21 december 2015

Mijn 2015: Karl Ove Knausgård

Decembertips van Els van Swol

Afgelopen jaar heb ik mij ondergedompeld in vijf van de zes delen van de romancyclus Mijn strijd van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård (1968): Vader, Liefde, Zoon, Nacht en Schrijver. Nog één deel lonkt (verlanglijstje!): Vrouw.
Iets van die bezigheid drong door in deze website, toen ik in een recensie van Rode kornoeljes van Kerim Göçmen verwees naar Zoon.
En verder is er iets over hem in de agenda (2013) en nog verder terug de etalage (2011) terug te vinden. Maar geen recensies. Dat geeft mij de vrije hand om te proberen de lezer van deze rubriek aan het eind van het jaar warm te maken; niet met alsnog een recensie, maar eerder met een wat persoonlijk verhaal.

Leven
9200000002212518In de romans van Knausgård lijkt hij zijn leven nog eens dunnetjes over te doen, als een spiegelleven. Om verantwoording van zijn strijd daarmee af te leggen? Om het tot literatuur te sublimeren? Misschien wel allebei. Een leven dat wordt gekenmerkt door de gewoonheid van zijn alledaagse gangetje. En dat maakt meteen ook de schoonheid ervan uit. Zoals wij op de middelbare school van onze docente Dieuwke Eringa, auteur van de autobiografie Ik ben van elf al leerden: dáár zit het geluk hem vaak in. En dan lazen we ter bevestiging hiervan een gedicht van Jacques Prévert. En je hoeft maar naar de tentoonstelling Spaanse Meesters (Hermitage, Amsterdam)  te gaan om te zien dat die meesters iets soortgelijks deden; Antonio de Puga liet bijvoorbeeld het metaal haast op een mystieke manier oplichten op zijn De slijper. De slijper
Knausgård beschrijft het leven van alledag tot in de détails: ‘Ik betaalde, hij stopte het boek in een zakje en overhandigde het me samen met de bon, die ik in mijn kontzak stopte, waarna ik de deur opendeed en met het zakje bungelend in mijn hand naar buiten stapte’. Zó hyperrealistisch, dat een geportretteerde oom – én sommige critici – er over zijn gevallen. Maar laten we wel wezen: het maakt allemaal onderdeel uit van de werkelijkheid van Knausgårds leven. Eerlijk, rauw en ongepolijst beschreven, zoals ook een tango van Piazzola binnenkomt.

Muziek
Nu we toch met muziek bezig zijn: Knausgårds stijl doet me ook regelmatig aan de symfonieën van Mahler denken: een haast zoonvolkse toonzetting, afgewisseld door verheven passages. Met een enkele keer een lichtstraal er doorheen, zoals – las ik onlangs in een recensie over een uitvoering op cd van Mahlers Zevende symfonie onder leiding van Riccardo Chailly – dirigent Bruno Walter dat heeft ingebracht: ‘ruimte voor een milde lach’. Niet dat Knausgård veel aflacht en mild is voor zichzelf; in Vrouw schijnen honderden pagina’s gewijd te worden aan Hitler en Breivik, vanuit de herkenbare angst van de auteur zelf een slecht mens te zijn. Maar ook voor een gedicht van Paul Celan wordt veel plaats ingeruimd, wat me buitengewoon intrigerend lijkt.

Vervagende grenzen
nachtDat betekent dat Knausgård niet alleen de grenzen tussen volks en verheven, maar ook tussen roman en essayistiek, beschouwing en zelfkritiek slecht. Ook anderszins doet hij hiermee iets dat mij aanspreekt: de romans zijn zowel rationeel als romantisch. Beide met eenzelfde intensiteit. De overgang tussen één en ander, qua stijl, qua mentaliteit, is vloeiend. Zo beschouwt de auteur zijn identiteit ook: als een grensganger tussen Noorwegen, waar hij is geboren, en Zweden, waar hij met zijn gezin woont.

Tijdsbeeld
schrijverDat levert in recensies, en in dit geval niet ten onrechte, het beeld op van Noordse zwaarmoedigheid. Maar Knausgård is méér nog, denk ik, een exponent van het Westerse denken en voelen van de 21ste eeuw. In zijn beschrijving van televisieprogramma’s waarnaar hij kijkt, de popmuziek waarnaar hij luistert, op zijn tijd de verveling van een kind van de welvaart. Alles met een lading die je als lezer gevangen houdt.
Toen een vriendin van mij dan ook aankwam met een aankondiging van een Hard Gras avond (16 januari 2016), waarin de vrouwNoorse cultfiguur samen met nog enkele andere schrijvers in gesprek gaat met Ruud van Nistelrooij, heb ik even getwijfeld of ik me op zou geven. De bewondering voor Knausgård is groot, de liefde voor voetbal echter zeer klein. Daarom ga ik toch liever eerst maar deel zes lezen. Recensent Kester Freriks heeft het in NRC Handelsblad (16 oktober 2015) over ‘laatste bladzijden’ die ‘als bevrijding en loutering’ lezen. Dat belooft wat!

 

 

Wat hebben de recensenten van Literair Nederland het afgelopen jaar gelezen, en wat raden ze aan?

steun-ons

Heeft deze recensie uw nieuwsgierigheid geprikkeld? Onze database bevat nog veel meer mooie stukken. Om deze database beter toegankelijk te maken moet Literair Nederland investeren in techniek. Wilt u ons helpen om dat financieel mogelijk te maken?

 

 

Meer van Els van Swol:

25 december 2016

Dingen in de tijd

Over 'Leven en schrijven in tijden van oorlog' van David Grossman
8 december 2016

Een paradijs na de zondeval

Over 'De blauwe maanvis' van A.N. Ryst
16 november 2016

Er was eens en er was eens niet

Over 'De gijzelaar' van Karin Giphart

Recent

16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
12 januari 2017

Een blik in de spiegel

11 januari 2017

Reis door het leven

Over 'De tere bloemen van het verstand' van Myrte Leffring
10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen
9 januari 2017

Berichten uit het bezemhok

Over 'Zonder rampspoed valt er niets te melden' van Frans Pointl

Verwant