25 mei 2016

De blauwe gitaar – John Banville

Niets lijkt wat het is

Recensie door Karel Wasch

De Ierse schrijver John Banville (1945), won in 2005 De prestigieuze Man Booker Prize voor De Zee. Sindsdien is hij Nobelprijskandidaat en dat is niet verwonderlijk want hij schreef maar liefst vijftien romans van hoge kwaliteit.


Ook in dit boek zijn er- zoals in al zijn romans- allerlei verwijzingen. Een paar voorbeelden. De titel van de roman verwijst naar een gedicht van Wallace Stevens (1879-1965) waarin: ‘De dingen zoals ze zijn, anders worden op de blauwe gitaar.’ (…) Een zin uit The Man with the Blue Guitar uit 1937. Ga daar maar eens aanstaan met zo’n motto! Maar er is ook een schilderij van Picasso, De oude gitarist uit 1903. Dat schilderij werd gemaakt door de schilder in zijn (Hoe kan het anders) blauwe periode. En uitgerekend deze periode in het leven van Picasso werd gekenmerkt door zijn verhouding met twee vrouwen, waartussen hij maar moeilijk kon kiezen. En dat is ook een thema in dit boek. Het blauwe schilderij in het atelier van hoofdpersoon en verteller, schilder Olivier Orme, is zijn laatste. Hij is gestopt met schilderen.

Verder wordt Fragonard (1732-1806), de schilder, in één adem genoemd met ene Vaublin, een andere schilder. Maar enig zoekwerk levert op dat deze Vaublin nooit heeft bestaan. Banville houdt ervan ons op het verkeerde been te zetten, maar daar hoeft men zich niet door te laten afschrikken.

Drama
Zoals in alle virtuoze boeken lijkt de verhaallijn van deze roman eenvoudig. De kunstschilder en verteller Olivier Orme is getrouwd met Gloria, een wat cerebrale saaie vrouw. Als vanzelfsprekend wordt hij verliefd op Polly, de vrouw van zijn vriend Marcus -een verwijzing naar Polly Garter, de wilde meid uit Under Milk Wood van Dylan Thomas-. Deze Marcus is klokkenmaker. De liefdesverklaring vindt plaats tijdens een autorit en gaat uit van Polly. Olivier zit achterin met zijn vrouw, Polly streelt vanaf de voorbank- zonder dat iemand het merkt- zijn knie: ‘ Het volgende waarvan ik me bewust werd, was dat er iets aan mijn knie krabbelde, en bijna stootte ik een angstkreetje uit- het was heel goed mogelijk dat er zich in de oude auto van Marcus ratten bevonden- maar toen ik naar beneden keek, zag ik het schijnsel van een hand en realiseerde  ik me dat Polly me daar vastgreep.'(…)  Wat zich ontrolt is niets meer of minder dan een drama, maar niet in de traditionele betekenis van het woord.

Existentieel
Olivier hoopt- doordat hij gestopt is met schilderen-  meer bij zichzelf terecht te komen. Hij heeft echter een ongelofelijke levensangst. Deze uit zich in stuurloosheid, ontrouw, oneerlijkheid en kleptomanie: ‘Mijn gedachten keren weer terug naar de tube zinkwit, die ik gapte in de winkel van Geppetto’s speelgoedwinkel. Ik lijk de kwestie niet te kunnen laten rusten.‘ Toch krijgt de lezer geen hekel aan Olivier en dat is de verdienste van Banville. Hij geeft ons een inkijkje in de gedachten van zijn hoofdpersoon, die tevens de verteller is.
‘Ik schilderde altijd. Dat was mijn andere hartstocht, mijn andere drang. Ik was schilder. Ha! Het woord dat ik het eerst opschreef in plaats van ‘schilder,’ was ‘schelder.’ Een verschrijving, een vergissing. Wel toepasselijk. Eens was ik een schilder, nu ben ik een schelder. Ha! Ik zou moeten ophouden voor het te laat is!’

De bedoeling van Olivier is om existentiële zaken te gaan regelen in de tijd, die hij vrijmaakt met de vervallen schildertijd. Maar dat pakt dus helemaal anders uit. Door zijn affaire met Polly gaat deze tijd weer verloren.

Op de achtergrond speelt het feit dat het dochtertje van Gloria en Olivier op vierjarige leeftijd is overleden. Een dreun waar het huwelijk van de beide echtelieden behoorlijk veel averij door heeft opgelopen. Tussen de regels door wordt gesuggereerd dat het meisje helemaal niet door Olivier is verwekt. Het thema: ‘Niets lijkt wat het is!’ komt weer om de hoek.

Stuurloos
Het ergste in het leven van Olivier is dat hij stuurloos dreigt te raken en inschattingsfouten maakt. Hij wil zijn vriend Marcus vertellen van de verhouding met Polly, maar durft het uiteindelijk niet. En hij verlaat Gloria tijdelijk om bij Polly’s ouders in te gaan wonen. Zij willen niets van hem weten. En Banville schetst deze situatie kristalhelder: ‘Ik bracht de rest van de ochtend overal en nergens in het huis door, erop gebrand een volgende confrontatie te vermijden, zelfs op klaarlichte dag , met Polly’s getikte moeder. Ook was ik er niet erg op gebrand haar vader tegen te komen, die me naar ik vreesde vriendelijk maar beslist in een hoek zou weten te manoeuvreren en die van mij op zijn beschroomde wijze wel eens zou willen weten wat nu precies mijn plannen met zijn dochter waren, die een getrouwde vrouw was en bovendien ook eens twintig jaar jonger dan ik.’  

Uiteindelijk komen deze confrontaties er niet. De ouders van Polly zijn verslingerd aan een Duitse Prins, Frederick Hyland, die in een vliegtuigje aangevlogen komt en het hart van Polly verovert.
In zijn naïviteit denkt Olivier dat de verhouding niets te betekenen heeft, maar Polly heeft in het geniep al lang besloten er met deze Frederick vandoor te gaan . De zaken worden er niet makkelijker op wanneer blijkt, dat Gloria ook nog eens van Marcus in verwachting blijkt te zijn. Maar Marcus is met zijn auto in zee gereden en omgekomen.

We hebben 310 bladzijden mogen genieten van de prachtige taal van Banville, de schitterende verwijzingen, alles gegoten in een fraaie vertaling van Arie Storm. Men leze!

 

De blauwe gitaar
John Banville
Vertaling door: Arie Storm
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021400365
310 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Karel Wasch:

6 december 2016

Terug naar Gozo

Over 'Retour Calypso' van Matthijs Eijgelshoven
11 januari 2016

Wrange getuigenis

Over 'De erven Oppermann' van Lion Feuchtwanger

Recent

20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann

Verwant

25 mei 2016

Te hoog gegrepen

Over 'Het laatste testament van Frans Kellendonk' van John Banville