Letterkundig Museum verwerft literaire nalatenschap Rudy Kousbroek

Het Letterkundig Museum heeft de literaire nalatenschap van Rudy Kousbroek (1929-2010) verworven. Een rijk archief vol correspondentie, aantekeningen, notities, manuscripten en documentatie over uiteenlopende onderwerpen. Van ‘Kampsyndroom’ tot stoommachines, van schrijfmachines tot sex.

Kousbroek werd geboren in Pematang Siantar op Sumatra. Tijdens de Japanse bezetting werd hij opgesloten in een interneringskamp. Na de oorlog werd hij herenigd met zijn ouders en keerde met hen terug naar Nederland. In de nalatenschap zijn diverse sporen terug te vinden van de zijn Indische jeugd. Ook bevat het archief vele brieven van vrienden en generatiegenoten als Hans Andreus, Remco Campert, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Lucebert en Simon Vinkenoog. Het heeft Kousbroek niet ontbroken aan erkenning. Zo werd hij in 1975 bekroond met de P.C. Hooft-prijs voor het gehele essayistische oeuvre en kende de Rijksuniversiteit Groningen hem in 1994 een eredoctoraat in de wijsbegeerte toe. De bul van deze benoeming is van heden te bezichtigen in het Letterkundig Museum, dat een kleine tentoonstelling aan de nieuwe aanwinst wijdt.

Naast de bul toont het museum onder meer het typoscript van een nooit uitgegeven gedichtenbundel en diverse brieven van collega-dichters. Bijzonder zijn de potscherven en stukken pijpensteel die Kousbroek vond aan het strand op Banda in 1987. Een agenda uit 2010, met laatste aantekening op 21 maart, completeert de kleine tentoonstelling. De expositie behoort tot een reeks kortlopende actuele tentoonstellingen van het museum. De looptijd ervan is afhankelijk van de literaire actualiteit.

 

Foto: Handler

Recent

1 augustus 2018

Blokken op Blokken

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer