16 december 2014

Nieuwe editie Liter

Een nieuwe Liter voor bij het haardvuur

Literair tijdschriften

Deze korte en grijze dagen vragen om mooie verhalen. Liter 76 geeft aan daarin te zullen voldoen met onder andere een kort verhaal van Thomas Heerma van Voss, Joachims wedstrijd. Mooie verhalen van gastschrijver Désanne van Brederode – over de muziek van Ryuichi Sakamoto –  en Michiel van Diggelen, over zijn levensvragen en de rol die de schrijver Ab Visser daarbij speelde. Marc Colsen peinst op zijn beurt over het godsbeeld van Frans Kellendonk. Tom van Deel kijkt terug op het leven van zijn dit jaar overleden vriend Gerrit Krol.

Len Borgdorff herleest Door mijn schuld, een van de werken van onze gastschrijver Désanne van Brederode. Menno van der Beek presenteert werk van Hans Wap, dichter, beeldend kunstenaar, ontwerper van treininterieurs, boekomslagen en decors voor dansvoorstellingen. Marjolein van Heemstra is minstens zo veelzijdig: ze dicht, maakt theater en is columnist. Over Van Heemstra’s werk voelen Janneke van der Veer en Nels Fahner haar aan de tand.

Ook veel poëzie in deze Liter: Benno Barnard en Anton Ent zijn vertegenwoordigt met ieder vier verzen. Pauliene Kruithof en Mart van der Hiele met ieder een. En er is een Gericht Gedicht van Willem Jan Otten, geïnspireerd door een film van Robert Bresson.

Verder stukken over: Martien Brinkman, Edwin Fagel, Koos Meinderts, Alice Munro, Willem Jan Otten, Gijs IJlander en John Williams.

Liter 76 kan besteld worden via deze link: www.leesliter.nl

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer