16 januari 2014

Literaire tijdschriften – Slang#8 en Tirade een jaargang

Literaire tijdschriften

Titaantjes en verknipte schuursponsjes

Recensie door Ingrid van der Graaf

Een literair tijdschrift brengt literair nieuws in de vorm van een kort verhaal, een polemiek, een literaire kritiek en is hèt podium voor nieuw literair talent. De bijdragen zijn van een gehalte dat tot denken aanzet. Wenselijk daarbij is dat het korte metten maakt met aannames, en (licht) ontwrichtend werkt. Onmisbaar voor wie in de letteren geïnteresseerd is. Maar dient vooral gelezen te worden door jong en oud die de literatuur wil leren kennen en wellicht zelf aspiraties heeft het schrijversvak te beoefenen. Want wie wil debuteren, begint met publiceren in een literair tijdschrift. Dit wetende slaat de gretigheid toe wanneer de bladen door de brievenbus geschoven worden.

De eerste honger stillend, als een tapas bij een borrel in de namiddag, kan een bijdrage uit een literair tijdschrift een voorproefje zijn van een omvangrijker literair werk. Dus, wordt er bij binnenkomst snel doorheen gebladerd en de in het oog springende bijdragen het eerst gelezen, schrokkerig. Gevolgd door het aandachtig lezen van A tot Z, daar kan een week of paar dagen mee heen gaan. Waarna de doorgaans handzame en met zorg uitgegeven edities zich met bedrieglijk gemak terzijde laten leggen. Maar deze gestapelde literaire podia blijven je bij en verdienen het onder de aandacht te worden gebracht.

Slang#8
De experimentele vormgeving van Slang is verrassend gedurfd; een blanco bladzijde vormt geen bezwaar. Deze editie is geïnspireerd op Titaantjes. In 2012 werd  Nescio in de reeks  Classics-imprint van de New York Review Books  uitgegeven. Recensent en blogger Evi Hoste interviewde uitgever Edwin Frank en vroeg zich af hoe de typisch Hollandse verhalen van Nescio in Amerika bekendheid kregen. Onderlinge contacten speelden daarbij een grote rol: Tommy Wieringa sprak met vertaler Damion Searls tijdens een verblijf in het vertalershuis te Amsterdam over Nescio. Vervolgens stuurde het Letterenfonds de uitgever een Franse uitgave van Nescio en zo geschiedde. Een non-conformisme wat betreft ‘onlinebereikbaarheid’, lijkt een verborgen rode draad in deze editie. Zoals de dichter Maarten F. van het gedicht, Katharsis, waarin besluiteloosheid over gelukkig zijn of ongelukkig zich toont in mooie strofen, is niet als zodanig te googlen. “‘Rustig maar, rustig maar’, / Zei de kunst tegen de kunstenaar,” is een strofe van Daniel Keesvesting waarvan zelfs de redactie niet weet wie daar achter schuilt. Ook over Erik-Jan Hummelman is niets bekend maar zijn prozagedicht Fascineren, is een detaillistische vertelling waar doorheen de schrijver zichtbaar wordt. En dat is mooi, en genoeg. Sterre Koekebakker leidt elke bijdrage in met een korte column, vaak langer dan de tekst zelf waarvoor ze geschreven zijn, waardoor ze een enkele tekst overspoelen en licht verdringen. Opmerkelijk is de bijdrage van de Vlaming Vincent Merckx. Over een man die alleen maar rechtdoor kan lopen, als zou hij geen heupen hebben die hem het wenden mogelijk maken. Er wordt zelfs in allerijl een brug voor hem aangelegd en een stationshal opgeblazen om hem doorgang te verlenen. De hele stad in de ban van de tocht van deze man. Prachtig gestileerd verhaal, weergegeven als camera verslag voor een of andere nieuwsshow.

Tirade, een jaargang (2013, editie 447 t/m 451)
Met een nieuwe redactie, ongesubsidieerd en bloeiend onder een groeiend ledental gaat het Tirade zogezegd voor de wind. Als de lezer geen aandacht schenkt aan de euforisch ingezette toon van de (gedeeltelijk) nieuwe redactie, blijft er genoeg aan waardevolle en down to earth bijdragen over. De eerste editie van 2013 opent met een opwekkend citaat uit Zes memo’s voor het volgende millennium van Italo Calvino (1923-1985); ‘De Literatuur is het Beloofde Land waar de taal haar bestemming vindt’.

Een mooie weerslag van Joost van Oostijmuiden in De dialogendialoog van een gesprek met dialoogschrijver bij uitstek, Detlev van Heest, die zijn eigenzinnigheid nog eens fijn onderstreept. Een heerlijk lichtvoetig stuk (en literatuur moet licht zijn zoals Calvino schreef, want lichtheid schept afstand, en afstand geeft ruimte om de voorgestelde dingen in je op te nemen), met humor geschreven. Van Heest werkt aan de memoires van zijn kat Kootje, of beter gezegd de kat werkt aan zijn autobiografie maar heeft last van een muisarm. Dus dicteert de kat zijn tekst aan Van Heest. Het boek zal de titel Het leven meekrijgen, met als ondertitel De miaumwoires van Kootje.
Van JanWim Derks een stuk over de heruitgave in 2012 van de omstreden pamfletten van Céline (1894-1961). Volgens Derks is de heruitgave van Écrits polémiques in zoverre van belang dat iedereen zich, zo dit gewenst is, nu een mening kan vormen over Céline en zijn smaadschriften (1937 – 1957).
Deze jaargang brengt tevens een nieuwe rubriek, De Ambassadeur, waarin een schrijver zijn meest geliefde titel uit de literatuurgeschiedenis onder handen neemt. Voor Renate Dorrestein is dat Slaughterhouse-Five van Kurt Vonnegut. Geen andere roman die haar zo diep raakte en waarbij ze tegelijkertijd ‘zo vaak en zo onstuitbaar in de lach schoot’. In nr. 449 doorgrondt Joost Zwagerman On the road van Jack Kerouac, waarin hij verrassende onthullingen doet over het icoon Kerouac. De Ambassadeur in editie 451 is Detlev van Heest. Het boek dat hem het liefst was, is Hoe Bert een flinke jongen werd van Anke Wentink. Al heeft hij het niet zelf gelezen, zijn moeder las het hem ooit voor.

In deze editie ook drie gedichten van Leo Vroman. Over het einde der dagen en die, zoals veel van zijn gedichten, de indruk wekken dat hij ze zonder meer in één keer op papier zette. Editie 450 is een jubileumnummer met 45 tirades van 450 woorden van onder meer; Minke Douwesz, Marita Mathijsen, Henk Broekhuis, Arjen van Lith, Geerten Meijsing, Franca Treur, Frits Abrahams, Gilles van der Loo, Sanneke van Hassel, Maria Barnas, Sasja Janssen, Vincent Merckx en Adriaan van Raab van Canstein. Joop Goudsblom (1932) memoreert als een van de laatste, nog in leven zijnde oprichters van Tirade, over de keuze van de naam van het tijdschrift. Hij weet eigenlijk niet meer wat nu de doorslag gaf om deze naam, uit vele anderen, goed te keuren. Wel weet hij dat hij iets heel anders voor ogen had bij de naam dan deze in feite voorstond. Tirade, als afleiding van het werkwoord tirer, deed Goudsblom denken aan ‘puntig en doeltreffend polemisch proza’, waarmee holle frasen aan flarden zouden worden geschoten. Dat was toch wel wat anders dan de betekenis in Van Dale, waarin een tirade wordt uitgelegd als  ‘holle frasen’ die op theatrale en retorische wijze uitgesproken worden. Van holle frasen kan Tirade niet beticht worden, wel van puntige doeltreffendheid.
In de laatste editie van 2013 wordt de onlangs overleden schrijfster D. Hooier (1939-2013) herdacht met mooie en intieme bijdragen van haar uitgever, Wouter van Oorschot, en haar buurtgenoten Harrie Geelen en Detlev van Heest. Alsook het nagelaten verhaal Anne Meiboom van D. Hooier zelf.

Het slotstuk van Tirade 451 is De tirade van… Charlotte Mutsaers. Een kostelijk stukje waarin zij tekeer gaat tegen de renovatiedrift van  miljoenen landgenoten. ‘(…) vrouwen zien onmiddellijk dat de keuken en de badkamer niet deugen. Yep, kraait de man, dat flikker ik er allemaal uit, die ouwe meuk!’ Mutsaers pleit voor klemmende deuren en vochtige muren. Een rubriek om erin te houden.
In De kroniek van de roman bespreekt Carel Peeters in deze Tirade jaargang Naar Merelbeke (1994) van Stefan Hertmans, Vertedering van Jamal Quariachi, Euforie van Christiaan Weijts en De dode arm van Allard Schröder. Verder vertaalde (o.m. door Lieke Marsman en Harrie Geelen) en Nederlandstalige poëzie en proza.

Wat bijblijft uit deze jaargang is onder meer het korte verhaal Zondag van Renske van Enckevort. Een prozastukje over een ogenschijnlijk onschuldig tafereel in een huiskamer. Buren op de bank, vader in de stoel en moeder legt een puzzel op het tapijt. Vader bromt wat onzeker om zich heen en de buren stappen uit ongemak over de aanwezigheid van de moeder maar eens op.  Want, moeder had vader en dochter toch verlaten? Maar daar zit ze weer, alsof ze niet is weggeweest. De vader bromt iets als ‘het zal wel goed zijn’. Maar dochter wantrouwt de aanwezigheid van haar moeder. Dan een zin, die aankomt als een lichte tik maar het effect heeft van een flinke oplawaai: ’Dat er ineens weer biologische kaas in de koelkast ligt en doorgeknipte schuursponsjes op het aanrecht.’  Doorgeknipte schuursponsjes! Dan weet je dat deze, wat labiel lijkende moeder, die met een gat in haar sok (waar doorheen haar grote teen in het tapijt priemt) op de grond aan het legpuzzelen  is, een nietsontziende potentaat is. Haar vreselijke wil is wet! Door biologische kaas in de koelkast te leggen en sponsjes door midden te knippen tot handzaam formaat, neemt ze haar plaats weer in. En dat was onverwacht. Een op het oog rustig kabbelend, nergens heengaand verhaaltje en dan: ‘doorgeknipte schuursponsjes’… wat een vondst.

 

SLANG
Uitgegeven door:
Stichting SLANG
verschijnt vier keer per jaar
Prijs losse nummers: € 5,-
Abonnementen: € 20,-

Tirade
Uitgegeven door Van Oorschot
Verschijnt vijf keer per jaar
Jaarabonnement € 50,00
studenten € 35,00
abonnees in het buitenland € 60,00 (binnen Europa), € 65,00 (buiten Europa).
Kijk ook op Tirade.nu

 

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant