14 augustus 2017

Vergeten document toont het begin van een schrijverschap

Recensie door Rob Molin

De naam Gerrit Komrij (1944-2012) roept misschien niet zozeer de romanschrijver en dichter in herinnering als wel de bloemlezer en (tv)criticus. Als gezaghebbend recensent kon hij carrières maken en verwoesten. Zijn vermaarde, vaak herdrukte De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten bepaalde onomstotelijk wie er wel en er niet toe deed in onze drukbeoefende dichtkunst. En wanneer hij zelf op de buis was om zijn kritisch zegje te doen hing heel Nederland aan zijn lippen.

Komrij was geboren in de Achterhoek en ging medio jaren zestig in Amsterdam letteren studeren. Al gauw zei hij de universiteit vaarwel omdat de studie niet aansloot bij zijn ambitie om schrijver te worden. Ook de stad viel tegen en bood ondanks de aanstaande revolutie rond Provo niet de vrijheid die hij als homoseksueel en kunstenaar zocht.
Hij vertrok naar Kreta dat in de jaren zestig na Ibiza het eiland van het grootse en meeslepend leven was geworden, het eiland van te vervullen dromen. Het wegglippen uit Amsterdam betekende niet dat hij voorgoed zijn schepen achter zich verbrandde. Na een jaar was hij weer terug terwijl de verten bleven lonken. Tenslotte vestigde hij zich, in 1984, met partner Charles Hofman in Portugal.

Met één been, steviger en prominenter dan wie ook in onze letteren, bleef hij in zijn land van herkomst geankerd. Met argusogen volgde hij het reilen en zeilen in de kleine natie aan de Noordzee. Hilarisch en messcherp nam hij volksaard en culturele voortbrengselen op de hak in een onnavolgbare taal. Hij striemde erop los, vernietigender dan Du Perron, W.F. Hermans en Jeroen Brouwers, de ongenadige scherprechters met wie hij tot de ‘grote vier’ van de (literaire) kritiek kan worden gerekend. Vermakelijk zijn Komrij’s kritieken alleszins (gebundeld in onder andere Averechts), althans voor hen die menen dat de zweepslagen niet voor hun rug bedoeld zijn.

In de Griekse episode (juni 1965 – juni 1966) ontstond de roman De lange oren van Midas, een zeer particulier aandoend werk waarin zelfs zijn vrienden uit die tijd met naam en toenaam genoemd worden. Door Arie Pos, de biograaf van Komrij, zijn behalve deze roman de nauwgezet bijgehouden dagboekbladen uit de Griekse tijd samengebracht in een bundel met dezelfde titel als de roman plus de toepasselijke ondertitel ‘Het begin van een schrijverschap’.
Die verzamelde geschriften getuigen van grote literaire ambitie en de strijd van een buitenbeentje om een plaats in de samenleving. Komrij wilde volstrekt zichzelf zijn en voor zijn part in de ogen van anderen zonderling door het leven gaan. Beter misschien om te zeggen dat hij het exclusief bestaan begeerde dat hij later ook inderdaad leidde door letterlijk en figuurlijk afstand van Nederland te nemen en van daar heersende onoprechte opinies.

Dat Komrij als literator net zo eigenzinnig in het leven stond dan als homoseksueel laat Gert Hekma zien in een stuk in deze editie van De Parelduiker. Ongeveer tegelijk met De lange oren van Midas is deze special over Komrij verschenen. Op het omslag een geslaagde karikatuur van zijn recente ponem.

De essays in dit dikke nummer belichten de ‘gerijpte’ Komrij en bieden zo een aanvulling op het door Pos bezorgde boek. In enkele bijdragen wordt de ‘onaantastbare’ Komrij zoals velen hem zich vooral als bloemlezer en vertaler herinneren, getoond als zélf mikpunt van felle kritiek. Ook regelrechte tegenslagen heeft Komrij gekend zoals het stuklopen van zijn aspiraties als toneelschrijver. Een flemende hommage presenteert het Parelduiker-nummer gelukkig niet.

Er zijn artikelen in opgenomen over Komrij’s binding met Zuid-Afrika, met name over de door hem beheerde literaire nalatenschap van Ingrid Jonker en de minder bekende maar in het land van herkomst verguisde bloemlezing Afrikaanse poëzie in 1000 en enige verzen. Daarnaast worden vele tot nog toe onderbelicht gebleven perioden behandeld zoals in de memoires van Komrij’s vroege uitgever C.J. Aarts en in een essay van Feline Streekstra over de eigengereide invulling die Komrij aan zijn functie van (eerste) Dichter des Vaderlands gaf.

Het laatste woord in De Parelduiker is aan Arie Pos. Hij gaat in op de passie van zijn held voor tekstverwerking per computer. In zijn inleiding op Komrij’s roman en dagboek over het cruciale jaar 1965 -1966 waarin zijn ‘held’ op Kreta verbleef, belicht Pos uitvoerig en boeiend de dagen van de jonge, ambitieuze avonturier. Eigenlijk moet ‘Het begin van een schrijverschap’ als de hoofdtitel van de bijna 300 bladzijden van en over Komrij worden beschouwd. De niet eerder gepubliceerde roman en de dagboeknotities bieden immers een blauwdruk van de latere, volgroeide dichter, schrijver en criticus.

In het romanfragment ‘Hercules’ uit 2004 dat het boek afsluit, blikt Komrij terug op de Griekse tijd als onvergetelijk, als een alles bepalende ervaring. Is de door Pos verkorte ‘debuutroman’ een vingeroefening waarin de gerijpte Komrij soms hoorbaar is, ‘Hercules’ zet hem ten volle neer als stilist en als de romancier die afstand neemt van zijn biografie en juist zó indringend over zichzelf schrijft.

De volgende Kreta-passage zou evengoed veel later geschreven kunnen zijn. Toen al schemerde, de uit duizenden te herkennen stijl door: ‘Gisterenavond toen ik mijn werk aan kant had dacht ik opeens dat ik in Holland terug was, zo pips & schraaltjes & snotterig voelde ik me: een goede burgerpot stond op tafel. Ik moest er een boel van eten & met een houten klaas zou ik gaan sjoelen op de sjoelbak, als ik genoeg gezeten had & niet bleek van het hondje gebeten te zijn.’

Met De lange oren van Midas of beter ‘Het begin van een schrijverschap’ heeft Pos van de te verwachten biografie een stevig voorproefje gegeven in een inleiding over de Komrij-in-een-notendop en in keuze en regie van diens ‘vergeten’ egogeschriften. En de Komrij-special biedt een veelkantig beeld van de figuur die beslist nog lang niet in het mausoleum van de Nederlandse letteren zal worden bijgezet.

 

 

De Parelduiker 2017/2-3 Gerrit Komrij
Hein Aalders
Gerrit Komrij
Verschenen bij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen
ISBN: 9789059374904
176 pagina's
Prijs: € 22,99
De lange oren van Midas
Gerrit Komrij, Arie Pos
het begin van een schrijverschap
Verschenen bij: Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN: 9789023464518
288 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van :

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars

Recent

13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens
7 november 2017

De dreiging van het duister

Over 'Wol' van Aart Taminiau
6 november 2017

Het licht gaat uit

Over 'Laatste dagen op Ellis Island' van Gaëlle Josse

Verwant