15 februari 2013

Literair tijdschrift Extaze nr 4 – muziek en literatuur

Recensie door Ingrid van der Graaf

In het voorlaatste nummer van Extaze in twee essays en een kortverhaal ruim aandacht voor de in 2000 overleden schrijver en muzikant, F.B. Hotz. Jaap Goedegebuure recenseerde in de jaren ‘70 de debuutbundel Dood weermiddel van F.B. Hotz en vroeg zich daarbij af of deze schrijver ooit een roman zou kunnen afleveren. Theo Sontrop hield hem toen gevat voor dat ook Tsjechov nooit een roman geschreven heeft. En zo is het, Hotz was een verhalenschrijver van een klein maar indrukwekkend oeuvre. Van Goedegebuure gaat in op de thema’s in de verhalen van Hotz. ‘Het zijn geen helden, de mannen van Hotz’, opent Goedegebuure zijn essay. Volgens Goedegebuure schrijft Hotz met een ‘gedempte berusting’. Een mooie omschrijving van een stijl die zich kenmerkt door afstandelijkheid, en waarin grote woorden geen plaats hebben.

C.P. Vincentius richt zich op de muzikant en de muziekliefhebber in Hotz. Hiervoor duikt hij de geschiedenis van de jazz in. Hoe de dixielandjazz ontstond begin twintigste eeuw in New Orleans. Miff Mole, trombonist van de Five Pennies was het grote voorbeeld voor trombonist F.B. Hotz. In dit kader past ook het noemen van de vrouw van Hotz, jazz zangeres Greetje Rietbroek, die op zijn leven een onuitwisbaar stempel drukte door zijn beste vriend te vermoorden (!). Waarover Aleid Truijens in de biografie over F.B. Hotz Geluk kun je alleen schilderen, de ware toedracht onthulde.

Christien Kok liet zich voor haar verhaal De buitenstaander, inspireren door de kring van muzikanten die geregeld bijeen kwam in het woonhuis van dominee Pfeiffer en zijn gezin. De zoon, Serrein, (de latere vriend van Hotz) was de gangmaker van het musicerende gezelschap. In 1952 sloot Hotz zich bij de musicerende groep in het domineeshuis aan, waar op een, voor omwoneneden, wat duistere wijze aan musiceren werd gedaan. Door de afstandelijkheid in de beschrijving, en de terughoudendheid van het personage zelf, is de stijl van Hotz voelbaar.

In Geen ambitie vertelt Cor Gout hoe hij Robbie van Leeuwen (oprichter van o.a. Shocking Blue en The Motions) eens voorstelde een biografie over hem te schrijven maar dat Van Leeuwen de boot afhield. In 2011 neemt Van Leeuwen het initiatief met de vraag aan Gout of hij die biografie nog steeds wil schrijven. Maar weer wordt het niks, na drie gesprekken blijken de ideeën over een biografie te uiteenlopend om er iets van te kunnen maken. Maar dat wil niet zeggen dat Van Leeuwen zijn verhalen, die hij in de loop van de tijd geschreven heeft, niet wil publiceren. Bij deze: De ambitie, over een jongensdroom die uitkomt. Dat levert mooie beelden op uit de wereld van de popmuziek in de jaren 60/70 van de vorige eeuw. En die biografie, die zou nog wel eens kunnen verschijnen.

Heleen Rippen (debutant proza) schreef Anni-Frid’s album, een verhaal dat de pijnlijke keerzijde van succes toont en gelezen kan worden als een fictieve auto-biografie. Anni-Frid, een van de zangeressen van Abba, bladert door haar foto-album. Als eerste wordt een foto van het Anni-Frid Andersson Park waar ze door haar man geblinddoekt naar toe werd gereden, getoond. Haar toenmalige man, Benny had dit publiekspark voor haar vijfendertigste verjaardag laten bouwen. Abba’s Chiquitita sing me your song en SOS schalt uit de boxen over het terrein. Het heeft iets flauw komisch Benny dingen te laten zeggen als: ‘Heb je het naar je zin Friedje?’ en ‘Helemaal voor jou gemaakt, dolly’ ware het niet dat juist daardoor het onderliggende verhaal, door Anni-Frid  verteld,   schrijnend wordt. Rippen laat haar, bladerend door het foto-album, weemoedig terugkijken op een leven van uitvluchten en ontsnappingen. Dan schrijft Anni-Frid een brief aan Agneta, die ze na het uiteenvallen van Abba nooit meer gezien heeft en waarin ze de balans opmaakt van haar leven. Ze komt tot de ontdekking dat van alles wat voorbij is, ze het repeteren met Agneta het meeste mist. Rippen schrijft fantasie en werkelijke feiten schijnbaar zonder moeite aaneen, en dat levert  een intrigerend verhaal op dat een intense eenzaamheid  weergeeft.

Opmerkelijk is ook het verhaal De Berlijnse muur, daarin reist een groep jongeren per auto naar Berlijn. Een van hen, Gregory, heeft zichzelf verplicht mee te gaan maar voelt zich het ‘surplus’ van de groep. Hij beschikt over nogal wat dwangmatigheden, ‘Even duwt Gregory zijn neus tegen zijn schouderblad, hij wil erachter komen of hij stinkt’, die hij probeert te onderdrukken. Luisterend naar een cd zegt ene Tim: ‘Deze dj kunnen we vrijdag checken’. Maar Gregory checkt nooit dj’s. Gregory grinnikt omdat de anderen grinniken en voelt zich het hele, goed geschreven, verhaal door ronduit ongemakkelijk.

Ook aandacht voor F. Springers(1932-2011) Bericht uit Hollandia. Een exercitie, door Ad Zuiderent. Zuiderent gaat uitvoerig in op enkele misverstanden over de intenties in het werk, en met name het debuut van Springer. Aan de hand van de verhalenbundel Bericht uit Hollandia, toont Zuiderent met bevlogen pen aan dat het werk van Springer al gauw als te eenvoudig of anekdotisch omschreven werd waar dat niet het geval was: ‘Wat op het oog nogal losjes en onevenwichtig is, blijkt bij nader inzien behoorlijk hecht geconstrueerd.’

Verre en nabije oorlogen, Deel 1 van Kees Ruyt, verscheen in Extaze nr 3. In deze editie het slot daarvan. Over Aya Zikken, een Nederlands schrijfster die opgroeide in Nederlands-Indië tussen twee wereldoorlogen in. Haar ervaringen verwerkte zij in haar boeken. Ruyt werkte de afgelopen vier jaar aan een biografie over Aya Zikken (1919) Alles is voor even. Deze zal eind februari 2013 verschijnen bij uitgeverij In de Knipscheer.

Schrijfster D. Hooier gebruikte Twee Pantoums, als titel van de twee gedichten, maar ook de dichtvorm paste ze in deze gedichten toe. Pantoun is een dichtvorm waarbij regelherhalingen voorkomen in de volgende kwatrijnen. Zoals in het heerlijke gedicht II van Twee Pantoums:

‘Het begint mij vervloekt, te dagen mevrouw
dat u de schoonheid in fluweel bent die steevast
te laat, de zaal verstoort met haar pardon, pardon
niemand luistert als ik in uw kleine stad voorlees.

Dat u die schoonheid in fluweel bent die steevast
op mijn subtiel metrum met het hoofd knikt zodat
niemand luistert als ik in uw kleine stad voorlees,
door uw wiebelhoofd als van een plastic ezeltje’
(…)

Verder een uitvoerig stuk over de opkomst van de Punk-muziek in Punky reggea party,  door Siebe Thissen. En meer verhalen van Mischa van Brandhof, Hein van der Hoeven en Monika Sauwer. Poëzie van Annelie David, Frederik Lucien De Laere, Harry Geelen, Felix Monter, Richard Steegman. De in zwart/wit en grijstinten uitgevoerde psychedelisch vormgegeven illustraties zijn verzorgd door Zeloot. Kortom weer een editie van Extaze die zeer de moeite waard is.

 

Extaze nr. 4

Losse nummers in de winkel € 15,00
Vanaf redactieadres € 17,00, Buitenland € 20,00
Jaarabonnement (4 nummers per kalenderjaar) € 60,00, Buitenland € 80,00
Uitgegeven bij: In de Knipscheer

 

Meer van :

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Recent

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant