27 november 2012

Niet voor de winst - Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft – Martha Nussbaum

Red de democratie!

Recensie door Adri Altink

Billy Tucker was een 19-jarige leerling aan een business college in Massachusetts toen hij tot zijn eigen verbazing ontdekte dat hij als voorstander van de doodstraf een overtuigend pleidooi ertégen wist te houden. Dat was het resultaat van de manier waarop zijn lerares de leerlingen had weten te boeien met de discussietechniek van Socrates. Door, zoals dat fameuze Griekse voorbeeld, aanhoudend kritische vragen te stellen over hun eigen opvattingen hadden Billy en zijn klasgenoten geleerd dat je respect kon opbrengen voor andermans mening. Daarmee bereikte je meer dan met alsmaar hameren op je eigen gelijk.

Het lijkt geen sensationeel voorval; we kunnen het ons goed voorstellen dat het zo werkt. Toch geeft de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum deze getuigenis van de de jonge Tucker een prominente plaats in haar boek Niet voor de winst. Voorbeelden als Tucker zullen er steeds minder zijn, waarschuwt ze. Er groeit een generatie scholieren op die, de leraar nabauwend, alleen nog maar wordt klaargestoomd voor een leven waarvan het succes wordt afgemeten aan het economische rendement. Er is geen plaats meer voor spel, creativiteit, verbeelding en logica. Dat zal er voor zorgen dat studenten minder ‘mens’ zullen worden. Uiteindelijk zal dat ook de vorming van democratisch gezinde burgers in de weg staan.

Nussbaum zet hoog in. De eerste zinnen van het boek schetsen een pessimistisch beeld:

We bevinden ons midden in een crisis van enorme omvang, die zwaarwichtige gevolgen kan hebben voor de hele wereld. Nee, ik heb het niet over de economische wereldcrisis die begon in 2008 (…) Nee, ik heb het over een crisis die grotendeels onopgemerkt voortwoekert, net als bij kanker; een crisis die op lange termijn veel schadelijker kan zijn voor de toekomst van het democratisch zelfbestuur: een wereldwijde crisis in het onderwijs.’

Het zijn alarmerende woorden: crisis, enorme omvang, zwaarwichtige gevolgen, voortwoekeren, kanker. Niet voor de winst is duidelijk geen optimistisch boek. Toch is het ook inspirerend. In kort bestek weet het duidelijk te maken wat het belang is van aandacht voor de geesteswetenschappen in het onderwijs.

We kennen het ook in Nederland: nu het economisch slecht gaat wordt zonder pardon gesneden in de ‘linkse hobby’s’. Studenten moeten vooral snel afstuderen en dan het liefst in disciplines die het land economisch vooruit helpen zodra ze de arbeidsmarkt opstromen om hun investeringen in klinkende munt om te zetten.
Nussbaum bespreekt ons land overigens niet. Ze geeft vooral een inkijk in ontwikkelingen in Amerika, waar ze momenteel woont en doceert, en in India, waar ze jarenlang onderwijs gaf en een fervente aanhanger was van de onderwijstheorieën van Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore (met afstand de in haar boek meest geciteerde schrijver). Ze weet dat dat een beperking inhoudt, maar ze is tevens zo eerlijk om geen grote uitspraken te doen over landen die ze niet uit eigen ervaring kent.

Nussbaum begint haar beschouwingen bij het pasgeboren kind. Dat is er in zijn eerste jaren op gericht de wereld voor zijn eigen doeleinden te gebruiken. De opvoeding moet het kind duidelijk maken dat het afhankelijk en kwetsbaar is en dat anderen dat ook zijn. Als het in zijn narcisme blijft hangen zal het haatgevoelens ontwikkelen jegens anderen op wie hij zijn onmacht om de wereld naar zijn hand te zetten kan projecteren. Van wezenlijk belang in die opvoeding zijn de kunst en de literatuur die de verbeelding stimuleren en daarmee het vermogen zich in anderen in te leven en kritisch te zijn.

De schrijfster geeft een mooi voorbeeld om te illustreren waartoe die inzet kan leiden als ze het succes beschrijft van het Chicago Children’s Choir. Het is een project waarin bijna 3.000 kinderen meedoen, die voor 80% onder de armoedegrens leven. Het bestaat uit tientallen koren op verschillende niveau’s die vooral muziek uit elkaars woonomgeving en cultuur uitvoeren. De kinderen blijken na verloop van tijd veel meer verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen en in veel groteren getale te kiezen voor opleidingen in de geesteswetenschappen dan hun leeftijdgenoten die niet meezingen. Het project wordt louter uit particuliere middelen betaald. De overheid steekt er geen cent in.

De hoofdmoot van Nussbaums betoog gaat echter over het academisch onderwijs. Ooit oogstte Amerika lof voor de plaats van de ‘liberal arts’ in het onderwijs. Daarin was er naast het hoofdvak alle tijd voor literatuur, kunst, geschiedenis, filosofie enzovoort. Maar daar gaat in toenemende mate het mes in. Waar bespaard moet worden sneuvelen die vakkenpakketten het eerst. En daarmee, zo waarschuwt Nussbaum, de ontwikkeling van studenten tot belangrijke deelnemers aan het politieke debat, die zich bewust zijn van de historie en de opvattingen van andere culturen en zich daarin kunnen inleven. Het leidt tot een erosie van de kwaliteit van de democratie. En het is die democratie die voor de rechtvaardigheid in de wereld en de welvaart van onze aarde zo oneindig veel belangrijker is dan puur economisch gewin. Zonder kritische en empatische burgers loopt die gevaar.

Niet voor de winst is vooral een politiek pamflet met als boodschap ‘Red de democratie’. Maar daarin zit ook een beetje het manco van het boek. Tegen het einde zou je als lezer zo graag zien dat ze althans enige opties gaf voor ingrepen. Maar verder dan de bevestiging van haar eerder beschreven doemscenario komt het niet. Ze merkt nog wel op dat meer geld prima is, maar dat het vooral gaat om krachtige mogelijkheden voor inspirerende leraren. Maar ook dan is de politiek aan zet. Die zal de voorwaarden moeten scheppen waarin het door Nussbaum bepleite onderwijs de ruimte krijgt. Toch kun je je voorstellen dat het voor de beleidsmaker die het boek na instemmende lezing met de edelste bedoelingen op zijn nachtkastje legt, de volgende morgen toch weer business as usual is. Op dat punt mist het boek enigszins wat het zelf zo bepleit: inleving in de rol van de politicus die met de economische crisis wordt geconfronteerd en niet goed weet hoe hij de filosofie van Nussbaum vorm zou kunnen geven in de dagelijkse praktijk. Ook al hangt hij niet de kerk aan die cultuur een linkse hobby vindt. En ook al onderschrijft hij Nussbaums stelling dat de geesteswetenschappen en de kunst in het onderwijs sneuvelen omdat ze geen geld opleveren, terwijl ze alleen maar doen ‘wat veel kostbaarder is dan dat: ze maken de wereld tot een plek waar het leven de moeite waard is.’ Maar misschien vragen we dan teveel van Nussbaum. Gezien de ondertitel van het boek was het er haar niet om te doen de poltitiek bij de hand te nemen.

 

 

 

Niet voor de winst - Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft
Martha Nussbaum
Vertaling door: Rogier van Kappel
Oorspronkelijke titel: Not for profit
Verschenen bij: Ambo
ISBN: 9789026326653
214 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Adri Altink:

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
27 september 2017

De mens moet geen god willen zijn

Over 'Aan een onbekende god' van John Steinbeck
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken