25 april 2017

Mysterie

Door Stefan Ruiters

Er zijn van die dagen en weken dat het lastig is om je goed te voelen. Anderhalve week geleden hoorde ik van een klant dat een collega-antiquaar uit Deventer zelfmoord heeft gepleegd. Financiële nood en een onverwerkt trauma uit zijn jeugd hebben hem steeds meer in de hoek gedreven waaruit blijkbaar geen uitweg meer was voor hem. Bij dergelijk afgrijselijk nieuws kan ik alleen maar een poos heel stil zijn en in mijn gedachten peinzen over het waarom. Maar ik kom er nooit uit.  Het mysterie blijft.

Ik denk aan de momenten dat ik Jos Wijnhoven sprak, eind maart nog tijdens een boekenmarkt in De Hallen in Amsterdam. Hij was altijd behulpzaam, duwde je kar vol met boekendozen een stukje mee en de hartelijkheid waarmee hij me elke keer begroette maakt het gegeven van een dergelijk levenseinde onbegrijpelijk. Maar ik ben een buitenstaander, een collega die hem niet echt persoonlijk kende. Maar ook de – kennelijk – geestelijke machteloosheid is mij tot nu toe vreemd. Al zal ik de zelfmoordenaar nooit veroordelen om zijn daad. Daarvoor weet ik te goed dat dit leven mooi maar ook genadeloos kan zijn als het tegenzit.

Materieel, maar vooral ook mentaal. Knok je maar eens uit een dal. Vaak zal je dat alleen moeten doen. Ook al is er een omgeving die je steunt. Ook dan kunnen er dus momenten zijn die te overweldigend zijn om te kunnen overwinnen. En toch, als intimus, het enige dat je kunt doen is iemand in nood steunen, en hopen dat het weer goed zal gaan. Het taboe op zelfdoding heeft ook als doel een dergelijke handeling niet als gangbaar of gewoon te gaan zien en dat is vanwege zijn extremiteit ook nodig. Laten we vooral vragen blijven stellen aan elkaar hoe het gaat, in de hoop lang bij elkaar te mogen blijven.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer