5 maart 2015

Nachtwegen – Gajto Gazdanov

‘Sombere poëzie van menselijke kadavers’

Recensie door André van Dijk

‘Sombere poëzie van menselijke kadavers’

Langs verschillende wegen kwamen de uitgeverijen Lebowski en Cossee in 2013 erachter dat ze bezig waren hetzelfde boek vertaald en uitgegeven te krijgen. In plaats van elkaar in de haren te vliegen over de eerst verworven rechten van Het fantoom van Alexander Wolf werden de handen ineengeslagen en hebben we nu al de tweede roman van Gajto Gazdanov te pakken die deze samenwerking bekroont. In de golf van herontdekte juweeltjes uit de wereldliteratuur vormt Nachtwegen (1952) een verrassende ontdekking.

Gazdanov beschrijft in deze wat zwaarmoedige roman zijn leven als Russische vluchteling in Parijs. Als hij in 1920, na de revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog, zijn vaderland ontvlucht en via Turkije in Frankrijk terechtkomt, is hij de eerste jaren werkzaam als fabrieksarbeider in de autoindustrie. Later begint hij een studie aan de Sorbonne en verdient de kost als taxichauffeur in Parijs. De nacht is zijn exclusieve domein en maakt hem tot observator van het leven in de kleine uurtjes.

Dat leven wordt vooral bevolkt door mede-ontheemden uit Rusland en andere nachtvlinders in het Parijse uitgaansleven. De schrijver rijdt zijn taxi met de meest uiteenlopende klanten en verblijft in de rustige uren in een van de vele nachtcafés waar hij onderduikt in de verhalen en de problemen van anderen. We komen weinig te weten over hemzelf, hij is de waarnemer en toehoorder die alles in de gaten houdt en leidt ‘het leven aan de zijlijn, alsof ik zelf geen deel had aan de gebeurtenissen’.

Als taxichauffeur krijgt hij te maken met wonderlijke ontmoetingen, op straat en op de achterbank van zijn wagen. Maar hij neemt gek genoeg amper deel aan deze bewegingen – ontworteld als hij is – het is een ‘ongewone wereld’ voor hem. Hij lijkt bewust te willen benadrukken dat hij slechts tijdelijk in deze situatie is beland.

Bij dit werk kon geen enkele indruk, geen enkele betovering langdurig zijn – en pas achteraf probeerde ik me te herinneren wat ik op zo’n nachtrit had gezien, en dat te duiden, vanuit de details van deze ongewone wereld, die kenmerkend zijn voor nachtelijk Parijs.

De beklemming die zijn houding bij de lezer veroorzaakt is voelbaar tot in de uithoeken van deze bijzondere roman. Het is moeilijk sympathie op te brengen voor een vertellende hoofdpersoon die zelf onzichtbaar blijft: hij strijkt met een lichtbundel over de verschillende acteurs maar speelt zelf niet mee in dit theaterstuk. De afstand die hij hierdoor creëert, en ook zijn vaak cynische commentaar, maakt tegelijkertijd zijn intense eenzaamheid zichtbaar.

Van de ontmoetingen die hij heeft is die met Jeanne Raldi het meest indrukwekkend. De ook in Rusland beroemde courtisane is volledig aan lager wal geraakt en kan op het einde van haar professionele loopbaan nog slechts wat geld verdienen langs de straten van nachtelijk Parijs. De schrijver ontfermt zich als het ware over de oude dame en hoort haar verhaal aan. Wat later, als ze vergeefs probeert haar sterfelijkheid op te rekken, is hij getuige van haar poging een beeldschone prostituee – als jonge protegé – in te wijden in het vak. Het meisje maakt gebruik van haar ervaring maar gaat verder hooghartig haar eigen weg en Jeanne Raldi kwijnt weg op haar armoedige zolderkamer en sterft uiteindelijk alleen.

Vrijwel iedere nacht brengt de schrijver/chauffeur een aantal uren door in het nachtcafé waar de meeste Russische exiles zich verzamelen. Hij wisselt wat woorden met Plato, de selfmade-filosoof die na zijn eerste vijf glazen witte wijn niet meer te volgen is. Ook hier is hij de afstandelijke beschouwer: hij drinkt zijn glas melk en laat de oren hangen naar iedereen die hem kan afleiden van de dagelijkse realiteit. De Russen – alsof hij daar zelf niet bijhoort – verkeren volgens hem in ‘een vormeloze en chaotische wereld die ze dagelijks moeten scheppen en inrichten.’ Hij verwondert zich over ‘de zuiver Slavische bereidheid elke dag, elk uur van het bestaan alle schepen achter je te verbranden en van voren af aan te beginnen.’

Op dezelfde wijze doet hij verslag van de toestand van zijn kennis Fedortsjenko die, eenmaal getrouwd met de struise Suzanne – prostituee in ruste – langzaam wegzakt in een lethargische cocktail van heimwee gemixt met een flinke dosis neerslachtigheid. In een Russisch restaurant in Montparnasse zit Fedortsjenko nachtenlang te zwijmelen bij een zangeres die liedjes uit zijn kindertijd kweelt, om later op een ochtend te worden gevonden, in de deuropening hangend aan zijn broekriem.

Gajto Gazdanov schetst een dieptreurig beeld van zijn landgenoten in den vreemde, waarbij hij tegelijkertijd, zelfs in de grote afstandelijkheid die hij verkiest, een onbewust portret van zichzelf tekent. Zijn verzet tegen zijn eigen omstandigheid verschuift naar een afkeuring van alles wat naar het verleden riekt. Hij heeft weinig compassie met zijn mede-emigranten en hun in alcohol gedrenkte toekomstvisioenen, hun losbandigheid en hun vaak ‘dierlijke domheid’. Wat hij zelf voor ogen heeft is onduidelijk – Gazdanov komt overigens zelf later goed terecht in München – maar zijn wereld wordt op dat moment gekenmerkt door in lange, prachtig rondzwervende zinnen vastgelegde vertwijfeling.

Parijs kwijnde voor mijn ogen weg; het leek alsof ik geleidelijk aan blind begon te worden en de hoeveelheid dingen die ik zag van lieverlee kleiner werd – tot het moment waarop de totale duisternis zou invallen.

 

Nachtwegen

Auteur: Gajto Gazdanov
Vertaald door: Arie van der Ent
Verschenen bij: Uitgeverij: Lebowski/Cossee
Aantal pagina’s: 286
Prijs: € 19,95

Nachtwegen
Gajto Gazdanov
ISBN: 9789048819195

Meer van André van Dijk:

10 mei 2017

Poëzie als vette klei en onomwonden vruchtbaar

Over 'Splendor' van H.C. ten Berge
6 maart 2017

Observaties en prozaschetsen van een groot dichteres

Over 'Er was er eens en er was er eens niet' van Judith Herzberg

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

5 maart 2015

Het ritme van weemoed en verlangen

Over 'Om je schouders hang ik de nachten ' van Gajto Gazdanov
5 maart 2015

Een stromende rivier als trap

Over 'Trappen' van Gajto Gazdanov