16 september 2016

Het innerlijk toneel. Feiten – Marcel Cohen

Nog pas gisteren

Recensie door Rob van Dam

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog, opgetekend door hen die uit eigen geheugen putten, worden zeldzaam. Marcel Cohen, de schrijver van Het innerlijke toneel. Feiten, was vijf of zes toen hij, op 14 augustus 1943, als joods jongetje in Parijs meemaakte hoe vader en moeder werden opgepakt en hijzelf de dans ontsprong.
Wat hij na zeventig (!) jaar (het Franse origineel is van 2013) nog meedraagt aan eigen herinneringen aan hen die nooit zijn teruggekomen is niet veel, en veel herinneringen zijn vaag of fragmentarisch. Voor dit boek is hij daarom ook te rade gegaan bij familieleden en andere direct betrokkenen, sommige zelf overlevenden van bezetting en vervolging. Maar ook hun herinneringen zijn schaars en bovendien verdacht eensluidend: de mythevorming is al lang geleden begonnen.
Vader, moeder, de grootouders, een oudtante, een oom en een babyzusje: ze leven in meerdere of mindere mate voort in herinneringen en nu dan ook in dit boekje, dat soms de levende persoon oproept en soms niet meer vastlegt dan iets triviaals als het geluid van een ruisende jurk. Allemaal vermoord in Auschwitz. Voor hen is dit boekje een gedenkteken van grote soberheid.

Herinneren
Het boek toont de vergeefsheid van het ‘opdat wij niet vergeten’ dat elk jaar opnieuw wordt beleden wanneer we de oorlog herdenken, want het laat zien dat het vergeten onverbiddelijk voortschrijdt. Die foto van oudtante Rebecca, is dat eigenlijk niet haar zuster Suzanne? Van het zusje, Monique, bestaat zelfs geen foto, alleen een kettinkje dat ze waarschijnlijk nooit heeft gedragen.
Het boek laat zich lezen als een poging tot verzet tegen het noodlottige vergeten en als een kleine studie van wat ons geheugen vermag. Het is een sympathiek boekje, dat laat zien dat een onderneming die tot mislukken is gedoemd – de vermoorde familieleden recht te doen – geslaagd mag heten doordat de lezer die ‘mislukking’ zo duidelijk voor ogen krijgt.

De familie: uit Turkije afkomstige Joden, van kindsbeen af Frans-georiënteerd, na de Eerste Wereldoorlog geëmigreerd, de meesten rechtstreeks naar Frankrijk, het volgens de schrijver bij de Joden in Turkije indertijd zo geliefde land. ‘Niet alleen het land van Racine, de Verlichting en de Revolutie van 1789 waarbij – voor het eerst – burgerrechten aan de Joden werden verleend’, maar ook het land van de zaak-Dreyfus. ‘Haast overal elders ter wereld zou de kapitein na een standrechtelijk – of helemaal geen – proces zijn gefusilleerd, en niemand zou van hem hebben gehoord.’ Maar in Frankrijk zegevierde het recht. Oma borduurde als jong meisje kussens met de afbeeldingen van Dreyfus en Zola. Op naar Frankrijk! En dan komt de bezetting.

Grote gebeurtenissen, kleinigheden, alles is vastgelegd, want het is alles wat de schrijver rest. Hoe moeder en baby gevangen zaten in het Rothschild-ziekenhuis en hoe de kleine Marcel op bezoek ging in de stampvolle ziekenzaal (waar moeder gevangen zat totdat de baby zes maanden zou zijn geworden, de minimumleeftijd waarop de Franse politie baby’s uitleverde). De rode bies rond het soepbord, die van hetzelfde rood was als de traploper. En de vele geuren, waar Cohen zijn leven lang naar op zoek is geweest, vaak met succes: de pommade van vader, diens eau de cologne, het pak van opa, moeders parfum.

Behalve van de baby bevat het boek van elk besproken familielid een foto, plus geboorteplaats en -datum en de dag van het fatale transport (door de vertaalster ‘konvooi’ genoemd; de vertaling vertoont hier en daar een ongebruikelijke woordkeus). En er zijn zeven foto’s van voorwerpen, ‘documenten’ genoemd, die de tand des tijds hebben doorstaan en die, als relikwieën, de gestorvenen quasi-aanwezig doen zijn. Een eierdopje, een door vader speciaal voor zijn zoontje gemaakt hondje van wasdoek.
De hoofdstukken zijn kort tot uiterst kort. De herinneringen van Cohen zijn schuin gedrukt om ze te onderscheiden van de gereconstrueerde verhalen.

Zeggingskracht
Het is niet veel wat Cohen heeft weten te verzamelen en in dit boek behoedt voor de vergetelheid, en dat weet hij: ‘Aan de gruwelijkheden uit het verleden kon onmogelijk het onrecht worden toegevoegd te laten geloven dat het materiaal te schamel was, de persoonlijkheid van de overledenen te wazig en, om een uitdrukking te gebruiken die erg pijnlijk is, maar waardoor ik duidelijk kan maken wat ik bedoel, te weinig “origineel” om een boek te rechtvaardigen.’
Hij heeft gelijk, maar het levert geen literair hoogstandje op. De omslachtige wijze van uitdrukken die uit bovenstaand citaat blijkt, komt vaker in het boek voor, met name als de schrijver een analytische, beschouwelijke toon aanslaat. Soms is de toon wel érg nuchter. Zijn daar die zeventig voorbije jaren debet aan?
Dit boek lees je niet voor de stijl. En die foto’s, ach. Nee, het gaat om de feiten en de zoektocht ernaar en om de herinneringen zelf, Het innerlijk toneel dus en de Feiten, en díe geven dit boek de zeggingskracht van een ‘Stolperstein’.

 

 

 

 

Het innerlijk toneel. Feiten
Marcel Cohen
Vertaling door: Katelijne de Vuyst
Verschenen bij: Athenaeum-Polak & Van Gennep
ISBN: 9789025302269
134 pagina's
Prijs: € 17,50

Meer van Rob van Dam:

20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
28 november 2016

Laat varen alle hoop

Over 'We houden van Tsjernobyl' van Svetlana Alexijevitsj
25 oktober 2016

Een man, een vogel

Over 'De havik' van T.H. White

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

16 september 2016

Cryptisch puzzelproza in poëtische stijl

Over 'Nedjma ' van Marcel Cohen
16 september 2016

Reynaert de Vos