10 mei 2012

Ademhalen onder de maan – Ingmar Heytze

Liever waanzin dan weemoed

Recensie door Albert Hogeweij

Ademhalen onder de maan is Ingmar Heytzes tiende bundel. Eentje met gedichten over dagelijkse gebeurlijkheden, zelf beleefd dan wel opgepikt uit krantenberichten, alledaagse gedachten en ervaringen en bij voorkeur afgeleiden daarvan, al dan niet in opdracht geschreven en 39 in getal. De flaptekst vertelt dat Heytze in deze bundel levens van anderen leeft, ‘want één leven is hem te weinig’. Wat is er in godsnaam mis met zijn leven dat het hem niet genoeg is? Er bestaan kunstenaars die aan een paar motieven genoeg hebben om een leven lang mee toe te kunnen. Er bestaat ook een polemisch artikel van Heytze van begin dit jaar waarin hij zijn grieven spuit over het feit dat onverstaanbare poëzie (met name genoemde afscheiders daarvan: Robert Anker, Arjen Duinker, Nachoem Wijnberg, F. van Dixhoorn) zoveel meer in de prijzen valt dan haar verstaanbare tegenpool, waarvoor o.a. dichters als Menno Wigman, Frank Koenegracht, Ester Naomi Perquin, Tjitske Jansen en Jules Deelder zouden tekenen. Zou het werkelijk? Het artikel mag dan niet onvermakelijk geschreven zijn, de strekking was helaas zo belegen als een Belgenmop. Wanneer Heytze zich blijft overgeven aan dit soort achterhoedegevechten zal hij aan zijn eigen leven zeker niet genoeg hebben. Maar bij Heytze is de lezer in ieder geval verzekerd van verstaanbaarheid. We zullen eens zien wat dat oplevert.

Gedichten over een wasstraat, over een uit de hand gelopen ontgroening, over het (inmiddels verdwenen) ‘blauwe bord’ van de treinvertrektijden in de Utrechtse stationshal komen langs. Verzen over de vrouw van de 16de eeuwse schilder Jan van Scorel of over Joeri Gagarin zijn gedichten waarin de dichter zich in een ander heeft verplaatst. De meeste van deze gedichten kabbelen rustig voort. Het blijft meestal keurig binnen de lijntjes van wat je van een beetje dichter mag verwachten. Bij Heytze is dat: een verantwoorde dosis verstaanbaarheid aangelengd met een al even verantwoorde dosis feelgood melancholie. Producten van iemand die het zelf te goed gaat om zich zijn lot of dat van de wereld te beklagen. Een voorbeeldige dichter die je gerust ook cadeau kunt doen aan wie beweert nooit poëzie te lezen. Een boeketje slappe zinnen is echter zo geplukt: ‘Ik geef je een wereld om in te wonen’.’de wereld is groot / en vol geheimen’, ‘met je naam / vol aah’s om te fluisteren in de nacht,’ ‘Alles is samen jij’. Of postbus 51 instant kitsch als: ‘Hier is de wereld, te groot om in te pakken. / Hier is de wereld, te klein om meer te zijn / dan één tussen de miljarden, net als wij.’ Een gedicht dat handelt over de gedachte dat alles evengoed ook wenselijker had kunnen verlopen eindigt met de regel waarin een tikkeltje te veel verstaanbaarheid is gestopt: ‘Een ziekenhuis waar jij genas.’

Dat mag allemaal zo zijn, máár … net zo goed tref je in hun directe nabijheid iets moois aan als: ‘Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege, // in het midden van de wereld.’ Zinnen die je blij maken. ‘Elke bange idioot is een heelal / dat in slowmotion aan scherven gaat.’ Een rake stoot wordt uitgedeeld aan protserige types die zich op grond van hun afstamming heel wat verbeelden ‘voorrang eisend met te grote wagens’.

Het openingsgedicht van deze bundel is in z’n geheel een vers om te citeren:

‘Kumari

Ergens in de wereld laat een kunstenaar een huizenhoge
rubberen eend te water. In een ander land overvalt een vrouw
een bank met een pak melk als wapen. Elders schildert
een man zijn eigen zebrapad, staat een jongen, conform
zijn laatste wens, drie dagen verticaal opgebaard.

Een babywalvis denkt dat een schip zijn moeder is en sterft
na enkele dagen meezwemmen aan ondervoeding. Nepalese
geestelijken zoeken naar een meisje tussen twee en vier,
met de inborst van een leeuw, het lichaam van een vijgenboom
en de stem van een eend, de levende incarnatie van de godin
Kumari. Eenmaal gevonden draagt ze rood en goud,

mag ze alles doen waar ze zin in heeft totdat ze bloedt en ik –
ik ben de bewaker van dit moment, ik heb de stem van een eend
en de inborst van een leeuw, ik eet vijgen als ik er zin in heb,
ik kijk naar alle schermen tegelijk en zie: ergens in de wereld
laat een kunstenaar een huizenhoge rubberen eend te water -‘

 

Een in zijn onoverkomelijkheid bijna dwingend gedicht in de Heytze kenmerkende, ogenschijnlijk nonchalante, maar intussen trefzeker geformuleerde stijl geschreven. De achteloze mededelingen ritsen zich in dit vers ineen van een kunstenaar naar een vrouw, dan weer een man. De seksen voorbeeldig afgewisseld als op een PvdA-verkiezingslijst. De ik-figuur die de beelden even achteloos als machteloos op zijn beeldschermen thuis krijgt voorgeschoteld, en zich zo een beveiligingsbeambte kan wanen zonder de mogelijkheid tot ingrijpen, laat staan het ook maar te begrijpen. Niet eindigend met een veilige punt maar met een gedachtestreepje, alsof het niet van ophouden weet…

Heytze heeft in navolging van Menno Wigman een tijdje in een psychiatrische inrichting in Den Dolder mogen verblijven. Nee, niet als patiënt, maar om als dichter zogezegd inspiratie op te doen. Dat heeft hem goed gedaan, resulterend in een aantal gedichten waarin de dichter het soms maar dunne scheidingswandje tussen de waanwereld en ‘normale wereld’ treffend heeft verbeeld. In het gedicht Hazen bijvoorbeeld (‘Een haas gaat slechts gekleed in weiland, / in de afstand tussen jou en hem.’) is een vrouw helemaal vol van hazen. De dichter informeert tussen de regels door naar egels: ‘En egels, vraag ik, hoe zit het met egels?’ ‘Ook mooi, maar anders, / hulpelozer. (…) Hoe ze er nooit in slagen /  te verdwijnen in zichzelf. // Hazen, zegt ze na een tijdje. Hazen zijn omgekeerde egels.’ Kijk, dat is klare taal. Valt niets tegen in te brengen! Heytze bevalt mij daarom ook beter als hij toegeeft aan dat beetje waanzin in zichzelf en in de wereld, zoals in het gedicht dat simpelweg getiteld is met K.K. Afkorting voor de makelaarsterm kosten koper.

‘Achter elke voordeur huis een leven als een hond
(Kom verder. Aan de keukentafel zitten we te eten,

lachen met vrienden, dood en levend. In de tuin
schemert een blauweregen in de pergola. Trap op

links de kamer waar de baby wordt verwekt.
Bij de serre zegt ze, op een dag met kouder licht,

dat ze vertrekt. Verder: zolder die geen zon verdraagt,
schuur die ruikt naar aarde, golfplaat. Badkamer

met ligbad waar je later wordt gevonden), een dolle
hond die bloed ruikt, dagen, jaren voor je komt.

 

Schitterend gedicht, waarin twee werelden tegen elkaar opbieden. Staat als een huis. In het gedicht Het uur van het schaap lezen we ook al:

‘Ik ben een grote, valse hond,

het baasje is dood, ik knaag
mijn weg door groene heggen.’

 

Zodra Heytze z’n tanden laat zien, neemt hij meteen flink afstand van het schoothondje van de gelegenheidsdichter. De allemansvriend die aan weemoed op bestelling doet kan niet tippen aan de dichter die de waanzin in de ogen van een dolle hond heeft gezien. In poëzie is waanzin mij liever dan weemoed. Alleen dan doet de dichter waarlijk recht aan het motto van Charles Bukowski dat aan deze bundel voorafgaat: ‘and after what seemed like / an eternity / we finally found the tunnel at the end of the light’ en komt hij zelf met door waanzin gefilterde gedichten die onze huis-tuin-en-keuken wereld op z’n kop zetten.

 

 


Ademhalen onder de maan
Ingmar Heytze
Verschenen bij: Podium b.v. Uitgeverij
ISBN: 9789057594649
45 pagina's
Prijs: € 15,00

1 reactie

  • Jelle van der Meulen schreef:

    Ja, mooi gedicht dat ‘K.K.’. Maar het laatste woord bij Heytze is niet ‘komt’, maar ‘komst’, zoals het in de eerste regel natuurlijk niet ‘huis’ is, maar ‘huist’.





 

Meer van Albert Hogeweij:

18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
2 februari 2017

Vormvast en elegant van stijl

Over 'Viviane Élisabeth Fauville' van Julia Deck
15 december 2016

Twaalf lofliederen op lichamelijke schoonheid

Over 'Poèmes secrets / Geheime gedichten' van Guillaume Apollinaire

Recent

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm