18 maart 2015

Njai Inem – Barney Agerbeek

Schrijnende roman over het leven van contractkoelies

Recensie door Angèle van Baalen

Waar al zoveel grote schrijvers mooie romans over Nederlands-Indië geschreven hebben, lijkt het ondoenlijk aan die reeks er nog een toe te voegen.
Njai Inem, Kroniek van een steen is een eenvoudig, chronologisch geordend verhaal over jonge Indiërs die een vel papier tekenen waardoor ze ‘contractkoelie’ worden en daarmee de zeggenschap over hun leven uit handen geven. Voor de zestienjarige Inem en haar twee beste vrienden, het meisje Siti en haar vriend Djoko is dat een gedenkwaardige dag.

Het verhaal omvat een geringe tijdspanne. Het relaas begint met de beschrijving van een willekeurige dag in Muntilan, een stadje op Midden-Java. De werkeloosheid is groot, men lijdt voortdurend honger. Jongeren hangen wat rond. Er komen twee mannen om koelies (ongeschoolde arbeiders die zwaar werk moeten verrichten) te ronselen voor een rubberplantage op Sumatra. De volgende dag (deel twee) wordt aan vijftig sterke, gezonde mannen en vrouwen, onder wie zich Inem en haar twee vrienden bevinden, een contract van drie jaar aangeboden en een voorschot gegeven. Inem geeft de helft van haar voorschot aan haar vader, zodat haar broertjes en zusjes weer naar school kunnen gaan.
In deel drie lezen we het verslag van de reis naar Sumatra, waarbij de dagen op de boot de verschrikkelijkste zijn: de koelies zitten, op elkaar gepakt, dagenlang in het maar voor de helft afgedekte ruim, in weer en wind. Na aankomst op de plantage worden Inem en Siti van de groep gescheiden, Inem is bestemd voor de toean (heer, gebieder), de Hollandse baas van de rubberplantage, Siti voor een van de twee assistenten.
Hoewel nergens in het verhaal de chronologie wordt doorbroken, is het geen droge opsomming, doordat het verhaal verteld wordt enerzijds door een alwetende verteller, anderzijds vanuit het perspectief van Inem of haar meester. Wanneer Inem de ik-verteller is, wordt een ander lettertype gebruikt.

De delen vier, vijf en zes zijn interessanter dan de eerste drie, omdat daarin Inem en haar meester om de beurt van dezelfde gebeurtenissen of situaties verslag doen, ieder vanuit hun eigen perspectief. Zo betreuren zij zeer de dood van Djoko. (Hij viel een mandoer, een Indische leider van een werkploeg aan toen ‘zijn’ Siti door een van de assistenten meegenomen werd; daarop werd hij door drie mandoers zó mishandeld voor het oog van de net aangekomen groep koelies, dat hij twee dagen later aan zijn verwondingen overleed. Siti mag om onrust te vermijden terug naar haar dorp). Beiden doen dat om verschillende redenen. Inem omdat zij nu helemaal alleen zonder vrienden drie jaar moet zien te overleven als njai (huishoudster/concubine), haar toean omdat dergelijke onnodige wreedheid onrust veroorzaakt bij de andere koelies en omdat, niet onbelangrijk, de regels zijn overtreden. Hij heeft namelijk eindeloos herhaald dat er geen wrede lijfstraffen gegeven mogen worden, dat er genoeg eten en drinken moet zijn voor de koelies. Als Hollander krijgt hij niet echt contact met de inlandse mandoers, ook al worden zij redelijk betaald en behandeld.

Van de vriendelijke, begripvolle kokkin, leert Inem wat haar meester van haar verlangt: naast een enkele huishoudelijke taak moet zij vooral zorgen voor zijn welzijn, en daar hoort ook bij dat ze het bed met hem deelt. Ongetrouwd seks hebben is voor haar als moslim echter de grootste vernedering die er bestaat.

Deel zes maakt een sprong in de tijd, de baas kijkt tevreden terug op de eerste zes maanden met Inem: ‘Waarschijnlijk betekent ze meer voor me dan ik me bewust ben. Zij verandert en ik verander mee, waardoor we steeds beter op elkaar afgestemd raken. In bed heeft ze leren aanvaarden. Ze heeft geen angst meer en ze laat duidelijk voelen wat ze prettig en niet prettig vindt.’ Dat het voor hem niet mogelijk is de inlandse geest te doorgronden, blijkt uit hoe Inem over de situatie denkt: ‘Terwijl ik de voordeur op slot doe, moet ik steeds denken aan hoe het verder moet. Dan moet ik altijd oppassen dat ik niet eindeloos ga piekeren en uiteindelijk in huilen uitbarst. (…) Nu zwijg ik over mijn ware verlangens, over mijn wanhoop en mijn schaamte. Alles hou ik binnen, een steen in mijn borst.’

Alle zes delen worden voorafgegaan door een of meer citaten. Achter in het boek staan een woordenlijst en als addenda een aantal (kranten)artikelen over mensenhandel en slavernij, en een bibliografie.
Een vlot geschreven kroniek die een overtuigend beeld geeft van het schrijnende bestaan van contractkoelies en njais.

 

Njai Inem
Kroniek van een steen

Auteur: Barney Agerbeek
Verschenen bij: Uitgeverij In de Knipscheer
Aantal pagina’s: 176 blz.
Prijs: € 17,50

Njai Inem
Barney Agerbeek
ISBN: 9789062658640

Meer van Angèle van Baalen:

22 juni 2015

Hoe overleef ik mijn slaven?

Over 'Handboek slavenmanagement ' van Marcus Sidonius Falx
19 februari 2015

Treurnis, weemoed en melancholie in adembenemend proza

Over 'Een avond bij Claire ' van Gajto Gazdanov
21 oktober 2014

Betoverend mooi

Over 'De vrouw op de trap' van Bernhard Schlink

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Verwant

18 maart 2015

Het besloten universum van Cor Gout

Over 'Korenblauw ' van Barney Agerbeek
18 maart 2015

Oogst week 23