3 april 2013

Minima Moralia – Theodor W. Adorno

Vrijheid is opgelegde keuzes van de hand wijzen

Recensie door Adri Altink

‘Veel kennis is waardeloos zodra ze losstaat van de verdeling van kracht, ook al is ze formeel waar.’ In de volgende zin maakte Adorno duidelijk wat hij bedoelt: ‘Als een geëmigreerde arts zegt: “Voor mij is Adolf Hitler een pathologisch geval”, zal de klinische diagnose zijn uitspraak misschien uiteindelijk wel bevestigen, maar de wanverhouding tussen zijn uitspraak en het objectieve onheil dat in naam van deze paranoïcus in de wereld wordt aangericht, maakt de diagnose belachelijk, waarmee de diagnosticus zichzelf alleen maar de hoogte in steekt’.
Toen Adorno dat in de herfst van 1944 opschreef in zijn Minima Moralia, kon hij niet vermoeden dat hij er twintig jaar later zelf mee om de oren zou worden geslagen.

Om te beginnen: het citaat zegt veel over het leven van de auteur zelf. Theodor Wiesengrund Adorno was een Duitse jood die geboren werd in 1903. Hij wilde graag componist en concertpianist worden, maar koos uiteindelijk voor de filosofie. Tijdens de opkomst van de nazi’s vluchtte hij in 1935 eerst naar Engeland en drie jaar later naar de V.S. In 1949 keerde hij terug naat Duitsland. Hij overleed in 1969.
Adorno was één van de groten van de Frankfurter Schule, geen onderwijsinstituut, maar een politiek-filosofische beweging, die onder andere veel invloed had in de roerige jaren ’60 van de vorige eeuw. Adorno en de zijnen vonden dat de ontwikkeling van de wetenschap, de techniek, de economie en de ‘cultuurindustrie’ de mens alleen nog maar zag als object dat te manipuleren was en naar believen kon worden ingezet door de kapitalistische machthebbers.

Deze weken verscheen Minima Moralia van Adorno in een nieuwe vertaling. Het is een bundeling zeer korte essays – sommige beslaan zelfs maar een halve pagina – die hij schreef in de jaren 1944 – 1947, aan het eind van de nazitijd en tijdens zijn verblijf in Amerika dus. De ondertitel is veelzeggend: Reflecties uit het beschadigde leven. Daarmee bedoelde hij niet alleen de vernietigingsoorlog door de nazi’s, maar ook zijn observatie dat de mens steeds verder van zijn behoeften vervreemd raakt en wórdt geleefd. In de jaren ’60 liepen de demonstranten met hun vaandels in de Europese hoofdsteden achter die analyse aan, maar het respect voor Adorno sloeg onder de revolutionairen snel om. Ze begonnen hem te verwijten dat hij even belachelijk was als de diagnosticus uit het citaat in de aanhef van deze recensie, omdat hij geen praktische consequenties aan zijn diagnose verbond.

De Minima Moralia (de titel is een toespeling op de Magna Moralia van Aristoteles) werd in 1971 ook al eens door Maurits Mok in het Nederlands vertaald. Nu is er deze nieuwe frisse weergave van Hans Driessen, die eind vorig jaar ook al veel lof werd toegezwaaid voor een moderne versie van De Toverberg van Thomas Mann. Ook de verzorging van het boek is heel wat uitnodigender dan de Aula-pocket uit 1971.

Theodor Adorno heet moeilijk toegankelijk te zijn. Dat zal vooral gelden voor voor zijn hoofdwerken; het kan in elk geval niet zonder meer gesteld worden van deze Minima Moralia, een verdienste die waarschijnlijk voor een deel op het conto van de vertaler mag worden geschreven. Het wil niet zeggen dat de gedachtegangen van Adorno altijd even gemakkelijk te volgen zijn. Dat probleem doet zich nogal eens voor als hij zich verliest in paradoxen en tegenstellingen. Hij is er een overdadige liefhebber van, zowel in zijn woordgebruik als in zijn redenaties. Op pagina 162 bijvoorbeeld presteert hij het om er in vier regels drie te verwerken (de onderstrepingen zijn van mij; AA):

(…) de onbewuste inspanning van het bewustzijn om de dodelijke wet te leren kennen op grond waarvan de maatschappij haar leven bestendigt. De aberratie is eigenlijk alleen maar de kortsluiting van de aanpassing.

Maar laat de lezer zich daardoor niet te veel afleiden. Want er staat veel aan soepel lopende teksten tegenover die soms met ingehouden felheid lijken te zijn opgeschreven. Ze zijn bovendien verrassend actueel. Dat geldt niet alleen voor de filosofische vragen, zoals hoezeer we in een technocratische maatschappij nog mens kunnen zijn, maar ook voor de herkenbaarheid van de voorbeelden. Met een zin als

Dat ze, in plaats van de hoed te lichten, elkaar met het ‘hallo’ van de vertrouwde onverschilligheid begroeten, dat ze elkaar in plaats van brieven inter-office communications sturen, zonder aanhef en ondertekening, zijn slechts willekeurige symptomen van een verzieking van het contact.

kan van harte worden ingestemd door degene die bijna 70 jaar nadat Adorno dit schreef tureluurs wordt van het geraas van twitter en facebook om zich heen. En in onze tijd lijkt er niet veel veranderd als we lezen dat de geschoolden volgens Adorno ‘steeds stommer’ worden: ‘Ze kunnen voordrachten houden waarvan elke zin geknipt is voor de microfoon, waarvoor ze als vertegenwoordigers van de doorsnee worden neergezet, maar het vermogen om met elkaar te converseren, dooft uit.’ En een pagina verder: ‘De affecten die in het menswaardige gesprek de inhoud golden, worden nu halsstarrig gericht op het pure gelijk krijgen.’ Adorno gruwde ervan. Sterker nog, in een eerdere aantekening heeft hij dan al gesteld dat filosofen die zich toeleggen op de conversatie, zodanig moeten spreken ‘dat ze altijd ongelijk krijgen’.

Stof tot nadenken biedt Adorno zo te over. Ook als hij ons waarschuwt niet onverschillig te blijven bij wat we om ons heen zien gebeuren. Hij werkt dit tot in extremis uit in de beschrijving van het voorbeeld van de belangenbehartiger. Mensen met wie hij – de belangenbehartiger – in aanraking komt worden bij voorbaat al gereduceerd tot objecten omdat hij beoordeelt of ze in zijn bedoelingen passen en of hun opvattingen bruikbaar zijn of juist lastig. Hij ziet de anderen niet ‘als anderen’, maar ‘als functie van de eigen wil’ met als gevolg dat uiteindelijk ‘zelfs de beste mens alleen nog maar het kleinste kwaad is en de slechtste niet het grootste’.

De strak onderzoekende, betoverende en betoverde blik, die eigen is aan leiders van de verschrikking, vindt zijn model in in de taxerende blik van de manager die de sollicitant verzoekt plaats te nemen en diens gezicht zo verlicht dat het meedogenloos uiteenvalt in de helderheid van de bruikbaarheid en in de donkerte en onguurheid van de ongeschiktheid. Het laatste stadium is het medisch onderzoek, met als resultaat het alternatief: opname in het arbeidsproces of liquidatie.

Is het echt zo erg? Ja, zegt Adorno. Zo erg kan het zijn als we geneigd zijn gevaren niet onder ogen te zien omdat ze ongeloofwaardig overkomen. ‘Echte vrijheid is niet kiezen tussen zwart en wit, maar zo’n opgelegde keuze van de hand wijzen’, vermaant hij ons.

De zojuist geciteerde omineuze tekst over de manager schreef Adorno in 1945. Opvallend is dat zijn thema’s veranderen ná dat jaar, als de oorlog is afgelopen en hij al weer durft te denken aan terugkeer naar Duitsland. De beschouwingen uit 1946 en 1947 worden dan minder grimmig. Er is weer ruimte voor stukken over liefde, jeugdherinneringen en kunst en muziek. De toon wordt lichter, maar wat blijft zijn de diepgang en de messcherpe observaties.

Lees Minima Moralia. Mopper erover. Knik instemmend. Erger je. Geniet van de scherpte. Sla over wat ontoegankelijk is. Maar lees Minima Moralia.

 

Minima Moralia.
Reflecties uit het beschadigde leven

Auteur: Theodor W. Adorno
Vertaald door: Hans Driessen
Verschenen bij: Uitgeverij Vantilt (2013)
Oorspronkelijke uitgave: Suhrkamp Verlag (1951)
Aantal pagina’s: 285
Prijs : € 19,99

Minima Moralia
Theodor W. Adorno
ISBN: 9789460041280

Meer van Adri Altink:

9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic

Verwant

3 april 2013

Literair verzet

Over 'Verzet tegen Napoleon ' van Theodor W. Adorno