18 april 2016

Geert van Oorschot, uitgever – Arjen Fortuin

Mens

Recensie door Lodewijk Brunt

De biografie over uitgever Geert van Oorschot gaat voortvarend van start. Het levensverhaal begint met een vlucht, zomer 1926: God, wat wilde Geert van Oorschot graag weg uit Vlissingen. De inkt van zijn HBS-diploma was nog niet droog of hij pakte zijn fiets. Hij gunde zich pas rust toen hij vijftig kilometer van huis was. Ruim zeshonderd pagina’s verder zijn we in 1987.
Van Oorschot heeft dan bijna tachtig jaar geleefd en is op, na een woest en soms losbandig leven. Een bestaan dat kan worden getypeerd door een uitspraak van de doorgaans zwijgzame dichter Jan van Nijlen, de onbetwiste favoriet van de uitgever: Het leven is moeilijk. Een essentieel zinnetje, vond Van Oorschot.

Straatvechter
Een groot deel van de moeilijkheden die Van Oorschot op zijn weg vond, werd door hemzelf veroorzaakt. De biograaf, Arjen Fortuin, laat er geen misverstand over bestaan, volgens hem was de uitgever een straatvechter die als het moest en ook als het niet moest, met iedereen ruzie maakte. Hij liet zich in laatdunkende termen uit over schrijvers in het algemeen (dom en ijdel), die van zijn eigen fonds niet uitgezonderd. Een bekend patroon was: eerst werden ze ingehaald en vertroeteld, gevleid en in de lucht gestoken, daarna de grond in geboord. Vaak om futiliteiten of misverstanden, vaak om niets. Van Oorschot eiste totale devotie en als dat niet lukte, dan maar vijandschap. Die overigens vaak even gemakkelijk na verloop van tijd weer in warme vriendschap kon veranderen. Het was thuis niet veel anders. Door zijn overmatig drankgebruik en agressiviteit was zijn vrouw in bepaalde perioden af en toe bang met hem alleen te zijn. Buitenstaanders wisten van niets, hij kon buitengewoon charmant en gastvrij zijn en tot op gevorderde leeftijd was hij een geduchte womanizer. 

Uitgever
Fortuin heeft een bewonderenswaardige hoeveelheid materiaal opgedoken. In de biografie passeert aan de hand van Van Oorschots leven een groot deel van de naoorlogse literaire geschiedenis in Nederland: niet alleen de schrijvers die bij de uitgeverij publiceerden of meewerkten aan Van Oorschots tijdschrift Tirade, maar ook de schrijvers die hij graag in zijn fonds had willen hebben, maar bij wie hij achter het net viste: Mulisch, Claus, Van der Heijden, of die hem na heftige conflicten–meestal over geld–de rug toekeerden, zoals Hermans en Reve. Daar blijft het niet bij, want ook de politieke verhoudingen in Nederland komen uitvoerig ter sprake. Van Oorschot was een strijdbare socialist, afkomstig uit kringen van geheelonthouders en would be-revolutionairen en is nauw betrokken gebleven bij de politiek, ook al werd hij ‘rechtser’ naarmate hij ouder werd. Hij was een groot bewonderaar van de politieke theoreticus Jacques de Kadt en persoonlijke vriend van Joop den Uyl. Tenslotte: ook Van Oorschot als dichter en romanschrijver (pseudoniem R. J. Peskens) passeert de revue, terwijl eveneens het uitgeverijbedrijf in engere zin belicht wordt: de betrekkingen met het personeel, de relaties met de drukkers, de woelige verhouding tussen Van Oorschot en zijn succesvolle boekontwerper Helmut Salden.

Mens
Het is geen sinecure om je weg te vinden door al die bergen informatie, anekdotes, gesprekken, briefwisselingen en literaire teksten en dat is dan ook niet altijd gelukt. Als de auteur er beter in was geslaagd hoofd- en bijzaken te scheiden, zou het boek vele tientallen pagina’s dunner en leesbaarder zijn geweest. Geert van Oorschot, uitgever, luidt de titel, maar Geert van Oorschot, mens zou ook niet hebben misstaan. Over het persoonlijke leven is intiemere, sprekender kennis bijeengebracht dan over het uitgeversbestaan, dat vooral van de buitenkant wordt belicht. Veruit het ontroerendste deel gaat over de zelfmoord van Guido, een van Van Oorschots zoons, en Fortuin laat zien hoe diep die gebeurtenis heeft ingegrepen in zowel het gemoed van de vader als dat van de andere familieleden; ook de overige zoons raakten vervreemd van hun vader. Een succesvol leven is niet noodzakelijkerwijs een gelukkig leven, zegt de biograaf, zeker is dat Geert van Oorschot hartstochtelijk ongeluk heeft gekend. 

Biografie
De biografie is globaal chronologisch opgezet, maar trekt daarbinnen vele dwarsverbanden die soms moeilijk te volgen zijn. Het hoofdstuk Dingen afmaken is een verzameling van ogenschijnlijk losse eindjes: de verhouding met Carola Kloos, de angst voor longkanker, de waardering voor Annie M.G. Schmidt, de brieven van Du Perron, het verzameld werk van Dèr Mouw. Meer hoofdstukken hebben zo’n karakter, alsof afzonderlijke schetsen en aantekeningen achteraf maar zo’n beetje bij elkaar zijn gezet. Het uitgeverskantoor was een onbeschrijflijke zwijnenstal waarin niemand zijn weg kon vinden en het wekt geen verbazing dat de uitgaven af en toe monumenten van slordigheid waren. Aan de inhoud was nog minder zorg besteed dan aan het uiterlijk, zegt de biograaf over een gedichtenbundel van Hans Lodeizen–in de bundel stonden maar liefst tien dubbel afgedrukte gedichten. De typische verdediging van de uitgever: niets aan de hand. Van belang, zou je zeggen, bij de beoordeling van Van Oorschot als uitgever, maar zoals gezegd staat zulke informatie schijnbaar willekeurig door het hele boek verspreid.

Hier en daar komt de biograaf met bedrijfsresultaten aanzetten die tot achter de komma nauwkeurig lijken, maar een lezer zou zich kunnen afvragen hoe betrouwbaar zulke informatie is tegen de achtergrond van die chaos op de uitgeverij. In meer opzichten lijken de beweringen van Fortuin niet altijd goed gecontroleerd. Eén voorbeeld: de ‘affaire’ Joop en Liesbeth den Uyl. De jonge Liesbeth werd door Van Oorschot aangenomen als redactioneel medewerkster en hij begon een verhouding met haar die zijn huwelijk zou bedreigen. Hij kon Liesbeth vervolgens tot zijn opluchting slijten aan Joop den Uyl. Beide mannen kregen ruzie toen Den Uyl ontdekte dat Liesbeth eerst ‘met Geert’ was geweest. Onwaarschijnlijk verhaal. Hoe komt zo’n anekdote tot stand? De biografie is als wetenschappelijke dissertatie verdedigd aan de Universiteit van Amsterdam, maar de auteur is met de wetenschappelijke regels nogal nonchalant omgesprongen. Het genoemde voorbeeld staat niet op zichzelf. Het zal te maken hebben met het onderwerp: een succesvolle schrijver en uitgever in het hart van het Amsterdamse roddelcircuit.

Dat de biograaf emotioneel betrokken is geraakt bij zijn onderwerp is overigens onvermijdelijk, en dat heeft hem waarschijnlijk dicht bij de kern van zijn onderwerp gebracht. Je wilt van zo iemand nu eenmaal alles weten! Maar zijn oordeel over Van Oorschot lijkt af en toe uit de lucht gegrepen en al te zeer voor insiders bedoeld. Dat doet af aan de plausibiliteit van het betoog. Dat hij de uitgever talloze keren typeert als theatraal, zonder uitleg over wat hij daar nu eigenlijk onder verstaat, is krachteloos, maar hij betitelt hem tussen neus en lippen door ook als berekenend, leugenachtig, opportunistisch, gierig, dictatoriaal, drammerig, onoprecht, onhelder. Zonder duidelijke argumentatie lijkt dat niet op wetenschapsbeoefening, maar eerder op schelden, en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

 

 

Geert van Oorschot, uitgever
Arjen Fortuin
Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot
ISBN: 9789028261150
763 pagina's
Prijs: € 45,00

2 reacties

  • ronald havenaar schreef:

    Geachte Heer Brunt,

    U schrijft dat het relaas van Arjen Fortuin over de verhouding tussen Liesbeth den Uyl en Geert van Oorschot, resp. het aandeel van Geert in de verhouding Joop den Uyl-Liesbeth, een onwaarschijnlijk verhaal is. En dat, o schande, in een biografie die als wetenschappelijke dissertatie is verdedigd aan de Universiteit van Amsterdam. Ik voel me als co-promotor enigszins aangesproken, hoewel toch ook weer niet zo veel. Want U kletst maar wat. Fortuin heeft dit verhaal overgenomen uit de Den Uyl-biografie van Anet Bleich, die de kwestie Geert-Liesbeth-Joop in haar notenapparaat uitvoerig heeft gedocumenteerd.
    Ronald Havenaar

    Reactie Lodewijk Brunt:
    Een onwaarschijnlijk verhaal kritiekloos overschrijven uit het notenapparaat van een ander, maakt het er niet waarschijnlijker op.

  • Ingrid Van der Graaf schreef:

    Beste Heer Brunt,

    U doet het vermoeden rijzen als zou u precies weten hoe de vork in de steel zit in het geval van Van Oorschot en Liesbeth den Uyl maar wilt u dit niet vermelden. Het maakt in ieder geval zeer nieuwsgierig naar waar u bewering ‘onwaarschijnlijk verhaal’op gebaseerd is.





 

Meer van Lodewijk Brunt:

26 juni 2017

Logboek van een ziener

Over 'Andalusisch logboek' van Stefan Brijs
12 juni 2017

‘Onkreukbaar, rechtschapen, moedig en integer’

Over 'De goede advocaat' van Britta Böhler
1 mei 2017

Een leven lang lezen en schrijven

Over 'Hoe verliefd is de lezer?' van Doeschka Meijsing

Recent

25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
21 juli 2017

Vast in het ijs

Over 'Dwars door het ijs' van Cormac James
19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

Over 'Wonderwezens' van Ingrid Biesheuvel, John Rabou
17 juli 2017

Terug naar vroeger

Over 'Hier kom ik weg' van Annette Maas
14 juli 2017

Het barre landschap van de menselijke geest

Over 'Beest' van Paul Kingsnorth