Jeroen Brouwers – Over Godfried Bomans

‘Bezie uw werk als de spaanders van de plank die ge had willen zagen.’

Recensie door Huub Bartman

Tien jaar na het overlijden van Godfried Bomans
(† 1971) verscheen deze monografie als bijlage van Vrij Nederland, een jaar later in boekvorm. Nu, honderd jaar na de geboorte van Bomans, werd Jeroen Brouwers door uitgeverij Atlas Contact in de gelegenheid gesteld zijn boek nog eens tegen het licht te houden met het oog op een nieuwe druk. Jeroen Brouwers bezag zijn werk en zag dat het nog steeds goed was.

Op de vraag die hem indertijd gesteld werd wat hij in godsnaam had met Godfried Bomans, antwoordde hij: ‘Hij is familie van mij!!’ En niet alleen Jeroen Brouwers zegt schatplichtig te zijn aan Godfried Bomans, maar ook menig ander Nederlands literator erkent dat te zijn, bijvoorbeeld Harry Mulisch.  Zij roemen Bomans dan vooral om zijn grote stilistische kwaliteiten – ‘de nu en dan volmaakt schrijvende Bomans’ – , niet om wat hij schreef, dat beschouwen zij als ‘niet veel soeps’. Hierin schuilt iets tragisch. Bomans kon liegen alsof het gedrukt stond. Zo schijnt hij ooit op een feestje aan alle aanwezige dames zijn levensverhaal te hebben verteld en alle verhalen bleken volkomen van elkaar te verschillen. Dat gaf hij ook ruiterlijk toe: ‘De waarheid is wat ik ervan maak’.  De feitelijke toedracht der gebeurtenissen was voor hem niet interessant, het gaat om de ‘nieuwe waarheid’ die de verteller creëert.  In het creëren van deze nieuwe waarheid kwam Bomans echter nooit verder dan briljant vertelde flauwiteiten, ‘geslachtsloze schrijfsels’ zoals Gerard Reve zijn werk typeert.  Jeroen Brouwers weet dit tragische onvermogen van Bomans goed bloot te leggen zonder afbreuk te doen aan zijn gevoelens van respect en waardering voor Bomans. Na 1950 heeft Bomans geen boek van betekenis meer geschreven. Hij teerde eigenlijk nog slechts op de successen uit het verleden door zichzelf op allerlei spreekbeurten in den lande, op radio en later ook op televisie voortdurend te herhalen.  Bomans was populair, mateloos populair. Hij verloor het contact met de wereld van de literatuur en kwam steeds meer in de greep van ‘het droefmakend volk uit het Gooi dat verantwoordelijk is voor stupidisering, infantilisering, kunsthaat en smaakverpesting’. Bomans werd steeds eenzamer. Eigenlijk schuilt er in het beeld dat Jeroen Brouwers ons van Bomans schetst iets van de ondergang van een Klassiek Griekse held: briljant, door de goden zelf voorbestemd tot grootse daden en werken, op handen gedragen door het volk, maar ook geketend aan de draden van het lot en de tijd: de Moira, die zelfs de macht van goden te boven gaat.

Treffend is de vergelijking tussen Bomans en Reve, van wie wij hierboven al hebben laten zien dat hij niet veel ophad met Godfried Bomans. Brouwers grijpt op een knappe manier de tijdgeest van de jaren zestig en zeventig door te laten zien dat, terwijl Gerard Reve, afkomstig uit een niet-katholiek nest, zich bekent tot de R.K. Kerk vanwege het daaraan verbonden ritueel en dat ritueel ook op provocerende wijze sublimeert, Godfried Bomans, diep geworteld in de ultramontaanse traditie van diezelfde kerk, zich manifesteert als een haast Erasmiaanse spotvogel van de ambtsdragers van die kerk en de aan hun ambt verbonden rituele handelingen, waarvan hij zich echter nooit zal kunnen losmaken.  Bomans reageert enthousiast op de uitspraak van Reve: ‘Het menselijk bestaan is een verschrikkelijke ziekte die onherroepelijk eindigt met de dood. Wat moet je nu doen? Je moet zèlf,  als leek,  poliklinieken inrichten waar je psychotherapie beoefent, en waar je allerlei rituele handelingen uitvoert die een bezwerende werking hebben en waardoor de mensen weer een paar etmalen het bestaan aankunnen. Dàt is de kerk.  En inzonderheid is dat een kerk, die niet theoretiseert over zonden en over korte rokken en zo, maar één die een mysterie opvoert zoals de katholieke kerk.’  Voor beiden wordt het ritueel steeds meer de werkelijke essentie van het geloof. Alleen waar Reve provoceert en dus shockeert, conformeert Bomans zich en verwordt zo, in de ogen van Jeroen Brouwers, tot de ‘Anton Pieck van het katholicisme’, al tijdens zijn leven de ‘personifiëring van het verleden’.

Bomans eindigt zijn leven eenzaam, weliswaar op handen gedragen door het kijkbuisvolk, maar uitgelachen door de literaire wereld, waartoe hij toch eigenlijk behoorde.  Jeroen Brouwers geeft weer hoe Harry Mulisch de beëindiging  van zijn vriendschap met Bomans als volgt beschrijft: ‘Kort voor Bomans’ dood stonden hij en Bomans per toeval, ieder in hun eigen auto, naast elkaar, in Haarlem voor een rood stoplicht te wachten. “Een tijdje zaten wij toen dom tegen elkaar te lachen, tot het licht op groen sprong; hij stak zijn hand op en sloeg rechtsaf. Ik moest rechtdoor.”‘ Zijn verblijf op Rottumerplaat, kort voor zijn dood, waar hij exhibitionistisch zonder kleren rondloopt, maar in zijn dagboek noteert: ‘Ik ben als de dood voor exhibitionisme van mijn diepere gevoelens’, geeft de tragiek van Bomans prachtig weer.  Jeroen Brouwers toont zich hier heel meelevend, want verontwaardigd door te zeggen dat het precies die angst is die Bomans heeft belet een groot schrijver te worden. Hij heeft zich uiteindelijk te veel laten coachen door ‘lulhannessen’ als Willem Duys en zijn coterie (blz. 148), die hem aanmoedigden ‘produktie’ te maken en te weinig door mensen die hem zouden kunnen aanmoedigen zich bezig te houden met zijn eigenlijke werk, nl. het schrijven van boeken. Doodziek en gek van eenzaamheid keerde hij terug naar de vaste wal om korte tijd later te sterven.

Over Godfried Bomans

Auteur: Jeroen Brouwers
Verschenen bij: Uitgeverij Atlas Contact
Aantal pagina’s: 192
Prijs: € 18,95

Omslag Over Godfried Bomans  -  Jeroen Brouwers
Over Godfried Bomans
Jeroen Brouwers
ISBN: 9789045025391

Meer van Huub Bartman:

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale