25 juni 2016

Op de dag van de Brexit

Door Inge Meijer

Ik was bij Latei aan de Zeedijk. Bij binnenkomst bestelde ik koffie en appeltaart. Altijd appeltaart bij Latei, met grote parten appel en volkorendeeg. De lucht was vochtig en zwaar, de regen overvloedig, ook in Engeland. En terwijl de Britten niet wisten waar ze nu eigenlijk voor stemden, legde ik mijn laptop voor me op tafel. Keek naar de gekleurde formicatafeltjes. De jaren zestig afbeeldingen, in lijstjes aan de muur. Borduurwerken van twee naakten. Dacht aan Rob Scholte die in De Fundatie in Zwolle de muren van het museum volgehangen had met de rafelige achterkant van zulk gelijksoortige borduurwerken, op thema. Een confronterend tijdsbeeld van duizend borduurwerken. Nog nooit zoveel stoffigheid bij elkaar gezien. Het was van een indrukwekkende benauwdheid.

Ik trok de krant naar me toe. Filmrecensies. Ik las over de nieuwe film van de Zweedse regisseur Hannes Holm, Een man die Ove heet. Een gepensioneerde spoorwegingenieur, net weduwnaar en ‘topchagrijn’, niemand doet het in zijn ogen goed. Op alles heeft hij wat aan te merken. Dan krijgt hij een nieuwe buurvrouw, uit Iran. Zij herkend zijn gemopper niet. Zij is gevlucht en heeft geen tijd voor mopperen alleen voor overleven. Ze brengt hem eten. Zo zorg je voor elkaar, met voeding (wat is er met ons westerlingen mis dat wij elke muntje uitsparen en karige maaltijden bereiden zodat er nooit iets te delen is?). En hoe die mopperpot daarvan opknapt, weer belangstelling voor het leven krijgt.

Toen moest ik aan Walt Kowalski denken. De Korea-oorlogsveteraan in Gran Torino van Clint Eastwood. Een brombeer die niks moet hebben van zijn Aziatische buren en de tijd waarin hij leeft verafschuwt. Ook hij krijgt weer menselijke trekken als zijn buren hun eten met hem delen. Met een schaal met voedsel kwamen ze bij hem binnen. Ik herinnerde me opeens de tijd dat ik naast een jong Marokkaans gezin woonde. Ze kwamen uit het Rifgebergte.

De jonge vader en de twee kinderen met zwarte krullen. De krullen van de kinderen waren zijdezacht. Ik streek ze wel eens over het hoofd als ze door de heg onze tuin in kwamen. De zwarte krullen van de jonge vader zagen er dik en stug uit. De veel jongere moeder droeg een hoofddoek. We groetten en glimlachten naar elkaar. Veel verder kwamen we niet. Tot mijn jongste dochter geboren werd, een thuisbevalling. Toen bezocht de jonge moeder me aan het kraambed. Ze bracht een zelfgebakken brood en een zak sinaasappelen mee. We spraken elkaars taal niet maar ik weet nog dat ze dit tegen me zei: ‘Het brood is om op krachten te komen. Dat is nodig. En de sinaasappelen doen de zonnige kant in je ontwaken.’

Aan dat formicatafeltje bij Latei bedacht ik dat we allemaal een Aziatische/Arabische of Afrikaanse buur nodig hebben. En dat we met de gerechten die we bereiden, stille oorlogen zullen overwinnen. Niks geen Brexits of Nexits want het delen van zacht geurende kokosgerechten, pittige currystoofpotten, knapperige loempia’s en zelfgebakken brood, zal ons verbroederen.

 

 

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

10 juli 2017

Ongewone intensiteit

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 juli 2007

De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekorpen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden. Zus Nona, de lieveling van haar vader, is er een half jaar geleden vandoor gegaan met een rodeorijder.

Alice is een stil en teruggetrokken meisje, erg eenzaam ook, ze heeft geen vriendinnen. Ze mist haar zus verschrikkelijk.

"Ik wilde Valerie vertellen dat mijn zus ons niet belde, dat ze haast nooit schreef, dat ik me 's nachts in de stille donkere uren probeerde voor te stellen wat er in haar leven gebeurde, wat er zo opwindend en belangrijk was dat ze ons helemaal vergat en ons door het leven liet zwalken zonder haar."

Lees meer