16 april 2015

Opzichtige stilte – Leonard Nolens

Precisiewerk van een chaoot

Recensie door Reinder Storm

Leonard Nolens publiceerde in ruim veertig jaar meer dan dertig dichtbundels en enkele dagboeken. Hij verwierf drie oeuvreprijzen, waaronder de Prijs der Nederlandse Letteren 2012. Nolens’ lyrische en persoonlijke gedichten hebben hun weg naar een groot publiek gevonden. Zijn verzamelde gedichten werden al onder drie opeenvolgende titels gebundeld, Hart tegen hart (1991), Laat alle deuren op een kier (2004) en Manieren van leven, 2dl (2012).

Opvallend is dan ook dat Nolens met zijn jongste bundel, Opzichtige stilte, na onderwerpen als liefde, het leven, zichzelf, zijn familie en de stad, thematisch een geheel nieuw perspectief opent: namelijk het dagelijks leven in een of andere zorginstelling. De gedichten in deze bundel zijn verdeeld in vier afdelingen: De kuur I en II, Ontslag en Weerzien. Er komen stethoscopen voorbij, valiumslikkers, schreeuwtherapie en een dokter. De nadruk op deze thematiek past bij Nolens’ poëzie, die direct en prominent aanwezig is. Opdringerig haast, maar desondanks moeiteloos aanvaardbaar om de opeenstapeling van verbluffende beelden en verrassende observaties.

Wat was het dan dat ons ontbrak toen wij belden om hulp?
Mezelf. En wat kwamen wij ook weer tekort? Mezelf.
(…)
Maar wat is mijn kunst? Een doorslaand succes van de wanhoop.
Gedichten zijn immers precisiewerk van een chaoot.

De gedichten van Nolens zijn vrij en toch vormvast. Ontregelend en toch regelmatig. Elke afdeling in de bundel heeft, qua lengte en structuur, min of meer overeenkomstige vormen. In De kuur I en II zijn we getuige, en onderdeel van de dagelijkse routine in een verder niet nader te karakteriseren zorginstelling. Er is afstand en vervreemding: tussen patiënt en dokter en de medebewoners onderling.

Drie keer per nacht verschijnt een zaklamp straal
in ons gezicht, ze komen je slaap onderzoeken.

Ze inspecteren je dromen, geen raam kan er open.
De deuren dragen ons nummer en staan op een kier

in het gelid. En de wekkers van dienst lopen vrolijk
te zwaaien met thermometers en klokken van stemmen,

goeiemorgen! Het gaat als een emmer koud water
je bed in, geen hond die zich wast om wakker te worden.
(…).

Onvermijdelijk dringt de vergelijking zich op met andere dichters die berichtten vanuit een instelling. Maar Jan Arends’ poëzie – ’wie kan zo mager praten met de taal als ik?’ – is kaler dan die van Nolens. Met Achterberg is, door de lyriek en de spanning die de gedichten kenmerkt, meer verwantschap aan te wijzen. Al zijn Achterbergs meest kwetsbare en directe kliniekgedichten pas na zijn dood gebundeld, Blauwzuur (1969). De kuur II bestaat uit vijftien vierregelige gedichten, allen opgebouwd volgens het rijmschema aaba. Nog sterker voelbaar wordt hier de associatie met Achterberg. Het eigentijdse element overtuigt volkomen:

CODE
Wij raken langzaamaan verslaafd aan het verdriet
van onze groep. Wij delen dat als drank en wiet
en hebben de flessen en spuiten verstopt in de nachtkluis van morgen.
De code is geheim. En die vergeet ons niet.

De afdeling Ontslag bestaat opnieuw uit een groep ongeveer gelijkvormige gedichten en bevat vooral aanmoedigingen en bemoedigingen: Leef lang,  Ga dromend, Word wakker, Schrijf, Omhels en

Kniel
voor niemand. Knik
een ogenblik lang naar de man
die jou verwekte, geef hem een hand
en rep je, ren het huis uit.
Ren. En red
je gezicht.

In de laatste afdeling Weerzien, kondigt de troost van de  verlossing zich aan in de titels van de gedichten: Liefdesbrief, Thuiskomst, Mei en Nachtegalenpark. Onmiskenbaar is er hier meer ruimte voor Nolens’ vertrouwde en warme thematiek. In het gedicht Mei vindt letterlijk een opruiming plaats met een zeldzame, komische noot als opluchting tot besluit.

MEI
Ik hoor mijn lieve zenuwpees weer fluiten
boven en rommelen in kasten en sleuren met koffers.
Het huis is tot de nok een reis op til.

Ik ga naar de kelder en sleep een rinkelende berg
flessen uit mijn dal van vorige winter
de trap op en flikker vloekend een klotejaar in de container.

De glasharmonica bliksemt zijn katers aan scherven.
Haar fluitende reislust bevlindert de kamers daar hoog bovenuit.
Een nieuwe lente en een nieuw geluid.  

Een gedicht Mei noemen en eindigen met de zin ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, dat is weer eens wat anders dan Gorter deed!

Nolens speelt voortdurend met de verwachting van de lezer door de ene keer vanuit de ‘ik’ persoon  te schrijven en de volgende keer vanuit de derde persoon. Maar spreekt ook een ‘jij’ en ‘u’ aan. De thematiek van de bundel roept vragen op. Hebben wij hier met autobiografische gedichten te maken? Heeft Nolens zelf een poos in een kliniek gezeten? Antwoorden op deze vragen doen niet werkelijk ter zake als het goed is. En het is goed.

 

Opzichtige stilte

Leonard Nolens
72 blz.
Prijs: € 17,99
Em. Querido’s uitgeverij b.v., 2014

 

Opzichtige stilte
Leonard Nolens
ISBN: 9789021456751

Meer van Reinder Storm:

27 april 2017

Zijn gedichten tonen een vijandig en onherbergzaam wereldbeeld

Over 'Liever niet' van Armando
14 maart 2017

Uitzonderlijke poëzie, liefst hardop voorlezen

Over 'De optocht' van Toon Tellegen - Illustraties Annemarie van Haeringen
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris

Recent

30 mei 2017

Kunst als antwoord op existentiële vragen

Over 'Zout in de wond' van Jurriaan Benschop
29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam

Verwant

16 april 2015

‘Drietalige’ uitgave van Shakespeare’s Rape of Lucrece

Over 'De schennis van Lucretia ' van Leonard Nolens
16 april 2015

Brievenboek wekt oprechte belangstelling voor eerdere publicaties

Over 'Brieven 1923 - 1936' van Leonard Nolens