15 januari 2016

Beproevingen – Jan Willem Anker

Leven onder een stolp

Recensie door Menno Hartman

In het Egypte van de derde eeuw stapt een man rond, Antonius die als kerkvader en stichter van het kloosterleven de geschiedenis in zou gaan maar zijn grootste bekendheid ontleende aan de verhalen omtrent zijn ‘bezoekingen’ door demonen, aan welke hij onderhevig was. De schilderkunst maakte dankbaar gebruik van het fraaie thema en ook de letteren kennen voorbeelden van navolging te over.

De verzoekingen of ‘beproeving’, proeven of martelingen die het uitgangspunt vormen voor Jan-Willem Ankers bundel prozagedichten zouden wij tegenwoordig beter een stevige midlife crisis noemen.  Ankers demonen zijn een lekke band, een scheur in het asfalt, een bezoek aan een Waddeneiland, zijn eigen nietigheid en de troosteloze gang van de eenling. ‘Het ik, het ik, het luizigste van alle voornaamwoorden,’ werpt Anker als motto de lezer meteen maar bij wijze van handzaam sleuteltje voor zijn poëzie in de schoot. Erboven staat dan nog een handige leeswijzer in een motto van J. G. Ballard over de ficties van deze wereld en de dooddoeners van de huidige mediacultuur. In 50 korte prozagedichten, korte verhaaltjes veelal vanuit een ‘ ik’ verteld, doorlopen we de lauwe wereld van een teleurgestelde.

Jan Willem Anker, auteur van drie eerdere bundels en een roman kan goede, aansprekende  soms zelfs swingende zinnen schrijven. ‘Ik overwoog mijn laatste geld te spenderen aan een reis naar Beiroet om daar bij een aanlandig windje stijlvol te verkommeren,’ is er zo eentje. Of: ‘omringd door het geheupwieg van zoveel singles voelde ik hoe voldoeninggevend de opvoering van je eigen wanhoop is.’ Wanhoop, veel van deze bundel ademt de diepe wanhoop van de redelijk welvaren, redelijk gezonde maar verveelde en niet uitontwikkelde dertiger. Daarmee kan Anker je soms in de taal naar de strot grijpen. Maar vaker druk je een gaapje weg met een I couldn’t care less.

Dat is niet omdat Anker geen goede dichter is, het komt ook gedeeltelijk door de vorm die hij koos: de vrije regelval van het korte prozagedicht is hier toch bij uitstek het imperium van de onmacht. Had hij zich strengere eisen gesteld, dan was er voldoende spankracht geweest. Maar ja, strenge eisen… ‘Ik lepelde in een bordje ontbijtgranen. Terwijl ik mijn bord aan het leegvreten was, dacht ik “Dit is dus het leven.” En zo is het weinig van de dichter eisende prozagedicht ook de beste weerspiegeling van een laconieke depressie.

De tijd waarin reactionairen het hadden over een schop onder de kont en langharig werkschuw tuig is wel voorbij, maar de dichter heeft zich in deze bundel te weinig laten leiden door de een veeleisende vorm. Hierdoor ervaart de lezer in plaats van een intense ‘levensleegte’ toch vaker de onverschilligheid van het gedicht. Over een lauw bestaan niet dwingend dichten, levert een lauw geheel op.

In een aantal gedichten doet Anker het net iets anders, er zijn erbij die bijna ‘zen’ zijn, een enkele heeft een verfrissend licht absurdisme van Charms, of misschien veeleer Toon Tellegen in zijn korte dierenverhalen.

Wanneer de dichter iets langer of iets dieper nadenkt, een iets gepolijstere zin formuleert treft hij wel eens doel. ‘Ik ben gedwongen voor altijd op het podium te blijven terwijl het donker van de zaal steeds meer bevolkt raakt met mensen van wie ik niet wist dat ze altijd al onbereikbaar voor me waren.’ Of ‘ Ik was nietig op het extreme af, eigenlijk al te gering voor een eerste persoon enkelvoud. Soms echter voelde ik me groots. Dan trok ik de gelukzaligheid aan haar staart en hield me voor dat alles maar spel en droom was en dat ik veilig was, zoals de kern van een vlam ’s nachts veilig is voor duisternis.

Eerste persoon enkelvoud, de kortste samenvatting van deze bundel. Dit gedicht bezweert de demon van het niets, de leegte. En dit gedicht doet dat goed,  maar de bundel in zijn geheel slaagt daarin helaas te weinig. ’

Confrontatie

‘Toen ik mezelf voor de zoveelste keer confronteerde met de al te menselijke onverschilligheid die mijn wedervaren binnen en buiten het publieke domein opriep, overwoog ik serieus de mogelijkheid er niet te zijn. Na een tijdje concludeerde ik dat ik er weliswaar was, doch in zeer beperkte mate.’

 

Deze bespreking verscheen eerder in het poëzietijdschrift Awater

 

Beproevingen
Jan Willem Anker
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789029587785
80 pagina's
Prijs: € 18,50

Meer van Menno Hartman:

22 april 2016

De macht om te binden of te ontbinden

Over 'District en Circle' van Seamus Heaney
16 april 2016

Een goed observeerder

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn

Recent

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

15 januari 2016

Tempelschender door het leven gestraft

Over 'Een beschaafde man ' van Jan Willem Anker