15 november 2017

Noten leren lezen

door Liliane Waanders

Het was alsof de duvel er deze zomer mee speelde. In het ene na het andere boek werd ik door de auteur naar een notenapparaat verwezen. De meeste schrijvers dwongen mij tot bladeren. Tot het verlaten van de tekst om ergens achterin op zoek te gaan naar de verantwoording van wat ik net gelezen had. Slechts een enkeling was zo vriendelijk een voetnoot te plaatsen, zodat ik in een oogopslag kon beoordelen of ik die noot wel het lezen waard vond. Sommige schrijvers maken het namelijk heel bont. Soms staat er achter bijna elke zin zo’n naar een noot verwijzend cijfertje gesuperscript.

Mijn frustratie over al dat vergeefse geblader ebde weg naarmate ik weer meer romans ging lezen. De kans dat je daarin een noot tegenkomt, is relatief klein. Gebruikt een schrijver er toch één, dan maakt het bijna altijd onderdeel uit van het spel dat hij speelt. Dat ik op de tweede pagina van De vos van Dubravka Ugresic een voetnoot aantrof, stoorde me dan ook allerminst. Ook aan de noten die daarna nog volgden, ergerde ik me niet. Het scheelt natuurlijk dat het allemaal voetnoten zijn. Bovendien bevestigen ze mijn gelijk: De vos is eigenlijk helemaal geen roman. Het is een fascinerend, en goed, boek, met een hoog verhalend gehalte, maar geen roman. Althans niet in de traditionele zin van het woord.

Inmiddels ben ik weer in een boek bezig waarin ik flink heen en weer moet bladeren, maar dit keer wil ik geen noot missen. Nu ik weet dat de eerste versie van zijn toch al veelbesproken Wolkers-biografie door de promotiecommissie niet wetenschappelijk genoeg bevonden werd en Onno Blom zich gedwongen zag het nodige te herschrijven en in zijn proloog nog eens extra benadrukt dat alles wat hij schrijft terug te voeren is op bronnen, ben ik meer dan gemiddeld nieuwsgierig naar de manier waarop hij zich in Het litteken van de dood verantwoordt.

Ik maak er een sport van om te raden welke bron er schuilgaat achter een noot. Neem nou de zin waarmee het eerste hoofdstuk opent: ‘Op 26 augustus 1944 bloeiden zwanenbloemen in de sloten en kleurden paardenbloemen de weilanden om Oegstgeest felgeel.(1)’ Of deze, dertig bladzijden verder: ‘Als een van de kinderen sigaretten voor vader moest kopen bij een winkel aan de overkant, moest hij of zij goed uitkijken tot de tram voorbij was.(108)’ Ik zat er in beide gevallen naast.
Nadat mijn opwinding over de oorsprong van deze zinnen gezakt was, vroeg ik me a) af of dergelijke zinnen een bronvermelding nodig hebben, en b) of Onno Blom zichzelf een wetenschappelijk dienst bewijst met deze verantwoording van de feiten.
De vraag stellen is hem beantwoorden. a) Bloeiden die bloemen dat jaar alleen op 26 augustus? Moeten kinderen niet altijd uitkijken als ze een straat oversteken? b) Weet Onno Blom zeker dat Jan Wolkers dit 35 jaar na dato zeker wist? Hoe relevant is een bron die iets alleen van horen zeggen heeft?

Noten moet je leren lezen, en noten schrijven is ook vak apart.

 

1 Dagboek, 30-8-1979. Archief Wolkers, Texel.
108 Gesprek Karina Wolkers, 17-3-2014.

 


Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

 

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer