10 september 2009

Onlangs verschenen: 'Rebel voor de vrede' – John Allen

Op 8 september verscheen Rebel voor de vrede, de eerste geautoriseerde biografie van Desmond Tutu.

Met de roep om sancties tegen zijn land en later als voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie inspireerde aartsbisschop Desmond Tutu miljoenen mensen in Zuid-Afrika en de rest van de wereld.
In Rebel voor de vrede leidt John Allen, Tutu’s voormalige mediasecretaris, de lezer binnen in de innerlijke wereld van Desmond Tutu, een man die zijn controversiële stellingname altijd even onverstoorbaar als innemend over het voetlicht bracht.
Het eerste volledige werk over zijn leven schetst Tutu’s ontwikkeling van arm jongetje in een township tot een van de meest gerespecteerde geestelijk en politiek leiders van onze tijd, die betrekkingen onderhield met wereldleiders als Nelson Mandela, P.W. Botha, Fidel Castro, Yasser Arafat, Tony Blair, George W. Bush, de Dalai Lama, Robert Mugabe, en met cultuuriconen als Bono, Denzel Washington, Harry Belafonte en Bill Cosby.

John Allen is een Zuid-Afrikaanse journalist die onderscheidingen ontving voor zijn verdediging van de persvrijheid. In de jaren negentig was hij directeur van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Van 2000 tot 2004 was hij directeur communicatie bij de Trinity Church in New York.

Lees alvast een fragment:
1 Kind van het moderne Zuid-Afrika

‘Mijn vader was een Xhosa en mijn moeder een Motswana. Wat ben ik dan?’
Tutu in de jaren tachtig, toen hij de apartheidsobsessie met huidskleur op de hak nam.
‘Een Zulu!’
Harry Belafonte, zanger en politiek activist, reagerend vanuit het publiek

Tutu’s geboorteplaats Makoeteng in de Noordwestelijke Provincie van Zuid-Afrika laat zich niet moeilijk vinden. Het is een vredig oord op loopafstand van de drukke winkels en kantoren van Klerksdorp, dat in de negentiende eeuw door blanke kolonisten werd gesticht. Het is er vlak, afgezien van een rotsachtig koppie, een lage heuvel bedekt met struiken en bomen,
waar de kinderen uit de zwarte township speelden. Aan de voet van de heuvel liggen de resten van een eucalyptusplantage. Toen Desmond nog een peuter was, stookte zijn oudere zusje Sylvia van afgevallen takken vuurtjes waar ze zich op koude winterochtenden op de hoogvlakte aan warmden. Met hulp van een dorpeling kan de bezoeker de fundamenten terugvinden van Tutu’s geboortehuis ? de plek waar naar Afrikaans gebruik zijn navelstreng ligt begraven.
Maar vijfenzeventig jaar na Tutu’s geboorte blijkt uit niets dat er in Makoeteng ooit zwarten hebben gewoond. De blanke inwoners van Klerksdorp vonden dat de ‘locatie’ te dicht bij de stad lag. In de tien jaar na de formele invoering van apartheid in 1948, de Tutu’s waren toen al verhuisd, werden de zwarte inwoners onder bedreiging van vuurwapens gedwongen hun boeltje te pakken en zes kilometer verderop gedumpt. Op last van de gemeenteraad kwam er een blanke voorstad luisterend naar de naam Neserhof, naar een familie uit Klerksdorp, voor in de plaats. In 2006 lag het terrein rond het huis van de Tutu’s braak, met uitzondering van een strook welig gras waar een ondernemer een oefenafslagplaats voor golfers had aangelegd. Rondom het braakliggend terrein stonden grote bungalows op uitgestrekte percelen met goed onderhouden tuinen. Tussen de bomen onder aan de heuvel lag een golfbaan ? golf was in Zuid-Afrika lang voorbehouden aan de bevoorrechte blanke minderheid. In het nieuwe Zuid-Afrika werd het gebied omgedoopt in Makoeteng, naar de ruïnes, in de streektaal makoeteng, van de lemen huisjes, die bij de ontruiming met de grond gelijk waren gemaakt.
De verdrijving van zwarte Zuid-Afrikanen begon met de komst van de Hollanders in de zeventiende eeuw, maar voor de familie Tutu ving ze aan met de Britten en bereikte ze tussen 1955 en 1980 een dieptepunt, toen veel van wat de familie dierbaar was ? huizen, scholen, kerken en hele gemeenschappen ? van de kaart werd geveegd of door de apartheid geconfisqueerd.
Desmond Mpilo Tutu werd op 7 oktober 1931 geboren. Hij was alleszins een kind van het moderne Zuid-Afrika, omdat hij aan vaders? en moederskant rechtstreeks afstamde van de twee grootste taal? en cultuurgroepen in het land. Zijn moeder, Aletta Dorothea Mavoertsek Mathlare, de grootste invloed op zijn leven, was een Motswana, uit de taalgroep van de Sotho-Tswana. De stammen uit deze groep wonen al minstens achthonderd jaar in het midden en noordwesten van Zuid-Afrika, volgens één schatting zelfs vanaf 350 na Christus. Ze stonden bekend om het bouwen van nederzettingen, die rond de zeventiende eeuw onderdak boden aan duizenden inwoners. Grootvader Mathlare had vlak bij Fochville, tussen Klerksdorp en Johannesburg, ooit vee bezeten. Zijn dochter was geboren en getogen in Boksburg, een mijnstad waarmee de Reef, het industriegebied dat boven op de goudaders ten oosten en westen van Johannesburg was verrezen, bezaaid was. Haar Afrikaanse naam, Mavoertsek, zei misschien iets over de hoge kindersterfte in de tijd dat ze ter wereld kwam. Voertsek betekent ‘Scheer je weg!’ ? iets wat je tegen een lastig kind of tegen een hond zegt. Ze was een letlomela, geboren nadat het broertje of
zusje vóór haar was gestorven. In de Afrikaanse traditie kreeg zo’n kind een naam die haar minder belangrijk moest maken, opdat de goden haar niet ook zouden wegnemen. Niemand noemde haar ooit bij haar volledige naam: die werd afgekort tot Matse, en in de familie werd ze Ausi (grote zus) Matse genoemd.

John Allen, Rebel voor de vrede. De geautoriseerde biografie van Desmond Tutu. Arbeiderspers, paperback, 419 p., € 29,95

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer