26 oktober 2015

Mijn boekenkast

De noodzaak van boeken

Boekenkastblog door Stefan Ruiters

Nadat ik met mijn boeken was verhuisd van het centrum van Amsterdam naar de westelijke grens van de stad, begon ik de boekenkasten in te richten naar onderwerp. Gelijk wist ik dat er een kast moest vrijblijven voor ‘mijn’ boeken. Het is een volgepropte kast geworden met boeken over uiteenlopende onderwerpen. Boeken die ik bij me wil houden, die nabij moeten zijn, want ze verrijken de geest, ze doen je afdwalen van het soms schrijnende hier en nu.

Ik zie een boek van Joost Zwagerman staan, Beeld verplaatst, zijn gedichten bij foto’s van Koos Breukel, Charlotte Dumas, Erwin Olaf, of bij kunstwerken van Rob Scholte, Harald van der Vlugt en Pieter Bijwaard. Omdat ik hou van de combinatie beeld en woord, of in het algemeen kunstdisciplines die elkaar beïnvloeden of op elkaar reageren en met elkaar communiceren. Maar ook over Tahiti Tattoos. Ik heb er zelf ook een paar, geen Moorse, maar het versierde mensenlijf fascineert me. Waarom je lichaam alleen laten tekenen door het leven? Maak van je lichaam een kunstwerk. Maak van je armen, rug en benen een wandelende totempaal, vol tekens van het verleden dat je met je meedraagt. Ik zie een boek over Moorish Architecture staan. De Europese cultuur die al eeuwen lang beïnvloed is door andere culturen en continenten. We gaan er zelfs heen op vakantie, om te zien hoe de veroveraars van het Iberische schiereiland ons verrijkten met hun gebouwen en ambachten.
Europäische Meisterzeichnungen aus der Sammlung der Fürsten zu Waldberg-Wolfegg, alleen al de titel van het boek, heerlijk. Je waant je onmiddelllijk in een van die Zuid-Duitse deelstaatjes in de 17
de eeuw. Keurvorst Max Willibald (1604-1667) was er naast krijgsheer ook (kunst)verzamelaar en legde een van de grootste private verzamelingen van die tijd aan. Meer dan tienduizend werken op papier verzamelde deze man. Vast niet altijd op rechtmatige wijze, maar toch, daar wil ik wel eens heen. Net zoals ik graag nog eens het Museum Schloss Moyland bezoek, waar ook een boek over is. Dat is een slot over de grens bij Nijmegen, waar de verzameling van Franz en Joseph van der Grinten is tentoongesteld.  De meeste werken zijn van de kunstenaar Joseph Beuys, waarvan ik een groot liefhebber ben, vooral van zijn werken op papier. Er liggen in ‘mijn’ kast ook een paar boeken van mopperkont George Steiner. De cultuurfilosoof die een wereld verloren ziet gaan aan gemeenschappelijke referenties, literair, historisch en cultureel. Hij is natuurlijk een highbrow-academicus die weinig op heeft met onze snelle tijd. Door hem leer je wel in het heden de poëzie te ontdekken, de paralellen met vroeger te zien, waardoor je blik meerduidiger en vooral filosofischer wordt.

Dit zijn maar een paar van de ongeveer 300 boeken die in ‘mijn’ kast staan. Wellicht een volgende keer meer. Meer over de betekenis van boeken die nabij zijn.

 

joot.nl

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer