt geen woord aan vluchtelingen. En ik herinnerde me het verzet tegen noodopvang voor Syriërs in de afgelopen jaren, toen hun aantal nog lang niet de omvang had bereikt van die uit het voormalige Joegoslavië in de vroege jaren ’90. Waren we die alweer vergeten? Waren ze bij Ourednik in 2001 alweer ‘weg’? Zijn 2015 en 2016 over tien jaar weer ‘weg’? Een hiaat in ‘the eye of the beholder?’

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer