5 januari 2016

Lezen, een gebruiksaanwijzing – Dirk Leyman

Mannen en vrouwen van papier

Recensie door Joost van der Vleuten

Een boek over literaire karakters en de echte personen waar ze op zijn gebaseerd. Een aantrekkelijk verpakte parade van vijftig personages uit de wereldliteratuur, met onthullende inkijkjes in het privéleven van hun modellen en auteurs, en de lotgevallen van hun boeken. Het klinkt als een smulboek over literatuur, en het ziet er ook verrukkelijk uit. De inhoud stelt een tikkie teleur.

Dirk Leyman schrijft over literatuur in het Vlaamse Dagblad De Morgen en runde tot 2011 een weblog die alles wat literair was volgde en vastlegde; `De papieren man’. Zijn boek Lezen een gebruiksaanwijzing is gewijd aan papieren mannen en vrouwen – literaire personages dus – en de echte personen die daar de inspiratie toe vormden. Madame Bovary van Flaubert was gebaseerd op Delphine Delamaire en Louise Pradler. Flaubert had een relatie met Delphine, maar zei ook `Madame Bovary, c´est moi’. Ga er maar aan staan. Lara uit Dokter Zjivago heette in werkelijkheid Olga Ivinskaja, was de minnares van de (o foei, gehuwde) schrijver Boris Pasternak, en doorstond KGB-verhoren en Siberische strafkampen zonder hem te verraden. Haar leven was aanzienlijk rauwer en tragischer dan haar deugdzame doch dramatische bestaan in het ooit felrealistische maar achteraf nogal zoetsappige Dr. Zjivago, waarvoor Pasternak de Nobelprijs kreeg. En zo komen we ook te weten dat Moby Dick (inderdaad, de witte walvis) in werkelijkheid Mocha Dick heette en tientallen walvisjagers met boot en al naar de duistere diepten van de oceaan zond. Aan dit albinomonster wijdde The Knickerbocker in 1839 een artikel. Dat kwam onder ogen van de schrijver-zeeman Herman Melville, die de levende legende omkatte tot de onwaarschijnlijke titelheld van de great American novel Moby Dick.

Het ego van Coetzee
Het is verleidelijk te gaan categoriseren en interpreteren. Zo heb je de subcategorie real life personen die model stonden voor Nabokov’s Pnin, Zola’s Nana, Ibsen’s Nora, Joyce’s Molly, Kerouac’s Dean Moriarty en Caroll’s Alice. Allen bekend bij de burgerlijke stand, zogezegd. Dan is er de categorie sleutelromans, waarbij niet alleen de persoon, maar de hele intrige en entourage uit het leven wordt gegrepen om tot fictie te worden omgestookt. Peter Schat treedt als Lucas Loos op in Connie Palmen’s Lucifer, Mickey Rourke banjert als Jack Bledsoe rond in Bukowski’s Hollywood, Charlotte Buff schopte het tot Lotte in Goethe’s Die leiden des Jungen Werthers en professor Robert Tamsma werd vast niet tot zijn genoegen vereeuwigd in W.F. Hermans’ Onder professoren. Bij nader inzien hoort Elsschot’s Tsjip (Jan Maniewski) wellicht ook tot deze categorie. Een derde segment wordt gevormd door de vermomde auteurs-ego’s, van Peter Terrins ‘T’ tot Louis Paul Boons Johan Janssens uit de Kappelekensbaan, met als special geval J.M. Coetzee, die samen met Mary Midgley karaktertrekken en biografische gegevens bijdroeg aan het personage Elizabeth Costello uit 4 van zijn romans, waarvan eentje Elisabeth Costello heette – om de verwarring compleet te maken.

De zakdoek van Joyce
De 50 lemmata bevatten steeds vier ingrediënten, waarvan 3 standaard: ‘Wie’ geeft de feiten over personage en persoon en ‘Fragment’ biedt een toepasselijk citaat. Voorts is er een fraaie illustratie van Brecht Evens, en tot slot het onderdeel waar iedere bespreking mee begint: een meanderende beschouwing van boek, auteur, personage en persoon. Soms wordt daarin serieus hout gesneden, zoals in het stuk over George Perec en zijn personage Gaspard Winckler (gebaseerd op Kaspar Hauser), dat een verhelderend licht werpt op de thema´s verweesdheid en verdwijning in zijn werk (waaronder Het leven een gebruiksaanwijzing). Dat de ouders van Perec in de Tweede Wereldoorlog verdwenen leidde in Perec´s taalspelige werk tot letterlijke verdwijningen, zoals in zijn roman La disparition (vertaald als ’t Manco) waarin de letter e geheel ontbreekt. Lang niet altijd slaagt Leyman er in zijn beschouwingen zo relevant te maken. Best leerzaam hoor, dat Nora Barnacle (Molly Bloom in Ulysses) de schrijver bij hun eerste uitje liet klaarkomen in zijn zakdoek, maar zoals iedereen kan beamen die Molly Bloom´s monoloog uit Ulysses heeft gelezen: het boek was beter. En nu we toch aan het zeuren slaan: de titel (een woordspel met Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec), wat heeft die met het boek te maken? Wie hoopt op een gebruiksaanwijzing voor het omgaan met literaire teksten komt bedrogen uit, maar Lezen, een gebruiksaanwijzing oogt fraai en leest lekker.

 

 

 

Lezen, een gebruiksaanwijzing
Dirk Leyman
De wereldliteratuur in vijftig personages; met tekeningen van Brecht Evans
Verschenen bij: Uitgeverij Polis, Antwerpen 2015
ISBN: 9789463100038
317 pagina's
Prijs: € 24,95

Meer van Joost van der Vleuten:

1 september 2016

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Over 'Parijs is een feest' van Ernest Hemingway
7 juli 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Lawrence Hill
27 mei 2016

Onder vuur genomen door zijn eigen mensen

Over 'Het laatste vaarwel' van Robert Haasnoot

Recent

25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
21 juli 2017

Vast in het ijs

Over 'Dwars door het ijs' van Cormac James
19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

Over 'Wonderwezens' van Ingrid Biesheuvel, John Rabou
17 juli 2017

Terug naar vroeger

Over 'Hier kom ik weg' van Annette Maas
14 juli 2017

Het barre landschap van de menselijke geest

Over 'Beest' van Paul Kingsnorth

Verwant

5 januari 2016

Oogst week 48

5 januari 2016

Verblind door schaamte

Over 'Een onmogelijke liefde' van Dirk Leyman