22 december 2016

Literaire boulimia

door Rob van Dam

Books are a load of crap. De man die dit schreef was schrijver en bibliothecaris maar soms kwamen de boeken hem kennelijk de keel uit. U kent het gevoel. Heeft u ook dit jaar weer veel te veel gelezen – en daardoor te snel, oppervlakkig en met te weinig vrucht en plezier? De verveling. De weerzin. Tijd voor goede voornemens, de jaarwisseling komt eraan.

Waarom kwellen wij, lezers van belletrie, onszelf zo? Omdat we niets beters te doen hebben. Omdat we snakken naar wijsheid en kennis. Om mee te kunnen praten. Om te voldoen aan een antiek beschavingsideaal. Of domweg omdat we nu eenmaal die gewoonte hebben ontwikkeld en Holle Bolle Gijs het voorgoed heeft gewonnen van de fijnproever. Achter al deze zinnen mag u een vraagteken zetten; geef dan wel eerlijk antwoord.

Aan hoeveel boeken heeft een mens eigenlijk genoeg? Onmogelijke vraag. Vergelijk het met eten en drinken. Hele volksstammen zuchten onder de strijd tegen overgewicht. Met aanzienlijk minder calorieën zouden ze beter af zijn. Ze? We! Zou dat niet ook gelden voor geestelijk voedsel?

Als we nou eens minder snacken en grazen en slechts degelijke voeding tot ons nemen, met ampele tijd voor het verteren van zo’n ‘eenvoudige doch voedzame maaltijd’, wat zou dat met ons doen?

Want dat willen we toch: dat lezen iets met ons doet, dat we niet onberoerd blijven. Maar lezen & schrijven is zo langzamerhand ingebakerd in een cocon van publiciteit en amusement en dus van mode. ‘Wat, heb je de nieuwe Wieringa niet gelezen?’ Antwoord daarop maar eens dat je zelfs nog nooit van die naam hebt gehoord.

Ja, als je niet uitkijkt bepaalt de mode het menu. Wat een tijdverspilling! Straks ga ik dood en moet ik bekennen dat ik m’n maag heb bedorven met de pillen van Van der Heijden en niet ben toegekomen aan Multatuli. Of omgekeerd. Wie zei ook alweer: ‘We lezen heel ons leven fout’?

Elke boekenwurm zou zijn hoogst eigenzinnige spoor door het boekenaanbod van pakweg de afgelopen drieduizend jaar moeten vreten, in plaats van telkens opnieuw naar de gaarkeuken te gaan. Want het gaat per slot van rekening niet om de boeken op zichzelf, het gaat om de wisselwerking tussen het boek en u.

Luister, lezen is een gesprek. Twee stemmen klinken en een daarvan is de jouwe, ook al besef je dat niet meteen. Je bent in goed of slecht gezelschap en die ander voert ‘de strijd om het oor’, zoals Milan Kundera dat ooit noemde. De chemie tussen een sensibel, intelligent mens en De Smurfin, ik noem maar een dwarsstraat, is vele malen groter dan die tussen de plichtmatige lezer en zijn bestsellerskost of zijn keuze uit de canon. Je reinste alchemie! De goede lezer is als Repelsteeltje en maakt goud uit vlas.

Wie durft vol te houden dat een goed boek in één lezing begrepen en genoten kan worden? Maar waarom herlezen we onze toppers dan niet telkens opnieuw? In de kloosters spreekt men wel van lectio divina: lezen met maximale aandacht totdat je ergens door gegrepen wordt, en dan: herkauwen. Ruminatio. Een passage, een regel, een woord. Een denkbeeld. Kauwen tot je de laatste druppels tot je hebt genomen. Lezen als voeding. ‘De dichter is een koe’, zei Achterberg, en de ware lezer is dat ook.

Klinkt dit u als een rare middeleeuwse praktijk in de oren, luister dan naar de hoofdpersoon van Zen en de kunst van het motoronderhoud. Het boek is uit 1974 en maakte destijds veel furore. Over het gezamenlijk lezen met zijn zoon zegt de vader: Ik lees een paar zinnen voor, wacht op de stortvloed van vragen waar hij doorgaans mee komt aanzetten, geef antwoord en lees opnieuw een paar zinnen. Klassiekers laten zich op deze manier goed lezen. Zo zullen ze ook geschreven zijn. Soms lezen en praten we een avond lang en blijken we niet meer dan twee of drie bladzijden te hebben gelezen. Zo lazen ze honderd jaar geleden. (…) Als je dit nog nooit hebt gedaan weet je niet hoe plezierig het is.’

Nog een stap verder brengt ons bij het memoriseren van een tekst. Geen betere manier om een tekst door en door te leren kennen dan hem voorgoed in je hersenpan op te slaan. In Natuurlijk bestaat God, het bijzonder leuke boek van Herman Hissink, lezen we hoe hij regelmatig zijn schat aan uit het hoofd geleerde gedichten doorneemt en opfrist. Uit eigen ervaring weet ik wat een bevredigende activiteit dat is.

Nu zijn gedichten doorgaans kort, maar aan het slot van de film Fahrenheit 45, naar het boek van Ray Bradbury over een wereld waarin boeken streng verboden zijn, ontmoeten we de helden die hun leven wijden aan het redden van één enkele roman door hem uit het hoofd te leren: ‘Hello, I’m David Copperfield’. ‘Pleased to meet you, I’m Crime and Punishment.’ Dit is een verzinsel maar geen onmogelijkheid. In islamitische landen worden wedstrijden gehouden in het memoriseren van de Koran. Niemand doet mee die minder dan de ganse schrift kent.

Nog zo iets geks. We willen literatuur begrijpen in plaats van ons er aan over te geven. Lezen en herlezen maken dat we een boek leren kennen maar niet noodzakelijkerwijs dat we het snappen, en dat hoeft ook helemaal niet. Beter is het een roman te benaderen als een mens, als een schepsel met wie we een innige omgang hebben maar dat we nooit van z’n levensdagen zullen begrijpen. We begrijpen onszelf ook niet.

Bij gedichten wordt deze leeshouding geaccepteerd, bij proza zelden. En toch: begrip is saai en vaak stereotiep, een reductie tot clichés. Daar gáát je leesplezier.

Maar ja, we willen er over praten, liefst een beetje deftig, want belezenheid speelt een rol in het sociale verkeer (althans, in bepaalde kringen en op voorwaarde dat je de ‘juiste’ titels weet te noemen). Het speelt een rol in de groepsvorming en in het uitdragen van een zelfbeeld. En hup!, daar rollen de gemeenplaatsen, de sjablonen en het jargon ons al van de lippen.

Philip Larkin, de dichter van de regel waarmee dit stukje begint, had nog wel meer over boeken te zeggen. In een gelegenheidsgedichtje bezong hij de de universiteitsbibliotheek in Hull, waar hij werkte. Let vooral op de slotregel:

New eyes each year

Find old books here,

And new books, too,

Old eyes renew;

So youth and age

Like ink and page

In this house join,

Minting new coin.

Uw boek mag oud zijn of nieuw en in de mode of obscuur en hoge kunst of triviaal leesvoer, u leest het voor het eerst of voor de zoveelste keer, verplicht of uit vrije keuze – dondert allemaal niet: slechts wanneer de alchemie tot stand komt waarin klinkende munt wordt geslagen, d.w.z. waarde wordt gecreëerd, hebben we recht op een verblijfsvergunning voor de republiek der letteren.

 

 

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer