Tegen gewenning

Door Inge Meijer

Vanmorgen schrok ik wakker uit een droom. Er stond een agent voor onze buitendeur met een mitrailleur in zijn handen. Wijdbeens, alsof hij daar voor eeuwig geplant was. Glurend door de brievenbus aanschouwde ik dit donkere silhouet in de ochtendschemer. Hij stond met de rug naar ons huis, onbeweeglijk maar aan de intensiteit van zijn aanwezigheid, was te zien dat hij zo onopvallend mogelijk de straat observeerde op verdachte bewegingen. Onze Marokkaanse buurvrouw liet uit schrik haar man via de achterdeur naar zijn werk gaan en de kinderen hield ze thuis van school. Dat is het mooie van dromen, dat je alles ziet wat je eigenlijk niet kan zien. Tegen mij fluisterde ze: ‘Er moet een tegenwicht komen, er moet een tegenwicht komen.’

Ik draaide me op mijn rug en hoorde me zelf zeggen: ‘Ja, je hebt gelijk. Het is klaar nu.’ Maar ja, wat moet je. Om nog een actiegroep in het leven te roepen tegen ophangen van slachtvee, gebruik van afkortingen die rijmen op ‘Nee’ en ‘ermee’ (assertiviteits-trainingen uit de vorige eeuw hebben hun sporen nagelaten) en zwaarbewapende agenten op straat, zal niet werken. Een goeie existentialistische roman uit de tijd van Sartre en zijn tijdgenoten kan nog wel eens helpen de mens terug te werpen op zichzelf en zijn daden te overwegen. Maar het zijn geen boeken die je even tussen tussen neus en lippen door leest. In een tijd waar het ene beeld een nog heftiger volgende beeld oproept. We grossieren in overtroevende en angstaanjagende beelden en berichten. Een gewoon boek komt er niet meer aan te pas. Ik zou dan ook willen voorstellen om vaker de boekenkast te raadplegen. En voor wie die niet heeft, er een op te bouwen.

Wie The walking dead kijkt, komt tot het verlichtende inzicht dat (écht) alles went. Hakgeluiden in zompig vlees, bloedrochelende keelgeluiden en hoofden afhakken van levende doden (jaja, levende doden), we knabbelen er gerust een blok chocolade bij weg. Je raakt zo gewend aan het inhakken op lichamen dat als je buurman op die wijze vermoord zou worden, je er niet van opkijkt. Ons gewenningspatroon kent geen grenzen. Een boek tegen gewenning is Van muizen en mensen van John Steinbeck.

Het speelt tijdens de grote crisis, zoals wij die nu wereldwijd kennen, in de Verenigde Staten, jaren dertig. Mensen raakten op drift, op zoek naar een menswaardig bestaan. Twee dagloners, George en Lennie trekken van farm naar farm volgens een plan dat George bedacht heeft. Lennie is zwakzinnig en kent zijn eigen kracht niet. In zijn hartstocht drukt hij muizen, honden en zelfs mensen dood. Ze dromen van een eigen stukje grond met een boerderijtje en wat vee. Maar eerst moet er geld verdiend worden. Ze komen op een farm waarvan de boer nogal opvliegend is. De domheid van Lennie kan hij niet verdragen. En ramp oh ramp, Lennie wordt verliefd op de boerin. Na een handgemeen met de boerenzoon komt Lennie in grote moeilijkheden. Het einde zal ik niet verklappen, alleen dat het geen fraai einde is.

Wel kan ik verklappen dat er een groot medeleven met de personages in dit verhaal zal zijn. Maar het medelijden met de doodgeknepen muisjes zal groter zijn.

 

 

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer