11 december 2014

Leestips voor de decembermaand – Astrid van Wijngaarden

Onwetendheid van Milan Kundera
Deze in 2002 verschenen 132 pagina’s tellende roman verdient het om herlezen te worden. Met de val van het communisme was daar ineens de mogelijkheid voor Oosteuropese emigranten om terug te keren naar hun geboortegrond. Wat betekent dat?

Een meesterlijke verhaal over verandering, heimwee, terugkeer. Over de onmiskenbare invloed van geschiedenis op de levensloop. ‘De dag werd verlicht door de schoonheid van het land, dat ze had verlaten, de nacht door het schrikbeeld van de terugkeer. De dag toonde het paradijs dat ze had verloren, de nacht de hel die ze was ontvlucht.’

 

 

Het hout

Het hout van Jeroen Brouwers

Nu al vrees ik de dag dat hij niet meer zal schrijven: Brouwers mijn literaire held met zijn vileine, genadeloze pen. In Het hout rekent hij meedogenloos af met de misstanden in de katholieke kerk. Beklemmende literatuur doordrenkt van alleszeggende beelden ‘Zijn haar was toen nog minder wit, van boven schemerde wel al de glimmende waarheid.’

Waarachtig hij bestaat – de hemelse vader. God onder de schrijvers. Schepper van ongeëvenaarde literatuur: Jeroen Brouwers.!
Geen zin in dit blasfemisch geraas? Laat je dan overweldigen door De zondvloed. Brouwers’ meest indrukwekkende werk.

Zeer helder lichtZeer helder licht van Wessel te Gussinklo
Niet eerder had ik van deze 71-jarige schrijver gehoord toen ik het recensie-exemplaar van Zeer helder licht in de brievenbus aantrof. Wat een bijzondere leeservaring – terecht genomineerd voor de AKO literatuurprijs. Behoefte aan een allesomvattende innerlijke afdaling?

Te Gussinklo dwingt je mee te spartelen in gepijnigde zielekrochten, megalomane opvlammingen, tedere droomgedachten, hysterische razernij, obsessief verlangen en uitvergrote schrikgezichten. Soms – hoe aangenaam – mag je ook even deinen op het gladde oppervlak maar ja, je zou als schrijver geen Te Gussinklo heten als je uiteindelijk niet toch weer kopje onder gaat. Of erger nog, door koude golven genadeloos wordt uitgespuwd. Spartel mee, besta!

AnnaAnna – Ode aan een kattenstaart van Ru de Groen
Twee verliefde pubers, ieder kwetsbaar op hun eigen manier. Wat doet het met je identiteit als je door je vriendje publiekelijk wordt vernederd tot op het bot? Wat is hierop jouw antwoord – nu en in de toekomst? Een indrukwekkende liefdesgeschiedenis die tot nadenken stemt. Wie is er eigenlijk nog zichzelf? Hoe kwetsbaar mogen we werkelijk zijn?

De lichte toon, het spel dat De Groen speelt met woorden en de blik die ons wordt gegund in de zieleroerselen van het gekwetste brein maakt dat Anna een groot genot is om te lezen.

 

Ik kom terugIk kom terug van Adriaan van Dis
Schrijnende kost over Van Dis’ complexe zoektocht naar zijn moeder die tegelijk een afscheid is. ‘Prik prik. Je laat mij toe, ik laat jou toe. Langzaam breken we uit onze kluis en we knipperen met onze ogen.’ Eerlijk proza tot op het bot waarin Van Dis zowel zichzelf als zijn mammie niet ontziet.

‘Ze keek naar me op met waterige bruine ogen, trok het kussen naar zich toe, hield het met twee handen voor haar mond en vroeg me het op haar gezicht te duwen. ‘Nee, ben je gek,’ riep ik. Ze keek me smekend aan, ik ging op mijn knieën voor haar zitten en we streelden samen het kussen. De lavendel geurde onder onze warme handen. ‘Zo gaat het niet,’ fluisterde ik, ‘zo kan het niet.’ Ze rukte aan de leuning van haar stoel en stampte boos op de grond.’ Pagina na pagina ervaar je hoe beider onmacht de relatie regeert.

 

Het Rosie projectHet Rosie project van Graeme Simsion
Zo knap verbeeld, zo geestig beschreven. Maak kennis met Dons onhandige geworstel in de liefde, zijn eigenaardige autistische brein. Lachwekkend relaas om bij uit te buiken.

Bevalt het? Dan mag je je gelukkig prijzen met het onlangs verschenen vervolg: Het Rosie effect.

 

Astrid van Wijngaarden

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met speelse cartoonachtige taferelen De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol. De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis. Steeds meer wetenschappelijke disciplines staan open voor datgene wat deze mensen over bijzondere ervaringen te vertellen hebben die men heeft opgedaan tijdens die crisis. In de westerse wereld zijn wetenschappers de laatste jaren er toe overgegaan dit soort ervaringen toch serieus te nemen en een onderzoek in te stellen naar de strekking ervan. Dat leidt tot uitermate belangrijk onderzoek. Wanneer kan worden aangetoond dat mensen werkelijk de grenzen van ruimte, tijd en sterfelijkheid kunnen overschrijden, zijn de consequenties daarvan voor de wetenschap, de theologie en dus ook voor het leven enorm. Simon Vestdijk schreef in zijn essay Berichten uit het hiernamaals (De bezige Bij , 1982, pg.11) het volgende: Op aarde acht men het psychisch leven gebonden aan de stof. Een dergelijke stoffelijke grondslag kennen wij hier niet. Geen lichaam, geen zintuigen, geen tastbaar denkorgaan, niets. Maar hoe wil ik dat bewijzen? Hoe overtuigend moeten mijn woorden wel klinken, willen zij de kluisters verbreken van wat zelfs ik nauwelijks een vooroordeel waag te noemen? Ik weet zeker, dat ik leef, al ben ik gestorven, en ik weet zeker, dat ik geen lichaam meer heb; maar het zou wel eens kunnen zijn, dat dit dan ook het enige is dat ik weet. Ieder van ons heeft wel eens momenten gehad, dat niets hem eenvoudiger leek dan u, aanstaande lotgenoten, met voorbeeld of beeldspraak uit te leggen hoe wij ons voelen in onze nieuwe toestand, wat er met ons aan de hand is, wie en wat wij zijn en niet zijn. Menige aardbewoner, zo meenden wij, kent uit eigen ervaring wel die dromerige stemmingen, waarin het rumoeren der buitenwereld niet meer tot hem doordringt, en zijn eigen bewustzijn de gehele horizon van zijn bestaan schijnt in te nemen. Dat komt overdag voor, en even voor het inslapen ervaart gij het gewoonlijk op zijn duidelijkst. En nu kunnen wij wel zeggen, dat gij hierin een vergelijkingsmaatstaf bezit, die nadere uitleg onzerzijds overbodig maakt, helemaal eerlijk zijn wij hierin niet, want voor zover wij ons de vroegere dagdromen nog herinneren, weten wij maar al te goed, dat de vergelijking hoogst misleidend is, en dat uw minuten van wegdrijven op innerlijke golven heel iets anders zijn dan onze bestaansvorm. Als gewezen dienaren der wetenschap zouden wij er dus verstandig aan doen onze nederlaag toe te geven. De schrijver Eric de Clercq waagt in zijn roman Het grote spel waterparadijs een poging deze thematiek uit te werken en te gieten in een verhaalvorm. In zijn relaas wordt een zekere Tim ten tonele gevoerd die zich uitgerekend door een sprinkhaan, Vioolpret geheten, laat vertellen dat hij een ongeval gehad heeft en in een comateuze toestand verkeert. Deze toestand zou gelijk staan met de dood. Blz. 17 : “ Je zal ondertussen wel vermoeden dat deze wereld jouw doordeweekse leventje niet is. En dat is het ook niet. Dit is de vijfde Dimensie. De dimensie waarnaast alle levende wezens na hun dood terugkeren. “ Tim wordt in het verhaal omringd door tientallen figuren, allemaal cartoons die de meest uiteenlopende insectensoorten vertegenwoordigen. Elke figuur stelt een soort voor dat het best bij zijn status, beroep of persoonlijkheid past. De figuren die hij tijdens zijn ronddolen ontmoet, komen hem steeds bekend voor. Hij krijgt mensen gepresenteerd die afkomstig zijn uit zijn geboortedorp en die door Tim een plaats toebedeeld krijgen in de vorm van als cartoons. Het stoort hem ook niet dat de figuren creaties zijn van zijn eigen geest. Pas aan het eind van het verhaal keert de rust in Tims’ wereld weer terug. Het feest en de avontuur zijn dan ook voorbij. De figuren van zijn wereld hebben zich teruggetrokken in hun woning op vioolpret na die nog in het rond kuiert..Tim vraagt zich ten slotte af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zou hij uit zijn coma ontwaken en terugkeren naar de aarde, of toch maar hier blijven en binnen afzienbare tijd voor een laatste maal reïncarneren, alvorens te promoveren tot de opperste tweede graad. In de roman gebeurt er van alles, varierende van taferelen die je je in de Efteling doen wanen tot taferelen die zoals Vestdijk schrijft: het eigen bewustzijn de gehele horizon van je bestaan schijnt in te nemen en dat je minuten van wegdrijven op innerlijke golven iets anders zijn dan het gewone bestaansvorm. Het lijkt alsof De Clercq met zijn romanvorm waar hij voor gekozen heeft een poging heeft gewaagd zijn eigen literaire conventie te exploreren en exploiteren. Hij laat je de literaire werkelijkheid met andere ogen bekijken, al is het maar voor eventjes. Desalniettemin kan ik niet concluderen dat De Clercq uitstekende en uitzonderlijke literatuur gecreëerd heeft, d.w.z. literatuur met een inventief beeldend vermogen. In elk hoofdstuk creeert hij een nieuwe bedrijvigheid , volop taal en hallucinerende beelden. Het is voor mij zeker niet bon ton om meewarig te doen over de literaire nijverheid van deze auteur maar als ik zijn literaire conventie serieus neem neig ik te kanttekenen dat zijn relaas veel weg heeft van pulp of zelfs van veredeld divertissement. Voor een serieus thema als reïncarnatie had hij een heel ander soort scéne kunnen bedenken en minder op het speelse en amusante gaan zitten. Het begin van het verhaal is in ieder geval zeer goed bedacht. Het is jammer dat hij voor de tragiek van zijn dramatische expressie gekozen heeft voor taferelen en bedrijvigheden die zijn thema, dat best wel zwaar op de hand is, in het frivole meesleuren. Het is ontmoedigend te moeten constateren dat de verhaallijn die met zoveel ijver en toewijding is geconstrueerd, waar de krachtinspanning ook duidelijk in voelbaar is, enkel de verbinding vormt van een reeks woorden , hoewel deze woorden op zich steeds een beeldenstroom met zich transporteren .Het streven om in deze roman een diepzinnig Oosters gedachtegoed weer te geven , is echter even utopisch als het streven van de schrijver alle aspecten van de zichtbare en verborgen in de reïncarnatie te vangen in een roman, te verklaren door speelse cartoonachtige beelden in de roman en tot slot de personages te willen verklaren door de sociale, de familiaire, historische, culturele, psychologische, biologische, linguïstische etc. van hun geschiedenis.

Roman met speelse cartoonachtige taferelen

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis.

Lees meer