9 juli 2015

Manja – Anna Gmeyner

 ‘Und ewig, ewig sind die weissen Wolken’

Recensie door Lodewijk Brunt

Lea staat op het schellinkje bij de uitvoering van Mahlers Das Lied von der Erde. De tranen biggelen over haar wangen, ze heeft nooit eerder zulke muziek gehoord. Op het hoogtepunt – Und ewig, ewig sind die weissen Wolken. Ewig, ewig – drukt ze zich aan de borst van de man naast zich, die zijn arm om haar heengeslagen heeft. Ze ontmoeten elkaar voor het eerst, de muziek heeft ze in elkaars armen gedreven. Hij is David Goldstaub – componist, liegt hij. Ook Lea liegt – ze is zangeres, zegt ze. Ze nemen een hotelkamer. Na een nacht vol passie vertrekt David in stilte. Hij heeft in Polen een leven vol vernedering en angst achter de rug, voortgejaagd door pogroms en golven van Jodenhaat. Na de ontmoeting met Lea, dit warme, gewillige dier, voelt hij zich bevrijd en neemt hij het lot in eigen hand, hij pleegt zelfmoord. Lea vertrekt naar Duitsland, op zoek naar een betere toekomst. Negen maanden later baart ze een dochter: Manja.

Anna Gmeyner gaf haar boek – in 1938 voor het eerst verschenen, nu uitgebracht in een nieuwe vertaling – Manja’s naam, met als ondertitel Ein Roman um Fünf Kinder. De vijf kinderen vormen inderdaad het brandpunt, maar om hen heen rukt de barbarij op. Manja speelt zich af in het Berlijn van de jaren twintig en dertig, de Eerste Wereldoorlog is achter de rug, een nieuwe oorlog ligt in het verschiet. Het is een periode van economische malaise, hollende inflatie, opkomend fascisme, smerige rassenhaat, politieke verdwazing en grootscheeps alledaags geweld. De dreiging is voelbaar op iedere pagina; wie het boek destijds gelezen heeft, kan onmogelijk volhouden dat we niet wisten wat er in Duitsland aan de hand was.

De kinderen, vier jongens en een meisje, zijn allemaal even oud en komen min of meer bij toeval met elkaar in aanraking, omdat ze buren zijn, bij elkaar in de klas zitten, of omdat hun ouders elkaar kennen. Ze komen een paar keer per week samen bij ‘de muur’, de verkruimelde resten van een bouwval op een afgelegen veldje bij de rivier. Er staat een kersenboom, een klimboom, ze maken een hol en houden er een konijntje. Karli mijmert over ‘zijn Manja’: Ze waren in hetzelfde ziekenhuis geboren, bijna op dezelfde dag. Hij had haar gevonden en de muur ook en die had hen bij elkaar gebracht, hij had Franz de muur laten zien en Franz aan Harry en Harry aan Heini, en zo waren ze vrienden geworden, door Manja en de muur. Manja is het licht in hun leven, de jongens willen later allemaal met haar trouwen, desnoods in groepsverband: Met Manja waren ze levend en kleurig geworden als een prentenboek, vol avonturen, vreugde, spanning en spel. Iets in het leven om je op te verheugen, blijdschap die sterker was dan de angst. 

De muur is het weerkerende rustpunt in een stad die met de dag grimmiger wordt, de schrijfster laat het zien aan de hand van wat er op school en op straat gebeurt, maar ook in gewone Duitse gezinnen: het gezin van een arts, oorlogsprofiteur, fanatieke nazi, schoonmaakster, vakbondsman. Het gaat om meelopers, verzetsmensen, moreel bevlogen intellectuelen, wereldvreemde dwarsliggers, angstige conformisten. De kinderen proberen de ‘nieuwe tijd’ te verwerken als ze elkaar bij de muur ontmoeten. Heini houdt Manja voor dat ze later zullen trouwen. Dat kan toch helemaal niet, Heini, er komt een wet tegen… hoe heet het ook alweer? Ze bedoelt ‘rassenschande’. Heini: Volgens mijn vader is dat allemaal gezwets. Manja: Maar als we kinderen krijgen hebben die kromme benen en zijn ze idioot. Ik ben van een … van een voor-Aziatisch-oriëntaals, Oost-Baltisch, Midden-Aziatisch, Noord-chamitisch mengras van Afrikaanse stammen. 

De muur geeft het boek structuur. Het schijnt dat Gmeyner ook in ander werk zo’n soort procedé heeft toegepast – het is de invloed van theater en film waar ze als beginnend schrijfster nauw bij betrokken was. Het biedt de mogelijkheid om haar scènes snel te monteren, wat het boek vaart en spanning geeft. Ze schrijft fraaie, levensechte dialogen, maar heeft meer in huis. Haar analyse van de maatschappelijke constellatie is trefzeker en overtuigend. Ze is geen verteller op de achtergrond, maar laat haar personages aan het woord om uit te leggen wat er gaande is. Zoals de arts Heidemann, ongetwijfeld haar favoriete spreekbuis. Hij bekijkt het portret van Hitler dat hij zojuist van de muur gerukt heeft in zijn ziekenhuis. Een kortzichtige fanaticus. De held van de kleine man. De held van de middelmatigen. Er zijn niet alleen maar onbeschaafde ruwe mensen onder zijn aanhangers, niet alleen furies; er zijn ook wanhopige mensen, enthousiaste mensen, hongerige mensen, die het wachten meer dan beu zijn, jongeren wie een toekomst is beloofd. De beschrijving van geweld is nooit larmoyant, daardoor aangrijpend en effectief. Niemand vraagt wat er in deze nacht in alle straten, in alle hoeken en afgelegen bossen van het hele land gebeurt. Het is een wetteloze nacht. Er worden geen misdaden gepleegd omdat er geen aanklagers zijn. Er worden geen gruweldaden gepleegd omdat niemand verantwoording vraagt. Niemand hoort iets, niemand ziet iets. De nacht stopt zijn oren dicht. De nacht doet net alsof hij niets ziet in het donker. Het wordt niet ochtend. Het wordt niet licht. Het wordt niet dag. 

Manja, indrukwekkend boek. Gmeyner laat alle centrale kwesties zien die na de oorlog de gemoederen heftig zullen beroeren – wat is beschaving?, zijn er ook goede Duitsers?, hoe rijm je de Duitse cultuur met de Duitse moordzucht en rassenwaan?, moet je fysiek of juist intellectueel verzet plegen?, hoe schuldig zijn we als we niets doen? Niet als traktaat, maar als vanzelfsprekende vragen, je moet ze wel stellen in het licht van de gebeurtenissen. Ze heeft overigens niet altijd een antwoord klaar. In het nawoord bij de vertaling, geschreven door Heike Klapdor, wordt geopperd dat Manja een ‘vrouwenboek’ zou zijn, vanwege de onderlinge solidariteit van de vrouwen die in conflict komen met hun mannen en met de staatspropaganda. Vrouwen als slachtoffer dus, onderworpen aan hun mannen die door de straten marcheren en joden opjagen. Onzin! Gmeyner voert inderdaad diverse mannen ten tonele als laffe pestkoppen, leugenaars, domme sadisten, maar haar vrouwen doen er niet voor onder –conciërge Frau Reuter, hoofdzuster Mathilde of Frieda Meissner, moeder van vriendje Franz, bezorgen je stuk voor stuk nachtmerries.

Manja is ondanks de titel ook geen opwekkend kinderboek. In de liefdesnacht van Lea en David is Manja’s lot getekend. De solidariteit van de muur wordt uiteindelijk doorbroken als één van de jongens jeugdcrimineel Martin in het gezelschap introduceert. De gevolgen laten zich raden, Manja wordt sindsdien genadeloos achtervolgd en aangerand. Ze volgt tenslotte het voorbeeld van haar vader. Zelfmoord.


Manja
De vriendschap van vijf kinderen

Auteur: Anna Gmeyner
Vertaald door: Jantsje Post
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
Aantal pagina’s: 480
Prijs: € 26,90

Oorspronkelijke titel: Manja. Ein Roman um Fünf Kinder. (1938)

Manja
Anna Gmeyner
ISBN: 9789059365810

Meer van Lodewijk Brunt:

1 mei 2017

Een leven lang lezen en schrijven

Over 'Hoe verliefd is de lezer?' van Doeschka Meijsing
24 februari 2017

Een kort verhaal is als een schijnwerper

Over 'Halleluja' van Annelies Verbeke
9 februari 2017

Gepassioneerde discussies

Over 'De rode anjer' van Elio Vittorini

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

9 juli 2015

Wat nu, arme zotlap? 

Over 'De drinker' van Anna Gmeyner