In gekwelde toestand aan de brugleuning

De dag dat hij overleed, 14 februari 1995, herinner ik me nog. Het was tegen de avond dat ik thuiskwam en mijn oudste dochter  me in de gang stond op te wachten om te zeggen dat Ischa Meijer was overleden. ‘Het was op de radio’, zei ze erbij, voor het geval ik het niet geloven wilde. Ik was geschokt noteerde ik die avond in mijn schrijfboek. Ook de dag daarna noteerde ik dat ik het nog niet kon geloven. Hij zou die dag 52 jaar worden. De radioman van de VPRO, de interviewer en chansonnier. Connie Palmen, waarmee hij al jaren een intense relatie onderhield, stelde ‘dat bij de dood van haar man een schok door Nederland ging’. In verschillende media werd dit afgedaan als een ‘overtrokken’ reactie. Dat Ischa als linkse jongen de laatste twee jaar van zijn leven voor Joop van den Ende werkte, werd hem niet in dank afgenomen. Ook zeiden ze dat hij als columnist geen alom geliefde figuur was, zoals Simon Carmiggelt.

Deze week pakte ik zijn boeken er weer eens bij. Een jongetje dat alles goed zou maken en De Dikke Man voor altijd; stukjes die hij vijf jaar lang schreef voor Het Parool. Schetsen uit het dagelijkse leven van Amsterdam. Ik vond ze toen niet geweldig. Stoorde me aan het veelvuldig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en persoonsvormen met hoofdletter. Zo nadrukkelijk allemaal. Kon er nooit teveel achter elkaar lezen, het ging tegenstaan. De gesprekken met Een Oude Kennis, De Zenuwachtige Kennis, Een Verre Vriend, De Melancholieke Drinkebroer, De Kleine Kale Uitgever, De Kale Acteur, De Stralende Jongeman, Het Meisje In Uniform  alsook Het Filosoofje, waarvan bekend was dat Connie Palmen hiervoor stond.  Elk persoon karakteristiek geduid met een hoofdletter. Ik vond het wat pedanterig, pathetisch ook. Nou, nou, nou.

Ik begon te lezen in De Dikke Man voor altijd. De dagelijkse ontmoetingen; op de brug, de gesprekken met De Baas Van Het Koffiehuis in Het Koffiehuis, in Het Morsige Café, tijdens zijn ‘namiddagwandelingetje’. Wat zijn ze goed en onderhoudend. Ik hield niet meer op met lezen. Wat opvalt is dat deze getormenteerde man in deze stukjes een scherp inzicht in de ander vertoonde. Dat de man die met zijn eigen kinderen niet zo goed raad wist, liefdevol schreef over kinderen (ook over zijn eigen). De Dikke Man met al zijn hoofdletters, blijkt zoveel jaar na dato om te smullen, een tijdsbeeld ook van het Amsterdam van toen. En verdomd, wat zijn ze Carmiggeliaans.

Nu verlang ik naar een brugleuning waar in gekwelde toestand of in een staat van verbijstering, of erger, in berusting tegenaan gehangen kan worden. Dat dan De Dikke Man langs komt en dingen zegt als: ‘Aan de boemel?’, of ‘Lang niet gezien.’ of ‘Wat is er met jou aan de hand?’ Dan volgt een gesprek waaruit een beeld ontstaat dat je zomaar aan de muur zou kunnen hangen.

“Als ik
iedereen
zou haten
die
mij niet mag
had ik
geen leven

dichtte De Dikke Man, krachteloos.”

 

Uit: ‘Grapje’ De Dikke Man voor altijd


Inge Meijer is een pseudoniem en wil dat wel zo houden. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: