3 april 2017

Olieverf

Door Martin Lok

Ik hou ervan als de ene kunst over de andere spreekt, het is een mooie manier om de intensiteit van het verhaal dat is beschreven of uitgebeeld te laten groeien. Wat mooi te zien is bij Johannes Vermeer of Oscar Wilde. Niemand kan inniger lezen dan Vermeer’s Brieflezende vrouw en geen enkel geschilderd portret is zo gelaagd als Wilde’s Portrait of Dorian Gray. Twee meesterwerken die desalniettemin in bepaalde opzichten overtroffen worden door Charles Dickens’ Little Dorrit. Omdat Dickens hierin met het woord een schilderij citeerde.

Het schilderij dat Dickens citeerde is The fighting Temeraire van William Turner uit 1838. Op het doek had Turner op ongeëvenaard indringende wijze het einde van de macht van oorlogszeilschepen vastgelegd. De Temeraire had met zijn achtennegentig kanonnen tijdens de Slag van Trafalgar Nelson’s vlaggenschip ontzet en daarmee een cruciale bijdrage geleverd aan de overwinning van de Britse marine. Maar de komst van stoom luidde het einde in van deze grootse oorlogsbodem. Een lot dat Turner vereeuwigde door de Temeraire ontdaan van zeilen tegen een geel-rossige zonsondergang naar haar laatste sloopplaats te laten slepen. Door een kleine stoomsleepboot nog wel, symbool voor de nieuwe tijd.

LN20170402 The fighting TemeraireHet schilderij maakte diepe indruk op Dickens. Wat opvallend is, aangezien we van Dickens’ jongste dochter weten dat haar vader geen fan was van de late Turner omdat hij in de klodders rood, geel en blauw nooit de werkelijkheid kon herkennen. Maar de The fighting Temeraire vond Dickens geweldig. Zo geweldig zelfs dat hij er een kopie van had. Misschien wel vanwege het krachtige maar weemoedige beeld van dat grote onttakelde slagschip dat door een klein onooglijk sleepbootje definitief uit de tijd gesleept wordt. Een beeld dat Dickens ‘letterlijk’ in woord vertaalt als hij in hoofdstuk XIII de held van zijn roman, Arthur Clennan, de op geldbeluste Patriarch (Mr. Casby) en zijn assistent Pancks ontmoet. Een ontmoeting die Dickens even kleurrijk beschrijft als Turner schildert. Clennan ziet de Patriarch met zijn glimmende schedel op zich afkomen;

“And that, much as an unwieldy ship in the Thames river may sometimes be seen heavily drifting with the tide, broadside on, stern first, in its own way and in the way of everything else, though making a great show of navigation, when all of a sudden, a little coaly steam-tug will bear down upon it, take it in tow, and bustle off wit hit; similarly the cumbrous Patriarch had been taken in tow by the snorting Pancks, and was now following in the wake of that dingy little craft”.

Turner’s visie op de Temeraire krijgt zo – als citaat in Dickens’ roman – een tweede leven. Het op sleeptouw genomen slagschip is niet langer louter uitbeelding van de teloorgang van de zeilmacht, maar evenzeer van de snuivende assistent die zijn baas dweperig vooruitsnelt. Olieverf is woord geworden.

 

 

Recent

18 april 2017

De natuur zijn

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 april 2007

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland. Het geloof heeft in deze streek een greep op de samenleving en aanvankelijk deint Pastoor Peters braaf mee op de rimpelloze waterstroom van deze benauwde gemeenschap. Wie denkt dat Delpeut zich schaart onder de reli-krakers komt echter bedrogen uit. Hij schrijft vele malen mooier dan de dulle Siebelink. De prachtige natuurbeschrijvingen of andere observaties van Delpeut weerspiegelingen op virtuoze manier de zieleroerselen van de hoofdpersoon. Dat is een stijlfiguur, die vakmanschap vereist en Delpeut beheerst zijn metier, terwijl we hier nota bene met een romandebuut te maken hebben. (..)’Hij keek rond in zijn kerk. Door de gebrandschilderde ramen glipte nog juist het laatste licht van de dag binnen. Van buiten leek de kerk een lomp gebouw. De huizen van het dorp waren er eenvoudig te dicht bovenop gebouwd. De verhoudingen waren zoek.’(..)

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland.

Lees meer