16 oktober 2014

Oogst van de week 42

door Carolien Lohmeijer

I.B. Singer vond vertalen het grootste probleem van de literatuur. Vervolgens bracht hij in  de Engelse vertaling van zijn in het Jiddisch geschreven boeken, tal van aanpassingen en verbeteringen aan die zijn werk volgens hem beter maakten dan het origineel.

‘Maar’ schrijft Salomon Kroonenberg in eerste hoofdstuk van zijn nieuwe boek De binnenplaats van Babel, ‘wat heeft het voor zin dat de mensen verschillende talen spreken? Als je eenmaal met veel moeite een nieuwe taal hebt geleerd en je begint te verstaan wat de mensen zeggen, dan hoor je precies dezelfde dingen als in je eigen taal. ‘Ik hou van je.’ ‘Hoepel op, het is voorbij.’ ‘Ik heb honger, ik wil een boterham.’ ‘Ik ben gisteren naar de kapper geweest, mooi hè!’ Het heeft toch helemaal geen zin om daar verschillende talen voor te gebruiken? Het maakt het onderling verstaan alleen maar moeilijker. Al die schitterende boeken die eerst vertaald moeten worden voor je ze kunt lezen.’
Salomon Kroonenberg (1947) is emeritus hoogleraar geologie aan de TU Delft, maar  is altijd gefascineerd geweest door taal en is ook getalenteerd op dit vlak. Hij gaat in dit boek op zoek naar de oorsprong van onze veeltaligheid. De held van het boek is zijn grootvader die maar liefst veertien talen sprak.
De binnenplaats van Babel, Salomon Kroonenberg, Uitgeverij Atlas Contact, 352 pagina’s, € 21,99

Als deze rubriek zou gaan over aantrekkelijke omslagen i.p.v. over de boeken die wij gaan bespreken, dan stond Albrecht en wij in de hoogste regionen. Maar Albrecht en wij heeft meer te bieden dan alleen een mooi omslag.9789059365230_160-2

Albrecht en wij is een roman over stier Albrecht die de laatste van zijn soort blijkt. Dierentuindirecteur en neushoornspecialiste verschillen van mening over het lot van Albrecht. Humor en wrange realiteit komen samen in dit romandebuut. Van Oord verkent het huidige maatschappelijke klimaat. Hoe slechter het gaat met Albrecht, hoe prangender de vraag wordt of zijn redding alle middelen heiligt, maar vooral: wat zijn die middelen dan?
Lodewijk van Oord (1977) debuteerde met gedichten in De Revisor en publiceerde verhalen, essays en opiniestukken in verschillende dagbladen en literaire tijdschriften. Hij werd regelmatig genomineerd voor literaire prijzen.
Albrecht en wij, Lodewijk van Oord, Uitgeverij Cossee, 256 pagina’s, € 18,90

David Grossman, György Konrád, Breyten Breytenbach, Carlos Ruiz Zafón, Toni Morrison Bauer maakt vriendenen Václav Havel, John Irving, Herta Müller, Richard Russo, Graham Swift, Joseph O’Connor en Carlos Ruiz Záfon. Niet de minsten! Guus Bauer heeft ze allemaal geïnterviewd. Maar Bauer schrijft zelf ook. Romans, maar ook artikelen voor kranten, bladen en websites, waaronder Tzum.

Sinds Bauer zich bij Tzum meldde en aangaf te willen schrijven over ‘Lezers, Jury’s van prijzen, Nederlandse schrijvers van rond de Veertig, Wereldschrijvers, Journalisten, Hoofdredacteuren van boekenkaternen [en] Literaire vrienden’, verschijnen daar (bijna) elke zondag zijn columns die een blik achter de schermen van de Nederlandse literaire wereld bieden.
Die columns zijn nu gebundeld in Bauer maakt vrienden, Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, Prijs € 14,50, 180 bladzijden

De nieuwe roman van Barney Agerbeek, Njai Inem gaat over een ‘njai’: een inheemse vrouw die in Nederlands-Indië gedwongen werd samen te leven met een Europese man.
Njai Inem

‘Met gevoel voor verhoudingen in de koloniale wereld weet Barney Agerbeek in Njai Inem tot in detail de omstandigheden te treffen, waarin een willekeurige njai omstreeks 1930 op een Sumatraanse plantage moet hebben verkeerd. Agerbeek nodigt de lezer uit om door de ogen van twee zeer diverse personages het schrijnende bestaan te doorvoelen van een ‘contractkoelie’. Het verhaal van de njai is doordrenkt met de geest van Midden-Java en geeft een overtuigend beeld van de ontreddering en het isolement van Inem, een sterke maar door het lot geknevelde vrouw.’

Barney Agerbeek (1948) werd in Nederlands-Indië geboren en kwam vier jaar later met zijn ouders naar Nederland. Zijn romandebuut Schaduw van schijn kwam in 2013 uit bij Uitgeverij In de Knipscheer. Hij is auteur van twee dichtbundels, Opzij van mensen (2003) en Elke dag is zondag (2005), en monografieën over Floris Meydam en Nelson Carrilho. Ook schreef hij voor literaire tijdschriften als Nynade, Indische Letteren, Extaze en Avier.

Njai Inem, Kroniek van een steen, Barney Agerbeek, Uitgeverij In de Knipscheer, 176 pagina’s, € 17,50

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer