10 juli 2017

Klare lucht zwart – David Vann

Ongewone intensiteit

Recensie door Hans Muiderman

De schrijver zet direct de toon. Melodieuze zinnen wisselt hij af met woorden in een droog staccato. Tegelijkertijd voel je een voortdurende dreiging. Die zorgt ervoor dat je verder wilt lezen, de stijl waarin het geschreven is laat je stilstaan.

Klare lucht zwart is een hervertelling van Medea, een toneelstuk van Euripides (431 v. Chr.). Ook eerdere romans van de Amerikaanse schrijver David Vann zijn gebaseerd op een Griekse tragedie. Voor Klare lucht zwart werd hij geïnspireerd door de reconstructie van en de reis met een antiek Egyptisch zeilschip. Dit zou vergelijkbaar zijn geweest met de Argo, een schip waarmee de Argonauten, Medea en haar man Jason vanuit Colchis ( nu Georgië) naar Griekenland voeren. In het verhaal dreigt voortdurend het einde zoals we dat kennen van eerdere versies van Medea: ze doodt, uit wraak voor het overspel van Jason, haar zoons.

Proza als poëzie
Na haar vertrek weet Medea dat ze haar thuisland definitief verlaten heeft. ‘Te laat beseft ze dat ze nooit meer het licht zal zien opkomen achter deze bergen […], dat ze nu te lang naar het water heeft gekeken en haar thuis is verloren.’ Medea is vanaf het begin van het verhaal ontheemd. Ze zal ‘een vreemde zijn, zelfs voor haarzelf.’

De stijl van Vann is fragmentarisch en zo beeldend dat je veel teksten nog eens wilt lezen, hardop. En nog eens. Het is wennen maar zijn proza kan als poëzie gelezen worden.
Als het schip even is aangemeerd ziet Medea een salamander, ze grijpt hem en houdt hem dicht bij haar gezicht om de ‘toegeklemde, te brede bek te bekijken, die slappe keel. Ondiepe ogen zonder geheimen, bodemloos maar leeg.’ ‘Buik en stompe poten roodgerand […], omhoogkruipend uit een onderwereld.’ ‘Vochtige huid niet voor de lucht, niet voor de zon gemaakt. Halfgeborene.’
Hoe komt die salamander in mijn hand? denk je een moment als lezer. Wat een eng beest. En zo vertelt – ‘toont’ is misschien een beter woord – Vann over afgrijselijke rituelen en slachtpartijen met zo’n beeldende precisie dat je er soms bang van wordt. Veel fragmenten lijken op notities uit een filmscenario. Als er onderweg een vechtpartij uitbreekt tussen de Argonauten en een vreemd volk en Jason vecht met een tegenstander, lees je: ‘Dan slaat Jason de bijl in zijn hals en het blad verdwijnt erin, zit vast, en Jason rukt eraan om het los te krijgen, de man schudt alsof hij danst. Zijn ogen staren omhoog en zijn mond staat open. Zo wijdt hij zijn eigen dood in.

De schrijver is in staat, zowel bij zijn beschrijvingen van de natuur, het landschap als bij de aanvallen van razernij van Medea, de lezer op een beklemmende manier in de situatie te plaatsen. Zijn stijl doet denken aan de openingsscène van de film Medea (1988) van de cineast Lars von Trier. De film is nog maar net begonnen, je bent op zee, de camera duikt onverwacht onder de zeespiegel. Je gaat, als kijker, kopje onder. Even ben je bang dat je verzuipt. Ook David Vann weet bij de lezer zulke fysieke ervaringen op te roepen.

Echtheid
Medea wordt niet geschetst als een hedendaagse vrouw. Je leert haar kennen terwijl ze het lijk van haar broer, dat ze in stukken heeft gesneden, overboord gooit. Wat haar daadkracht betreft, ben je gewaarschuwd. Vann vertelt haar verhaal vanuit een ver verleden maar tegelijkertijd, ondanks alle bizarre slachtpartijen, tekent hij haar karakter met een hoge graad van echtheid. Medea is een vrouw die de waarde van het leven zoekt, die zich verzet tegen haar vader, die een daad wil stellen en daarom Jason helpt Het Gulden Vlies te stelen en daarmee te vluchten uit haar vaderland. Ze denkt veel na. In haar overpeinzingen is er altijd een dreiging, niet alleen over de onzekerheid van het doel van de reis, haar verhouding met Jason maar ook de voortdurende aanwezigheid van het ongekende. Als ze even gaat zwemmen en vanaf het schip in zee stapt, krijgt ze een gevoel ‘dat er altijd iets onder ons woelt, ongeziene beweging, wachtend, iets groots, dat niet gekend of beheerst kan worden.’

Boek één (twee derde van het verhaal) gaat over de reis. Het laatste gedeelte daarvan is langdradig door (te) veel beschouwingen over de ondergaande zon, de eindeloze zee en turen in de verte. Maar in Boek twee, de aankomst en de ‘ontknoping’, hervindt de schrijver zich. In al het geweld waar koning, mens en dier letterlijk in de pan worden gehakt, raakt hij de hel aan. ‘Steeds weer de boog van de hakkende bijl, natte klappen in stevige billen, de romp omlaag gekeerd naar al wat daaronder kan liggen en zonder ogen gezien kan worden. Eenbenig, zonder armen, zonder hoofd, gepaneerd met as…

Aan het eind van het verhaal schetst hij de combinatie van razernij en radeloosheid van Medea op een indringende manier. Wraak, dood en liefde vallen samen. Klare lucht zwart is een prachtig verteld verhaal van een ongewone intensiteit.

In de allerlaatste zin van het boek bedankt de schrijver in het nawoord Robin Robertson ‘voor zijn nieuwe uitmuntende vertaling van Medea. ‘Vertalen is verzielen,’ las ik eens. Ook de vertalers Arjaan en Thijs Nimwegen hebben met Klare lucht zwart die uitspraak waargemaakt.

 

 

Klare lucht zwart
David Vann
Verschenen bij: Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN: 9789023407782
256 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Hans Muiderman:

8 mei 2017

Geen Blow-up-gevoel

Over 'Van licht en donker' van Anton Dautzenberg & Diederik Stapel
18 april 2017

De natuur zijn

Over 'Het vogelhuis' van Eva Meijer

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong