Graa Boomsma – Leven op de rand. Biografie A. Alberts

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Recensie door Rob Molin

A. Alberts (1911-1995) staat bekend als een schrijver die geen woord te veel op papier zette en terughoudend was met mededelingen over zichzelf, ook in interviews. Toch is zijn werk intiem en ontroerend voor wie ontvankelijk is voor wat hij (veelzeggend) verzwijgt. Graa Boomsma heeft in de biografie over Alberts het grote leed blootgelegd dat in een verhalenbundel als De eilanden en in een roman als De vergaderzaal schuilt. Twee traumatische ervaringen liggen volgens de biograaf aan de wortels van Alberts schrijverschap: de ervaringen in een Japans interneringskamp en de beëindiging van een liaison eind jaren dertig in Parijs met de Nederlandse Liesbeth Dobbelmann.

Schrijven uit heimwee
Dit stemde Alberts weemoedig en nostalgisch. Niets blijft, alles moet plaatsmaken voor een wereld waarin het oude en vertrouwde onherkenbaar wordt. Als wetenschapsjournalist en verhalend prozaïst prefereerde Alberts de historie, in het bijzonder de koloniale tijd in Nederlands-Indië. Hij haalde het verlorene terug. ‘Heimwee was de enige zekerheid waaruit Alberts putte,’ stelt Boomsma vast. ‘Heimwee is weemoed, rust, gelatenheid, stilte, onontkoombaarheid.’

Alberts was van huis uit historicus, maar niet als zodanig opgeleid. Hij studeerde indologie en promoveerde kort voor de oorlog op het proefschrift Baud en Thorbecke 1847-1851 met Baud als gouverneur-generaal en minister van koloniën het middelpunt. Overigens wees Alberts in talloze artikelen in De Groene Amsterdammer en een boek als Een kolonie is ook maar een mens het optreden van de Nederlanders in de Oost af. Soekarno loofde hij ondanks de heersende aversie in het naoorlogse Nederland tegen diens vrijheidstreven. Het kwam het weekblad op een enorme uittocht van abonnees te staan!

Afscheid van een tijdperk
In de Indische maatschappij waar Alberts na zijn promotie als bestuursambtenaar terecht was gekomen, had hij aan den lijve ondervonden dat een eeuwenlang tijdperk ten einde liep. Dit was onvermijdelijk en rechtvaardig. Maar evenals de vele Nederlanders met een langere staat van dienst in Indonesië raakte Alberts na thuiskomst niet los van de tropenjaren waarin hij zich ‘een prins’ had gewaand maar ook onteerd en geschoffeerd was.

Zijn smart kon hij moeilijk delen met vrienden en zeker niet met vreemden, behalve dan met de goede verstaanders van zijn boeken. Zijn werk werd herdrukt maar kreeg niet de geringste lof zoals de P.C. Hooftprijs. Openbare optredens – die de roem van hem vergde – gingen hem moeilijk af, vooral als er te persoonlijke vragen werden voorgelegd.

Schrijven had hij fulltime willen doen, in groter afzondering dan op zijn kamer bij De Groene, ‘creatiever’ ook dan als medewerker van dit blad. Meer nog kwam zijn eigenlijke roeping in het gedrang in de beter betaalde ambtenarenfuncties van secretaris bij een Instituut voor internationale culturele betrekkingen en als referendaris bij een ministerie.
Geen wonder dat Alberts in zijn niet-literaire schrijverij, in zijn teksten ‘uit noodzaak’, de artiest liet meespreken. Tot die geschriften behoren zowel het merendeel van de stukken voor De Groene als zijn allereerste boek, het proefschrift Baud en Thorbecke 1847-1851. In dit werk, toont Boomsma aan, onttrok Alberts ‘af en toe wetenschappelijke verantwoorde bronnen aan het zicht’. Zo beschouwd, constateert de biograaf heel juist, is die dissertatie een dubbeldebuut: van de schrijver Alberts en van de historicus Alberts.

Aansluiting werk en leven
In het dagelijks leven, tussen medejournalisten bij De Groene en collega-ambtenaren, en vooral na zijn pensionering stelde hij zich zo weinig mogelijk op de voorgrond. Ouder wordend moest hij het overmatig alcoholgebruik dat de scherpe randen van zijn bestaan had afgehaald vanwege gezondheidsproblemen vaarwel zeggen. In zijn landelijk gelegen huis in Blaricum leefde hij met zijn vrouw (hun huwelijk was kinderloos) bijna letterlijk ‘op de rand’. Hij schreef, dixit Boomsma, over ‘de mens als eiland die soms een ander, gelijkgestemd eiland tegenkomt en dan even blij en dus rijk is.’
Waardoor is Alberts geworden zoals hij is? Deze vraag is cruciaal voor een biografie. Zonder een te uitputtende of te summiere onderbouwing geeft Boomsma een antwoord. Geslaagd is Leven op de rand ook door de ontledingen van Alberts’ werk die aansluiten bij het vertelde levensverhaal.

Twijfelachtig is overigens of de afgebroken verkering met Liesbeth Dobbelmann net zo ingrijpend is geweest in het leven van Alberts als de Japanse internering. Lijnen vanuit de jeugd trekt Boomsma veel scherper door naar het latere leven, bij voorbeeld de destijds gewekte belangstelling voor geschiedenis en die voor bomen, bossen en eilanden, ook als literair motief.
Zelden lijden de analyses onder wijdlopigheid of vergaande beknoptheid. Het navertellen van de inhoud van teksten echter geschiedt al te uitvoerig. Merkwaardige paradox in een boek over een met woorden zuinige auteur…
Ook wijdt de biograaf uit over de historische of politieke achtergrond van waaruit Alberts heeft geschreven. Detail na detail wordt geëtaleerd en zelfs details bij details. Het zijn vermoeiende delen in Leven op de rand maar niet echt vervelend. Op het nippertje worden ze door Boomsma’s fraaie stijl gered.

 

 

Omslag Leven op de rand. Biografie A. Alberts - Graa Boomsma
Leven op de rand. Biografie A. Alberts
Graa Boomsma
biografie van A. Alberts
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot B.V
ISBN: 9789028242241
300 pagina's
Prijs: € 34,99

Meer van Rob Molin:

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale